nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Landbouw in 3D
21.12.2007  Agroforestry

In Frankrijk is agroforestry helemaal terug van weggeweest: menig boer plant er bomen op zijn gras- of akkerland. Op die manier halen ze een merkelijk hogere opbrengst van dezelfde oppervlakte grond. Als het aan Wervel ligt, volgt Vlaanderen het Franse voorbeeld.

Het begrip agroforestry is nog vrij onbekend in Vlaanderen. Er zijn verschillende vormen, maar het meest veelbelovend in onze streken is een combinatie van enerzijds bomen en anderzijds (eenjarige) gewassen zoals graan, maïs of gras. Door beide te combineren op één perceel, kun je van dat perceel een hogere opbrengst halen: bomen halen hun voeding en hun licht op andere plaatsen, of hebben het op andere momenten nodig dan de gewassen. Je benut als het ware de derde dimensie van je perceel, in de hoogte en in de diepte.

Korte en lange termijn
‘De combinatie van bomen met gewassen geeft een hogere opbrengst doordat je licht, nutriënten en water efficiënter benut dan in monocultuur’, zegt Jeroen Watté van Wervel (Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw). ‘Agroforestrybomen groeien sneller dan bosbomen doordat ze meer licht hebben en doordat ze dieper wortelen als gevolg van de bodembewerking. Zo recupereren ze ook nitraten die anders zouden uitspoelen. Bomen en gewassen moeten weliswaar de zonneschijn delen, maar dikwijls hebben ze die zonneschijn op verschillende tijdstippen nodig. Op korte termijn is het productieverlies bij je gewas minimaal doordat de bomen nog maar weinig plaats innemen. Op lange termijn wordt de opbrengstdaling ruimschoots gecompenseerd door de waarde van het hout.’ Anderzijds hebben de bomen bijvoorbeeld ook een windschermeffect waardoor de opbrengst in het midden van het perceel aanvankelijk hoger is dan zonder bomen. En zo zijn er nog een aantal wisselwerkingen.

Lees ook:
Voor- en nadelen op een rij
Agroforestry kan mee een oplossing bieden voor een aantal problemen waarmee de sector vandaag wordt geconfronteerd. ‘In het algemeen krijg je een efficiëntere nutriëntencyclus, en vermindert de uitspoeling van nutriënten. De erosiegevoeligheid daalt. Voorts stijgt het gehalte organische stof in de bodem. Dat is dan weer de sleutel voor een duurzame bodemkwaliteit. En nog een belangrijk aspect: hoe meer hout we hier zelf produceren, hoe minder tropisch bos er moet sneuvelen.’

Mogelijke combinaties
Allerlei combinaties van bomen en gewassen zijn mogelijk. In Vlaanderen wordt vooral gezocht naar combinaties met een zo beperkt mogelijke competitie voor licht:

Populier en/of boskers met gras, maïs of graan
Populier is een snelle groeier die relatief weinig licht afneemt. Het is ook voor vele boeren geen onbekende. Ten vroegste na 18 jaar kun je populier oogsten. Jeroen Watté: ‘Je kunt populier combineren met graas- of maaiweides. Als je ertegenop ziet om boombescherming te plaatsen, kun je tussen je rijen populieren ook de eerste vijf jaar maïs of graan zetten.’
Je kunt de populieren eventueel afwisselen met boskers. Dat levert hout van erg hoge kwaliteit op, maar pas ten vroegste na 36 jaar. ‘Als je afwisselt met populier, kun je de bomen vrij dicht tegen elkaar zetten in de rij: op het moment dat de boskers meer plaats nodig heeft, is het toch tijd om de populier te kappen.’
Er is een grote vraag naar populierenhout. Dat wordt onder meer gebruikt in fineer voor meubelen en dergelijke. In Vlaanderen hebben we een belangrijke populierverwerkende industrie en die trok recent nog aan de alarmbel omdat er een houttekort dreigt.

Noten in combinatie met grasland of granen
Notelaars groeien heel wat trager dan populieren. Je houtopbrengst komt dus later. Daar staat tegenover dat notenhout meer opbrengt en dat je in de tussentijd de noten kunt commercialiseren. Op dit moment worden die voornamelijk geïmporteerd.
‘De combinatie van grasland of granen met walnoot is heel veelbelovend. Onder meer doordat notenbomen laat blad zetten, vrij veel licht doorlaten en vroeg blad verliezen. Voorts hebben ze een penwortel die heel diep gaat.’ Ook hier kan de eerste jaren voor maaien worden gekozen, tot de bomen sterk genoeg zijn om bestand te zijn tegen het vee.

Combinaties met andere boomsoorten
- snelle groeiers als es of els,
- robinia en tamme kastanje, die de kwaliteit van tropisch hardhout hebben,
- onder meer ook valse christusdoorn, lijsterbes, enzovoort.

Combinatie met nicheproducten
Het landbouwsysteem agroforestry leent zich ook tot nieuwe combinaties met allerlei nicheproducten. Duindoorn bijvoorbeeld – naar verluidt boordevol antioxidanten – wordt in Nederland gecombineerd met walnoot en hazelnoot. ‘Heel wat minder gangbare gewassen kunnen perfect geteeld worden met wat schaduw. Vergeten groentesoorten bijvoorbeeld. Ook pakweg kippen in vrije uitloop geven een prima wisselwerking met bomen.

