nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

22.08.2017 14 wurgpunten cruciaal voor globale voedselvoorziening

Wereldwijd zijn er 14 infrastructuren die een cruciale rol spelen bij de globale voedselvoorziening. Het gaat om routes waarlangs massaal veel handelsverkeer passeert zoals het Panamakanaal, het Suezkanaal of de haven van de Zwarte Zee. Klimaat, conflicten en politieke beslissingen kunnen de voedselvoorziening via die punten echter zwaar verstoren. Voor landen die op zich al voedselonzeker en dus sterk van import afhankelijk zijn, kan dit problematisch worden. Dat staat te lezen in een rapport van de internationale denktank Chatham House.

Dertien van de veertien infrastructuren die in het rapport zijn opgenomen, kregen de afgelopen 15 jaar minstens één keer af te rekenen met verstoringen of zelfs met een volledige sluiting van de transit. In 2016 bracht El Niño in Centraal-Amerika bijvoorbeeld zo’n ernstige droogte teweeg dat er in het Panamakanaal beperkingen werden opgelegd voor schepen omdat het waterpeil te laag stond. Dichter bij huis, in Calais, werd het ferry- en Eurotunnelverkeer ernstig verstoord door vluchtelingen die via de treinen Groot-Brittannië trachten te bereiken. Dat zorgde voor een opstopping van meer dan 3.000 vrachtwagens op de hoofdweg richting Dover. 

Drie grote bedreigingen zijn er voor deze 14 ‘wurgpunten’: klimaat, conflict en politiek. Klimaat werkt volgens het rapport versterkend voor alle andere risico’s en wordt gezien als de meest ernstige bedreiging voor de wurgpunten. “Klimaatverandering verhoogt het risico op politieke verstoringen en conflicten. Ook kan ze oogsten doen mislukken en schade toebrengen aan de infrastructuren zelf, zowel voor import als export. Landen die al te kampen hebben met voedselonzekerheid, gaan door de klimaatopwarming zelfs nog minder voedsel kunnen produceren door bijvoorbeeld droogtes”, zegt Laura Wellesley, één van de auteurs van de studie.

Klimaatverandering versterkt ook de tweede grote bedreiging, namelijk conflicten door onder andere politieke instabiliteit of terrorisme. Ten slotte kan een overheid beslissen om één van de infrastructuren te sluiten of de doorgang van voedsel erdoorheen in te perken. Wanneer zo’n infrastructuur ernstig verstoord wordt, duiken er wereldwijd verschillende problemen op. In bepaalde landen komt de voedselvoorziening in het gedrang waardoor de prijzen gaan pieken. Bij lichtere verstoringen kan de economie rekenen op vertragingen, verspilling, meer transportkosten, hogere prijzen en een meer schommelende markt.

Het risico op verstoringen zou hoger liggen voor landen met lage inkomens dan voor landbouw waar het gemiddelde inkomen hoog is. Erg kwetsbare regio’s zijn bijvoorbeeld het Midden-Oosten en Noord-Afrika. In deze regio’s liggen veel landen die te maken hebben met een hoge graad van voedselonzekerheid. Daardoor zijn zij meer afhankelijk van import van voedsel en zullen ze verstoringen in de internationale infrastructuur meer voelen. Toch zijn er ook uitzonderingen. Japan, Zuid-Korea en China bijvoorbeeld lopen een groot risico op verstoring van hun voedselvoorziening, ook al zijn het landen met gemiddelde of hoge inkomens.

“De drie belangrijkste exportregio’s – de regio rond de Zwarte Zee, de Verenigde Staten en Brazilië – voorzien samen het voedsel van de landen met de grootste voedselonzekerheid ter wereld”, voegt Wellesley toe. België en Europa zijn op dat gebied dan ook een pak minder kwetsbaar. “Europese landen lopen minder risico dan sommige andere regio’s omdat ze in goede omstandigheden leven qua voedselzekerheid”, aldus Wellesley. België importeert ook het meest uit andere Europese landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Nederland. In Europa is het risico op kwetsbaarheid en politieke instabiliteit ook gewoon kleiner.

Of dat betekent dat de globalisering van de voedselmarkt een slecht idee is en er weer moet teruggekeerd worden naar de tijd van zelfvoorziening, willen de auteurs van de studie niet gezegd hebben. “Het rapport brengt naar voren dat de verbondenheid van onze wereldwijde voedselketen risico’s inhoudt. Die risico’s zijn eigen aan een voedselsysteem waarin landen soms sterk afhankelijk zijn van import. Tegelijkertijd heeft datzelfde systeem ook een groot deel van de wereldbevolking uit de ondervoeding gehaald en veel armoede doen afnemen”, meent Laura Wellesley. “Zelfvoorziening is ook niet voor elke regio mogelijk. Op plaatsen waar er weinig land, water of geen goede bodem beschikbaar is, is zelfvoorziening waarschijnlijk niet de meest kostenefficiënte manier om veerkrachtiger te zijn.” 

Meer informatie: Chokepoints and vulnerabilities in global food trade

Bron: MO*

Volg VILT ook via