nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

19.04.2018 44,5% gangbare landbouwproducten bevatten residu's

De Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft naar jaarlijkse gewoonte een rapport gemaakt waarin zowel bij gangbare voeding als bij biovoeding gespeurd wordt naar residu’s van gewasbeschermingsmiddelen. In totaal werden van 30.852 onverwerkte producten stalen genomen en werd er op 213 verschillende middelen getest. Op 44,5 procent van de gangbare producten werden residu’s aangetroffen. Bij de bioproducten gaat het om 6,5 procent.

EFSA heeft voor de periode tussen 2013 en 2015 een vergelijkend onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van residu’s van gewasbeschermingsmiddelen op voedingsmiddelen. Bij de meer dan 30.000 onderzochte stalen waren ook 1.940 stalen van producten die volgens het biolabel geproduceerd werden. De onderzoekers testten de producten op liefst 213 verschillende gewasbeschermingsmiddelen. Ze onderzochten daarbij enkel onbewerkte voeding, van zowel plantaardige als dierlijke oorsprong: groenten, fruit, vlees, melk, eieren en granen.

De meest in het oog springende cijfers duiden het aandeel producten waarbij waarneembare residu’s van één of meerdere middelen werd teruggevonden. Bij de gangbare producten ligt dat cijfer op 44,5 procent, bij de biologische producten gaat het om 6,5 procent. Bij 0,2 procent van de bioproducten werd de toegelaten drempelwaarde overschreden. Bij de gangbare producten lag dat op 1,2 procent.

Er wordt in het rapport ook een onderscheid per productgroep gemaakt. Logischerwijs werden bij dierlijke producten veel minder vaak residu’s terug gevonden dan bij plantaardige producten. Bij de gangbare plantaardige producten blijken residu’s het vaakst voor te komen bij fruit. Op meer dan 60 procent van alle stalen van gangbare appel en op meer dan 70 procent van alle stalen van gangbare peren, tafeldruiven, aardbeien, bananen, perziken, appelsienen en mandarijnen werden een of meerdere residu’s teruggevonden.

Bij de groep groenten en granen wordt het minst vaak residu’s gemeten op kolen (minder dan 15%). Op rijst, aardappelen, prei, erwt en broccoli wordt in meer dan 25 procent van de stalen een of meerdere residu’s gevonden. Bij de overige groenten en granen (tarwe, aubergine, tomaten, zoete pepers, spinazie, rogge, haver, sla, komkommer, bonen) zijn op gemiddeld 35 à 55 procent van de stalen een of meerdere residu’s gevonden. Dierlijke producten als melk, vlees en eieren trekken het algemene totaal naar beneden: bij minder dan 10 procent van alle gangbare, dierlijke stalen werden een of meerdere residu’s teruggevonden.

Bij de biologische productgroepen blijken het vaakst residuen gevonden te worden bij bananen, spinazie, sla, mandarijnen, haver (meer dan 10% van de stalen); bij alle overige productgroepen worden op minder dan 10 procent van de stalen een of meerdere residu’s gevonden. Het rapport wijst er nog op dat in bio residu’s kunnen voorkomen om verschillende redenen. Zo is een beperkt aantal middelen toegelaten in de biologische teelt. Daarnaast kunnen contaminatie, drift, resterende pesticiden in de bodem en dergelijke meer residuen verklaren. 

Lees het volledige rapport hier

Bron: eigen verslaggeving / BioForum

Volg VILT ook via