nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

31.05.2016 15% van agrarisch gebied wordt niet-agrarisch benut

Naar schatting 80 procent van de Europese bevolking zal tegen 2020 in de stad wonen. Hierdoor wordt het belang van open ruimte in en rond de stad belangrijker. Desondanks staat de open ruimte in Vlaanderen onder druk, onder meer door een toenemend niet-agrarische gebruik van agrarisch gebied. Gemiddeld gaat het al om 14,2 procent van de landbouwruimte, die onder meer wordt ingenomen door tuinen (6,2%), niet-agrarische ondernemingen (1%) en paardenweides (7%). Dat blijkt uit onderzoek van ILVO. “Dit bewijst dat de huidige strategieën voor het behoud van open ruimte geen waterdichte garanties bieden. Er is nood aan evaluatie, en aan een maatschappelijk debat over de vraag waar we met onze open ruimte naartoe willen”, klinkt het.

Het is voor het eerst dat de discrepantie tussen werkelijk landgebruik en bestemd landgebruik in Vlaanderen in kaart wordt gebracht. Nochtans is de monitoring ervan belangrijk, om bepaalde transities in de open ruimte te kunnen detecteren en beleidsinstrumenten te kunnen bijsturen. Onderzoekers Eva Kerselaers, Elke Vanempten, Anna Verhoeve en Elke Rogge van de eenheid Landbouw & Maatschappij van ILVO analyseerden daarom luchtfoto’s en Google Streetview beelden van landbouwzones in zes gemeenten (Berlaar, Hoegaarden, Ingelmunster, Lennik, Merksplas en Pittem). 

Daaruit bleek dat in realiteit gemiddeld ongeveer 10,7 procent van het agrarisch bestemd gebied geen geregistreerd landbouwgebruik kent. Er werd natuur en bos (0,4 en 1,5%) aangetroffen, tuinen (6,2%), niet-agrarische economische activiteiten (0,9%) en andere gebouwen. In het onderzoek werd niet onderzocht hoeveel oppervlakte paardenweides innemen, maar uit eerder onderzoek is geweten dat dat zo’n 7 procent van het agrarische gebied is. “Dat wil zeggen dat gemiddeld 15 procent van het landbouwgebied gebruikt wordt voor andere functies dan landbouw”, klinkt het.

Dit cijfer varieert uiteraard naargelang de gemeente, met hogere percentages in Antwerpen en het noorden van Vlaams-Brabant, en lagere percentages in West-Vlaanderen en het noorden van Oost-Vlaanderen. Maar de ‘transformatie’ doet zich overal voor. Ook in andere Europese landen trouwens. Zowel in dichtbevolkte en sterk verstedelijkte regio’s zoals Nederland als in minder dichtbevolkte regio’s zoals Spanje.

“Gezien het aanzienlijke ruimtegebruik van deze niet-agrarische landgebruiken is het noodzakelijk om ze in de toekomst op te nemen in de monitoring van het landgebruik. Inzicht in dergelijke evoluties is immers cruciaal voor de uitwerking van een effectief plattelandsbeleid, open ruimte- en landbouwbeleid”, besluiten de onderzoekers. De huidige strategieën voor het behoud van open ruimte en/of landbouwruimte bieden volgens hen te weinig garanties, en moeten geëvalueerd worden.

“Daarenboven is er nood aan een maatschappelijk debat: waar willen we naartoe met onze voedselproductie, waar kunnen nieuwe woonplekken nog vorm krijgen, hoe gaan we om met niet-agrarische economische ondernemingen in landbouwgebied en welke plaats krijgen tuinen en paardenweides? Het wordt tijd dat we samen nadenken over waar deze activiteiten het beste passen en hoe we ze op een slimme en doelbewuste manier kunnen inzetten.”

Een evidente oefening zal dat niet worden, benadrukken ze nog. Heel wat actoren delen immers de verantwoordelijkheid, ook individuele actoren zoals landbouwers, tuineigenaars, stedelingen, paardenliefhebbers en ondernemers. Zij moeten meer in het open ruimte beleid betrokken worden, en met elkaar in contact worden gebracht. “Er is veel mogelijk als we de kracht van al die individuen samenbrengen. We denken daarbij aan coproductie en multifunctioneel ruimtegebruik. Maar er is nog werk aan de winkel om uit te zoeken hoe we dit kunnen stimuleren en aansturen in de gewenste richting.” 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via