nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

11.07.2017 450.000 euro voor 15 operationele groepen

Met een budget van 450.000 euro wil Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege de oprichting en werking van 15 operationele groepen bevorderen. Door onderzoekers en land- en tuinbouwers nauw te laten samenwerken in operationele groepen wil het beleid aanzetten tot snellere innovatie. “Dit jaar ligt de klemtoon vooral op het leveren van een bijdrage aan de weerbaarheid van sectoren in crisis, zoals de dierlijke sector en de fruitsector”, aldus Schauvliege.

De operationele groepen zijn onderdeel van het Europese Partnerschap voor Innovatie (EIP) en worden gesubsidieerd vanuit het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling. Deze groepen sturen praktijkonderzoek aan en hebben als bijzonder kenmerk dat ze onderzoekers en landbouwers samen rond de tafel brengen waardoor de onderzoeksvragen meer op basis van de praktijk bepaald worden. Ze voeren projecten uit gericht op het testen en toepassen van innovatieve praktijken, technologieën, processen en producten met als doel het versterken van de link tussen onderzoek en praktijk.

Waar de klemtoon vorig jaar lag op het thema ammoniakemissie, ligt de focus in 2017 op de sectoren in crisis, namelijk de dierlijke sector en de fruitsector. Operationele groepen die tot doel hebben de weerbaarheid van deze sectoren te verbeteren, hebben een streepje voor. “Innovatie en creativiteit kunnen een antwoord bieden”, vertelt de minister. “Tien operationele groepen zullen dit jaar nog aan de slag gaan in de dierlijke sector en drie in de fruitsector. Verder werd nog één project in de aardappelteelt en één project in de witloofteelt weerhouden. Samen krijgen ze een budget van 450.000 euro of zo’n 30.000 euro per groep, gespreid over een periode van twee jaar.

In de fruitsector start één groep onder leiding van het Innovatiesteunpunt en twee groepen onder leiding van het Proefcentrum Fruitteelt. De operationele groep ‘Sustainable weed-strip’ van het Innovatiesteunpunt wil een stimulans zijn voor meer diversificatie en het op grotere schaal kunnen telen van kleinfruit. De operationele groep zal een duurzaam en werkbaar alternatief ontwikkelen om onkruid op een duurzame, arbeidsefficiëntere en goedkopere manier te beheersen.

De groep ‘Biofruit debuggers’ focust op de ernstige, actuele en stijgende problematiek van boswantsen in pitfruitboomgaarden met het oog op het verbeteren van de teelt- en de bedrijfszekerheid van fruitbedrijven. In ‘Plant voor een klant’ slaan telers, producentenorganisaties (PO’s) en onderzoeksinstellingen dan weer de handen in elkaar om een upgrade van het rassenonderzoek te doen en de rassenvernieuwing in de fruitteelt te stimuleren: ze ondernemen gezamenlijk actie om de bestaande processen te verbeteren zodat aangeplante nieuwe rassen succesvoller zijn. Tegelijk proberen ze te vermijden dat niet-succesvolle rassen nog aangeplant worden.

In de plantaardige sector krijgt de operationele groep ‘Variabel aardappelen poten’ steun van de overheid. Deze groep, onder leiding van Inagro, heeft als doel om de plantafstand aan te passen aan de opbrengstpotentie van diverse plaatsen van een perceel (bijvoorbeeld rijen aangrenzend aan spuitpaden, schaduwrijke plekken), zodat opbrengstverminderingen kunnen worden vermeden, de kwaliteit en uniformiteit kunnen worden verbeterd en er kan worden bespaard op duur pootgoed. In de witloofsector die al jaren onder druk staat, wil de operationele groep ‘Lean with love’ het schoonmaak- en inpakproces van witloof optimaliseren en verspillingen elimineren. Samen met telers gaat het Innovatiesteunpunt op zoek naar kostenefficiëntie.

Het grootste aantal projecten dat steun krijgt, situeert zich in de dierlijke sector. Zo wil de Vlaamse Producenten Organisatie Varkenshouders met ‘benchmarking vleesvarkens’ een beter inzicht verwerven in de uitbetalingsmodaliteiten van vleesvarkens. Ze leren welke parameters én in welke mate deze een rol spelen in de prijs die zij ontvangen voor hun vleesvarkens zodat ze er hun bedrijfsvoering kunnen op afstemmen. Het Innovatiesteunpunt tracht via de operationele groep ‘Koppelen van antibioticareductie aan kostprijsmanaging’ varkenshouders inzicht te verschaffen in de kostprijs van behandelingsstrategieën met een laag antibioticagebruik. Als de investering in meer bioveiligheid de gezondheidskost laat dalen zonder de technische resultaten te hypothekeren, dan kan dit strategisch een goede keuze zijn.

