nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.05.2019 17 pct van gewasbeschermingsmiddelen is natuurlijk

Zowat 17 procent van alle verkochte gewasbeschermingsmiddelen op de Belgische markt zijn natuurlijke middelen. Dat becijferde Phytofar op basis van officiële verkoopcijfers van de federale overheid. Tussen 2011 en 2017 is het aantal toegelaten natuurlijke stoffen bovendien bijna verdubbeld, van 26 naar 50. Phytofar ziet dat cijfer in de toekomst verder stijgen omdat de industrie mede onder impuls van de almaar strengere regels voor mensgemaakte gewasbeschermingsmiddelen, steeds vaker inzet op de ontwikkeling van natuurlijke middelen.

Natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen zijn middelen van natuurlijke oorsprong zoals planten, dieren, micro-organismen of bepaalde mineralen. Ze kunnen met beperkte bewerking rechtstreeks uit de natuur gehaald worden of natuur-identiek gesynthetiseerd worden. Het klinkt misschien contradictorisch, maar de meeste van deze natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen zijn chemisch. Dan gaat het om substanties zoals organische zuren en vetten of anorganische zouten. Daarnaast behoren ook microbiologische middelen tot de natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen, zoals micro-organismen, schimmels en virussen.

Tegenover natuurlijke middelen staan er mensgemaakte gewasbeschermingsmiddelen. Dit zijn stoffen, die voor zover gekend, niet in de natuur voorkomen. Zij worden aangepast in laboratoria. “Zowel natuurlijke als mensgemaakte stoffen moeten voldoen aan dezelfde strenge Europese regelgeving, stelt Phytofar, de federatie van de Belgische gewasbeschermingsmiddelenindustrie. Natuurlijke producten zijn evenwel niet automatisch toegelaten voor de biologische teelt. Herbiciden bijvoorbeeld, die onkruid bestrijden, mogen in dit teeltsysteem niet gebruikt worden.

In 2017 was 17 procent van alle verkochte gewasbeschermingsmiddelen op de Belgische markt natuurlijk. In volume gaat het jaarlijks over ongeveer 1,2 miljoen kilo actieve stof. Het aantal toegelaten middelen steeg tussen 2011 en 2017 van 26 naar 50. Vooral de microbiologische preparaten namen sterk toe: in 2011 waren er vier toegelaten, in 2017 al 19. Nochtans vormen deze microbiologische middelen, vooral insecticiden, minder dan één procent van alle verkochte natuurlijke middelen. Ruim 99 procent van de verkochte natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen zijn dus ‘chemisch’ en niet ‘microbiologisch’.

Phytofar is ervan overtuigd dat het aantal natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen verder zal stijgen. “Toen onze federatie 75 jaar geleden werd opgericht, bestond de productportfolio van onze leden bijna uitsluitend uit natuurlijke producten. De enorme versnelling in wetenschappelijke kennis op vlak van planten, biochemie, microbiologie en bio-informatica zal op termijn het aantal natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen verder doen stijgen. Onze sector investeert dan ook zeer grote bedragen in onderzoek en ontwikkeling, ook van natuurlijke middelen.”

Naast informatie over de verkoop van natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen is uit de cijfers van de overheid ook het gebruik van mensgemaakte middelen te halen. Op vlak van fungiciden werd in 2017 2,5 miljoen kilo actieve stof verkocht, bij de herbiciden gaat het om 2,3 miljoen kilo actieve stof en voor de bestrijding van insecten werd 538.000 kilo actieve stof verkocht. Als we specifiek gaan kijken naar de omstreden actieve stof glyfosaat, dan zien we dat er de laatste jaren gemiddeld genomen 580.000 kilo actieve stof van het middel werd verkocht.

De overheid waarschuwt er echter voor dat een fluctuatie van die cijfers doorheen de jaren niet eenduidig is te interpreteren. “Het landbouwkundig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is immers afhankelijk van een hele reeks factoren, niet in het minst van de weersomstandigheden. Uitzonderlijk nat weer zou bijvoorbeeld een stijging kunnen verklaren in het gebruik van fungiciden omdat er dan meer schimmelziekten optreden”, klinkt het. Bovendien geven de hoeveelheden nauwelijks indicatie over de effecten ervan op mens, dier of milieu. Dat is meer te wijten aan de specifieke giftigheid van de stoffen. Een stijging in de verkochte hoeveelheden leidt dus niet noodzakelijk tot een toename van de effecten op de omgeving, en omgekeerd.

Bovendien zijn de effecten op mens, dier en milieu ook afhankelijk van toepassingswijze en -tijdstip van het gewasbeschermingsmiddel: een middel dat gebruikt wordt in serres zal geen effecten hebben op vogels, een middel dat gebruikt wordt na de bloei zal geen direct effect hebben op bijen. Tot slot is het ook zo dat het gaat om verkoopvolumes en niet om gebruikte volumes. Producten die verkocht worden op de Belgische markt, kunnen gestockeerd worden of kunnen geëxporteerd worden naar het buitenland. Op basis van de verkoopcijfers kunnen dus geen conclusies getrokken worden over het gebruik.

Meer informatie: Verkoopcijfers gewasbeschermingsmiddelen in België 2011-2017

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via