nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

22.01.2019 101 bezoekboerderijen in tiende jaar Boeren met Klasse

Op tien jaar tijd is het aantal ‘Boeren met Klasse’ in Vlaams-Brabant nagenoeg verdubbeld. Bij de start waren ze met 51. Zeven nieuwe deelnemers maken dat de kaap van 100 bedrijven nu overschreden wordt. Terwijl het aantal landbouwers daalt, zijn er steeds meer boerderijen die hun deuren openen voor klas- en andere groepsbezoeken. Gedeputeerde van Landbouw Monique Swinnen vindt dat een goede zaak want misverstanden, zoals ‘bruine koeien produceren chocomelk’, zijn hilarisch maar intriest tegelijk want het toont een grote kloof aan tussen consument en producent. Swinnen gaf de nieuwe deelnemers hun gevelbordje op de Melkerhei in Linter, een melkveebedrijf met ambachtelijke melkverwerking tot hoevezuivel.

Het netwerk ‘Boeren met Klasse’ blaast dit jaar tien kaarsjes uit en rondt net nu de kaap van 100 bezoekboerderijen. Stuk voor stuk zijn het land- en tuinbouwers die gemotiveerd zijn om het verhaal van hun bedrijf en hun product te doen zodat kinderen en volwassenen opnieuw vertrouwd worden met de oorsprong van hun voedsel. Gedeputeerde Monique Swinnen legt uit dat ‘Klasse’ in deze een dubbele betekenis heeft: “De boeren uit het netwerk ontvangen klassen van scholen in de buurt, en ‘klasse’ is ook een compliment aan hun adres want het zijn boeren die heel bewust vertellen over waar ze mee bezig zijn.”

Tussen 2010 en 2019 is het netwerk uitgebreid van 51 naar 101 bezoekboerderijen. “Dit jaar traden zeven nieuwe bedrijven toe”, zegt Swinnen, en ze somt ze op: melkveebedrijf Melkerhei uit Linter, grondwitloofteler Schoevaerts uit Kampenhout, Fruitbedrijf Vermeir uit Opwijk, schapenmelkerij Het Nijswolkje uit Rillaar, natuurboerderij met grazers Het Bolhuis uit Diest, ezelboerderij De Hoef uit Messelbroek en schapenfokkerij De Wollekes uit Meensel-Kiezegem.

De tiende verjaardag van ‘Boeren met Klasse’ werd gevierd bij de Melkerhei in Linter. De Melkerhei is een hoevezuivelaar. Martine Kinnart en haar zoon Pieter Arnauts zijn daar begin 2017 mee gestart en ze gebruiken de melk van het eigen melkveebedrijf dat gerund wordt door vader Gerrit Arnauts. Hun streekproducten gaan terug naar de basis: rauwe melk en ambachtelijke zuivel, waaronder een variatie aan harde en zachte kazen.

Martine vindt het jammer dat met het groter worden van landbouwbedrijven ook de drempel vergroot is bij buren om een keer op bezoek te komen. “Ik vind het fantastisch om kinderen bij te brengen dat chocomelk niet van een bruine koe komt. Aan volwassenen leg ik uit dat onze boter geschikt is om op je boterham te smeren én mee te bakken. Het is de voedingsindustrie die in ons hoofd heeft gestoken dat boter voor het één dan wel het ander dient. Met onze hoevezuivel keren we terug naar het pure product, en kunnen we zulke fabeltjes ontkrachten.”

Uit de getuigenissen van de andere nieuwe deelnemers spreekt een even groot engagement. De één melkt schapen in bijberoep en wil de eigen arbeidsvreugde delen met jongeren. De ander heeft van de eigen ouders gezien wat ondernemen is en wil er via korteketenverkoop van zowel zuivel op basis van schapenmelk als van lams- en rundsvlees wat van maken. Schapen- en vleesveehouderij zijn twee deelsectoren die al decennialang geplaagd worden door een lage of onbestaande rendabiliteit. Een alternatieve aanpak is dus een vereiste om te kunnen slagen.

Daniël Schoevaerts hoopt dat zijn Brussels grondwitloof mensen, zowel nieuwe producenten (waar blijven de jonge boeren?) als consumenten, aanspreekt. De teler uit Kampenhout ging zelf in zee met Colruyt omdat zijn witloof de kwaliteit en smaak is waar de retailer naar op zoek is voor zijn CRU-winkels. Die kwaliteit is samen met het productieproces het onderscheidend criterium van Brussels grondwitloof. De bijbehorende, hogere prijs is nodig om de teelt in ere te houden. Toen Daniël startte, waren er alleen al in Kampenhout 600 witloofboeren actief. Nu resteren er nog vier grondwitlooftelers, allemaal 55-plussers, en vier hydrotelers.

Binnen het netwerk van bezoekboerderijen zijn alle deelsectoren goed vertegenwoordigd. Zelfs een kweker van gamba’s en één van wijngaardslakken maken er deel van uit. Toch zou de gedeputeerde van Landbouw in Vlaams-Brabant graag zien dat het netwerk nog meer boeren en bedrijven telt. Ze verwijst naar de maximum schoolfactuur, die maakt dat scholen voor een uitstap niet zo gauw een verre verplaatsing met de bus maken. “Daarom is het nodig dat er in de buurt van elke school een boerderij is die meedoet. Ook zijn alle deelsectoren nog niet vertegenwoordigd in elke gemeente. Ik doe een warme oproep. Aan boeren die kostbare tijd vrijmaken om groepen rond te leiden, geeft de provincie een kleine vergoeding.”

Land- en tuinbouwers kunnen hun engagement als bezoekboerderij jaarlijks te vernieuwen. De voorbije jaren waren er telkens meer dan 22.300 bezoekers verspreid over deelnemers aan het ‘Boeren met Klasse’-netwerk. “In totaal bezochten 180.000 jonge en oudere mensen de boerderijen. Eind dit jaar zitten we gegarandeerd over de 200.000”, voorspelt Monique Swinnen. De leden van het bezoekboerderijennetwerk zijn herkenbaar aan een gevelbordje. Ze ontvangen ook een groot educatief infobord voor de bezoekers, afgestemd om de deelsector waarin ze zelf actief zijn. Een overzichtskaart, die jaarlijks een update krijgt, toont waar de bedrijven gesitueerd zijn. Vaak spitsen de bedrijfsleiders zich niet enkel toe op bezoeken van scholen of verenigingen. Op heel wat boerderijen worden er kinderfeestjes, boerderijkampen, vergadermogelijkheden of teambuildingsactiviteiten georganiseerd.

Meer info: Boeren met Klasse

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via