Aantal allochtonen in land- en tuinbouw neemt toe
De land- en tuinbouwsector is een belangrijke werkgever voor allochtone werknemers. 3,9 procent van de werknemers van vreemde herkomst blijkt actief te zijn in de primaire sector. Werkgevers binnen de tuinbouwsector doen in belangrijke mate een beroep op arbeidsmigranten uit de nieuwe Europese lidstaten, hoofdzakelijk Polen en Roemenen., zo blijkt uit recent onderzoek van de K.U. Leuven.
3,9 pct van de werknemers van vreemde herkomst is werkzaam in de primaire sector, terwijl dat voor de totale bevolking slechts 0,7 pct is. Zeer opvallend is volgens de onderzoekers het grote belang van de sector voor werknemers van Turkse (12 pct), Marokkaanse (10,3 pct) en andere herkomst (6,5 pct).
Maar ook arbeidsmigranten uit de nieuwe Europese lidstaten vormen een belangrijke groep. Zo deed de tuinbouw in 2008 hoofdzakelijk beroep op Polen (78 pct) en op een aanzienlijke groep Roemenen (15 pct), die vooral in Antwerpen werkzaam zijn. Dat leidden onderzoekers af uit het aantal uitgereikte arbeidskaarten B. In Limburg worden met 7.345 veruit de meeste arbeidskaarten B uitgereikt, gevolgd door West-Vlaanderen met 3.784 en Antwerpen met 3.652.
Wat betreft de reguliere tewerkstelling stellen de onderzoekers vast dat het aantal werknemers in de periode 2000-2007 relatief stabiel bleef. In de tuinbouw vormen de reguliere arbeiders met Belgische nationaliteit nog steeds de hoofdmoot (72 pct) ten opzichte van reguliere werknemers van vreemde nationaliteit (28 pct).
Het aantal seizoensarbeiders steeg in die periode van 32.953 tot 38.842. In de landbouwsector blijkt het aantal ingezette seizoensarbeiders eerder gering te zijn (414 in 2007). In de tuinbouwsector vertegenwoordigen de seizoensarbeiders van vreemde nationaliteit bijna de helft van alle seizoensarbeiders (38.428 in 2007).
Uit de gegevens van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) blijkt dat illegale tewerkstelling zeker niet verdwenen is uit de sector, maar dat de land- en tuinbouwsector niet de slechtste leerling is van de klas.
De onderzoekers selecteerden drie deelsectoren: de fruitsector in Limburg, de glastuinbouw in de regio van Sint-Kathelijne-Waver en de sierteelt in de periferie van Gent. Daar peilden ze ook naar de redenen bij werknemers om allochonen in dienst te nemen. Uit deze bevraging blijkt dat de geldende wetgeving, de geografische en historische context, de arbeidsnood en de arbeidsinhoud belangrijke parameters zijn.
Tot slot bleek ook dat heel wat werkgevers uit de tuinbouw het moeilijk hadden om lokaal een middenkader te recruteren. Vooral technisch geschoold personeel vinden, blijkt geen sinecure. "Het personeelsprobleem situeert zich acuut op het niveau van ‘de meestergast’", bevestigt overheidsvoorlichter sierteelt Adrien Saverwyns. "Bedrijven worden steeds groter en hebben nood aan een soort technisch middenkader".
Helaas heeft de sector bij bacheloropleidingen of bij de master industrieel ingenieur niet bepaald een swingend imago. Dat beeld van onderbetaalde, vuile en routineuze jobs zonder doorgroeimogelijkheden zouden we moeten bijstellen.
bron eigen verslaggeving
02/03/2010
gerelateerde nieuwsberichten
- 08/02/2012 Nu ook jobdatings voor Limburgse tuinbouwsector
- 22/12/2011 Landbouw één tiende van omzet Vlaamse agrobusiness
- 18/12/2011 "Rendabiliteit in sierteeltsector staat onder druk"
- 16/11/2011 Veilingen Brava en Greenpartners fuseren tot Coöbra
- 20/10/2011 Onteigende Katelijnse tuinbouwers kunnen delen in winst
- 03/10/2011 Premier Leterme bezoekt door crisis getroffen tuinder
- 23/09/2011 EHEC doet nadenken over meer crisisbestendige tuinbouw
- 15/09/2011 Kansen voor Belgische sierteeltproducten in Tsjechië?
- 09/09/2011 Frankrijk springt noodlijdende tuinders te hulp

T +32 (0)2 552 81 91 F +32 (0)2 552 81 93