ILVO en Inagro kregen elk de goedkeuring voor drie operationele groepen. In ‘VEGCAT- integrated vegetable and cattle farming’ gaat ILVO op zoek naar manieren om de samenwerking tussen rundveehouders en groentetelers te optimaliseren. Het optimaal sluiten van biomassa kringlopen is de centrale gedachte. Specifieke aandacht gaat naar het optimaliseren van het grondgebruik en het gebruik van alle geproduceerde groentebiomassa, onder andere het benutten van niet-geoogste gewasresten uit de groenteteelt.

Landbouw en natuur dichter bij elkaar brengen, is een doelstelling van ‘Agro MEATs Nature’. Door landbouwers, natuurbeheerders, vleesverwerkers en onderzoekers in co-creatie te laten werken kan kwalitatief hoogstaand vlees geproduceerd worden met oog voor natuur en leefmilieu, met beperkte ecologische voetafdruk door het minimaliseren van nutriëntengebruik en emissies, en met meerwaarde voor de landbouwers die dit vlees op de markt brengen.

Een laatste operationele groep die onder leiding van ILVO van start gaat, is ‘P’orchard: boslandbouw voor buitenvarkens’. De inrichting van een buitenloop voor varkens met boslandbouw biedt kansen: verbeterd dierenwelzijn, meerlagig ruimtegebruik waarbij fruit/noten ingezet kunnen worden als voeder of voor menselijke consumptie, verbeteren van het imago van varkenshouder bij de consument en indirecte voordelen op vlak van milieu. Op die manier kunnen varkens een nicheproduct met toegevoegde waarde ontwikkelen.

De operationele groep ‘Pocketboer’, ingediend door Inagro, heeft als doel pocketvergistingsinstallaties performanter te doen draaien. De groep brengt een dertigtal uitbaters samen om te zoeken naar oplossingen voor problemen die zich voordoen. Het is van groot belang voor de rendabiliteit van de installatie dat de energie uit de mest zo optimaal mogelijk benut wordt. Met de groep ‘GP mortellaromanagement’ wil het dan weer een protocol opstellen voor melkveehouders die de klauwaandoening mortellaro, verantwoordelijk voor aanzienlijke economische verliezen op melkveebedrijven, wil voorkomen en bestrijden.

Samen met Inagro namen drie omschakelende melkveehouders het initiatief voor de operationele groep ‘Smart Weeding, Organic Feeding’. De omschakeling van hoogproductieve dieren naar de biologische teeltmethode vereist een rantsoen dat dit ondersteunt. De onkruidbestrijding in maïs en voederbieten is een hele uitdaging. Individueel is de investering in moderne schoffeltechnologie niet haalbaar. De groep gaat na welke technologie het best beantwoordt aan de belangen van de deelnemende bedrijven en hoe een samenwerking best wordt georganiseerd.

Onder leiding van BioForum Vlaanderen wil de operationele groep ‘Mobiele slachteenheid’ aan de slag gaan om een slachtfaciliteit te creëren op maat van kleinschalige veetelers met overwegend korte keten verkoop. De groep buigt zich over volgende vraagstukken: hoe groot is het potentieel, kan er een oplossing gevonden worden voor wettelijke obstakels, is de klant bereid een meerprijs te betalen voor dierenwelzijn, welke installatie is werkbaar en vergunbaar en kan het rendabel functioneren?

Tot slot is er de groep ‘Milk Trading Company’ van de gelijknamige organisatie die tot doel heeft om de prijsvolatiliteit van de melkprijs en/of de voederkost te verkleinen en via slimme hedging van beide componenten een hogere voedermarge te bekomen dan de gemiddelde voedermarge in de sector op basis van de dagprijzen. Daarvoor zullen financiële tools als futures, maar ook SWAPS (langetermijnprijscontracten in de fysieke markt) gebruikt worden. Het afsluiten van voorwaartse prijscontracten moet ervoor zorgen dat melkveehouders over een stabielere cash-flow beschikken, wat hen een sterkere financiële positie oplevert.

Meer informatie: Europees Partnerschap voor Innovatie (EIP)

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via