"Afrikaanse boeren moeten aan marktmacht winnen"

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

Aan de vooravond van de rondetafel 'Het Belgisch beleid tegen de honger?', getuigden twee Afrikaanse boeren dinsdag in Brussel over de gevolgen van de voedselcrisis. Niet zozeer misoogsten of een stijgende wereldbevolking maar een gebrekkige economische en politieke structuur veroorzaken voedselonzekerheid, luidt het. Ze hebben vooral meer nood aan marktmacht.


"De primaire oorzaken van de wereldvoedselcrisis zijn genoegzaam bekend", zegt Stefaan Bonte, medewerker van Trias, een ontwikkelingsorganisatie die in Vlaanderen pionier is op het vlak van microfinanciering. "Slechte oogsten, hoge brandstofprijzen, een stijgende wereldvraag naar vlees, vis en energiegewassen, maar ook speculatie en protectionistische maatregelen van een aantal landen liggen ogenschijnlijk aan de basis".

Maar wie dieper graaft, stoot volgens hem op het echte probleem. "Voedselzekerheid wordt op de langere termijn veroorzaakt door een structureel gebrek aan investeringen in duurzame landbouw en een mank lopend economisch en politiek beleid", zegt Bonte. "Afrikaanse boeren hebben een te zwakke onderhandelingspositie ten opzichte van grote afnemers met veel marktmacht".

Daar willen lokale landbouworganisaties iets aan doen. Nadjirou Sall van de Senegalese boerenorganisatie FONGS is zelf boer. "Ik heb een 40-tal koeien, wat geiten en schapen en 6 hectare rijst. Dat lijkt veel naar Afrikaanse normen maar wij kennen een heel andere familiale cultuur. Met die 6 hectare moet ik mijn 30 familieleden onderhouden".

Senegal is niet alleen voor rijst en melk, maar vooral ook voor graan sterk afhankelijk van invoer. "Dat plaatst ons in een bijzonder kwetsbare positie. Zeker vorig jaar toen we de gevolgen van de voedselcrisis aan den lijve ondervonden", aldus Sall. Dat zette zowel de Senegalese overheid als boerenorganisaties zoals FONGS aan om meer te investeren in de eigen landbouw.

Zo wil de overheid met een zogenaamd rijstprogramma tegen 2015 tot 50% van de vraag naar rijst zelf produceren. "Dat is niet zozeer een technisch vraagstuk", legt Nadjirou Sall uit. "Ikzelf bijvoorbeeld produceer momenteel een verdienstelijke 12 ton per hectare. Maar Afrikaanse boeren verkeren in een zwakke positie om hun oogsten te vermarkten en daar kan een boerenorganisatie zoals FONGS een rol spelen".

Gesteund door internationale hulp verstrekt FONGS onder meer microkredieten aan lokale boeren. Ze organiseren ook gezamelijke stocks zodat boeren kunnen opteren om een deel van die oogst een paar maand later zelf te gebruiken of om ze te vermarkten aan inmiddels hogere prijzen.

Mamoudou Hassane, lid van de Fédération des Unions de Groupements Paysans, is zelf ook boer in Niger. "Mijn verhaal is voor een stuk gelijklopend. Ook bij ons liggen vooral economische en politieke problemen aan de basis. Er werd veel te weinig geïnvesteerd in landbouw, onderzoek en vermarkting".

In 2005 bracht een sprinkhanenplaag Niger in een diepe voedselcrisis. Daarna volgden een aantal rehabilitatieprogramma's, maar de prijs van bijvoorbeeld graan bleef er sindsdien bijzonder hoog. Hierdoor zijn heel wat Nigerianen genoodzaakt om het aantal maaltijden te reduceren. Vaak trekken een aantal familieleden naar een naburige stad op zoek naar extra inkomsten.

De landbouwfederatie waar Mamoudou Hassane lid van is, probeert via een systeem van garanties en microkredieten de lokale boeren te ondersteunen. "We werken ook samen met onderzoeksinstellingen om variëteiten te ontwikkelen die een hogere opbrengst hebben", aldus Hassane. "Maar gesjoemel tiert welig in Afrika, waardoor we als organisatie genoodzaakt zijn heel veel te investeren in kwaliteitscontroles. Anders riskeert de Afrikaanse boer een kat in een zak te kopen".

In Senegal leeft 60% van de bevolking van landbouw; in Niger loopt dit op tot 80%. "Wij hebben er dus alle belang bij dat ons land voldoende investeert in landbouw", aldus Hassane. "We moeten de duurzame voedselproductie ondersteunen, zowel in Afrika als bij jullie in het Westen. Dat kan bij uitstek door middel van het familale landbouwmodel dat eerst en vooral produceert voor de lokale markt ", besluit Hassane.

 

bron eigen verslaggeving

15/09/2009