nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

23.06.2015 44 miljoen euro steun voor plattelandsontwikkeling

Vlaanderen heeft vorig jaar 43,7 miljoen euro uitgegeven in het kader van het tweede programma voor plattelandsontwikkeling PDPO II. 2014 was een overgangsjaar naar PDPO III. In de nu afgesloten tweede programmaperiode (2007-2014) werd in totaal 739,3 miljoen euro aan Vlaamse en Europese middelen geïnvesteerd in landbouw en platteland. Uit het PDPO-jaarverslag van het Departement Landbouw en Visserij leiden we af dat het grootste deel van de overheidssteun naar agromilieumaatregelen en investeringssteun aan landbouw gaat. Twee agromilieumaatregelen waar land- en tuinbouwers massaal op ingetekend hebben, zijn de beheerovereenkomst water die de waterkwaliteit verbetert door middel van een verminderde bemesting en de verwarringstechniek met feromoonvallen in de fruitteelt.

In februari kreeg het nieuwe Vlaamse programma voor plattelandsontwikkeling groen licht van de Europese Commissie. Met PDPO III wil Vlaanderen inzetten op jonge landbouwers, investeren in innovatie en opleiding, de weerbaarheid en duurzaamheid van de landbouwsector verhogen en de kwaliteit en vitaliteit van het platteland versterken. Voor de uitvoering van PDPO III is voor de periode tot 2020 in totaal 671 miljoen euro gereserveerd.

Ondertussen heeft het Departement Landbouw en Visserij het jaarverslag van PDPO II gepubliceerd. Blijkt dat er in de tweede programmaperiode (2007-2014) meer geld beschikbaar was, namelijk 739,3 miljoen euro. In het laatste programmajaar werd 43,7 miljoen euro besteed. Die overheidssteun voor plattelandsontwikkeling ging voor 31 procent naar de verbetering van het concurrentievermogen van de Vlaamse landbouwsector (as 1), voor 45 procent naar de verbetering van het milieu en het platteland (as 2) voor 10 procent naar de leefkwaliteit op het platteland en de diversificatie van de plattelandseconomie (as 3) en, tot slot, voor 13 procent naar Leader-projecten met het oog op de financiering van lokale en regionale initiatieven (as 4).

Binnen de eerste as verdeelde het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) in 2014 ongeveer de helft van de jaaruitgaven via de steun aan jonge landbouwers die zich vestigen en de investeringen in landbouwbedrijven. In 2014 werden 94 nieuwe vestigingsdossiers en 2.156 nieuwe investeringsdossiers goedgekeurd. Binnen as 1 was ook een aanzienlijk deel van het budget bestemd voor opleidingen en demoprojecten (31%). In een jaar tijd hebben 3.763 land- of tuinbouwers één of meerdere cursussen of stages gevolgd. Thema’s die vooral aan bod kwamen, waren management- en marketingvaardigheden en ICT. De demoprojecten rond landschapsbehoud en milieubescherming en productkwaliteit konden vorig jaar rekenen op 8.456 geïnteresseerden.

Twee maatregelen zetten specifiek in op kwaliteitsbevordering. 27 producenten van Brussels grondwitloof of Vlaams-Brabantse tafeldruif en 254 bioboeren konden in 2014 rekenen op een bijdrage in de deelname- en extra controlekosten. Daarnaast werden vier acties gesteund van producentengroeperingen ter bevordering van de afzet van het Brussels grondwitloof en de Vlaams-Brabantse tafeldruif.

Binnen de tweede as ging 90 procent van de uitgaven in 2014 naar agromilieumaatregelen. In totaal gaat het om 8.917 agromilieucontracten, samen goed voor een areaal van 44.842 hectare. De daling van het areaal waarop milieumaatregelen worden uitgevoerd, is volgens het Departement Landbouw en Visserij te wijten aan de overgang naar een nieuwe programmaperiode. In 2014 konden immers geen nieuwe vijfjarige contracten voor agromilieumaatregelen worden aangegaan, uitgezonderd voor de biohectaresteun. De beheerovereenkomst water was met zo’n 38 procent van het areaal nog steeds de voornaamste maatregel, gevolgd door de agromilieumaatregel verwarringstechniek in de pitfruitteelt (18%).

Naast de agromilieumaatregelen werd ook verder ingezet op bossen. De in 2014 goedgekeurde bebossingsdossiers zijn goed voor een te bebossen landbouwoppervlakte van bijna 16 hectare. En de 166 goedgekeurde projecten voor niet-productieve investeringen in bossen hebben samen een investeringsbudget van meer dan een half miljoen euro.

Zo’n 26 procent van de uitgaven binnen as 3 was bestemd voor de VLIF-maatregel ‘investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwbedrijven’. 385 nieuwe dossiers van onder meer ‘energieboeren’ en hoeveverkopers kregen groen licht. De investeringen in hernieuwbare energie waren opnieuw de belangrijkste vorm van diversificatie in 2014. In het kader van de gebiedsgerichte werking van as 3 werden in 2014 geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Enkel voor de instandhouding en opwaardering van het landelijke erfgoed kregen 16 nieuwe projecten een goedkeuring.

Vorig jaar werden er evenmin nieuwe Leader-projecten of samenwerkingsprojecten goedgekeurd. Dat had te maken met de opstart van de nieuwe Leader-groepen in het kader van PDPO III.

Meer info: Departement Landbouw en Visserij

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via