Welke combinatie voor u?

Lees ook:
De multifunctionele bomen van Ronny Aerts
Als boer moet je zelf uitmaken wat past in je bedrijfsvoering. ‘Het is geen kant-en-klaar-pakket en bovendien moet je het zien in een bedrijfsstrategie op lange termijn.’ Van de afzet kun je echter wel zeker zijn: de vraag naar inlands hout groeit naarmate de tropische houtkap verder wordt beperkt.

Rendement?
De vraag die elke boer zich stelt, is of agroforestry ook wat opbrengt. Het antwoord is positief. Watté: ‘Puur biologisch gezien heb je bij agroforestry een duidelijk hogere biomassaproductie dan bij monocultuur. De complementariteit overweegt op de concurrentie.’ Dat vertaalt zich in vele gevallen ook in een hoger economisch rendement. Nederlands praktijkonderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat grasland met 25 notenbomen per ha aanzienlijk meer opbrengt dan gewoon monocultuur grasland met beweiding, maar ook meer dan grasland met 100 notenbomen per ha. Combinaties met kers en tamme kastanje halen wat lagere rendementen, maar toch nog altijd hoger dan monocultuur grasland.

‘Heel veel van de baten zijn natuurlijk voor de maatschappij’, zegt Jeroen Watté. ‘Er is echter een duidelijke tendens om boeren te vergoeden voor zaken van algemeen nut, zoals de instandhouding van landschapselementen, erosiebestrijding, enzovoort.’

Praktisch
Snoeien. Vormsnoei is erg belangrijk als je bomen kweekt voor het hout. Door de boom op te snoeien krijg je een betere stam, beter hout en dus een betere prijs. ‘Door goed te snoeien, kun je ook het licht dat je behoudt maximaliseren. Je mag natuurlijk nooit teveel kroonvolume wegnemen, om de boom niet te beschadigen.’ Om te snoeien heb je een hoogtewerker nodig. Het kost je anderhalve dag werk per ha per jaar.
Het snoeihout kan dienen als brandhout, eventueel nadat het tot pellets is verwerkt. ‘Je kunt het echter ook versnipperen en oppervlakkig onderwerken. In Wallonië hebben ze dat uitgeprobeerd. Dat hout voedt het bodemleven en houdt het organischestofgehalte op peil.

Boombescherming. Als je vee wil laten grazen in de eerste jaren, moet je boombescherming plaatsen. Kost: zo’n 18 euro per boom.

Landbouwmachines. De bomen worden in rijen gezet met 15 tot 40 meter tussenruimte, zodat op het perceel nog vlot kan worden gewerkt met landbouwmachines.

En de wet?
Bomen op landbouwgrond zetten, mag, al moet je met een aantal zaken rekening houden.

Bedrijfstoeslag en blijvend grasland. Er is op dit moment een maximumgrens van 50 bomen per ha: als je daarboven gaat, verlies je je toeslagrechten op dat perceel, en kan het ook niet meer als blijvend grasland worden meegerekend. De bomen moeten ook verspreid staan: als ze gegroepeerd staan op een perceel, wordt dat deel uitgetekend.

Bos? Agroforestry zoals hier beschreven, valt niet onder het bosdecreet. Een bos wordt volgens dat decreet gekenmerkt door een microklimaat waardoor specifieke fauna en flora gedijt. Om dat microklimaat te laten ontstaan, is kroonsluiting van de bomen nodig. Bij bomen die verspreid staan zoals bij agroforestry is daarvan geen sprake.

Kapvergunning. Om dezelfde reden (geen bos) mag het ook geen probleem zijn om op het einde van de rit een kapvergunning te krijgen.

In het algemeen zijn er dus geen wettelijke bezwaren om aan agroforestry te doen, wat niet wegneemt dat de wet er beter op afgestemd zou kunnen worden. ‘Bijvoorbeeld door die 50-bomengrens te versoepelen, of door bomen in het kader van agroforestry te beschouwen als een landbouwteelt waarvoor geen kapvergunning nodig is.’

Ondersteuning?

Lees ook:
Agroforestry, wereldwijd toegepast
Het Europese plattelandsbeleid biedt aan de lidstaten de mogelijkheid om subsidies te geven aan boeren die met agroforestry beginnen. Europa wil het zelfs cofinancieren tot 70%, althans tot 2013. Vlaanderen nam agroforestry oorspronkelijk niet op in zijn Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013. In 2011 kwam daar echter verandering in want toen keurde de Vlaamse regering het subsidiebesluit voor boslandbouwsystemen principieel goed. Landbouwers die kiezen voor agroforestry kunnen vanaf 2012 een subisidie aanvragen die maximaal 70 procent van de aanplantkosten bedraagt. Deze subsidieregeling gaat dus deel uitmaken van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling en wordt voor de helft gefinancierd door Europa.

Drempel: de lange termijn
De grootste drempel is wellicht dat agroforestry een strategie op lange termijn vereist. Populier is een uitzondering, maar het spreekwoord luidt niet voor niets: boompje groot, plantertje dood. ‘Tegelijk is het echter belangrijk om zo vooruitziend te zijn’, zegt Jeroen Watté. ‘De wetgeving op het vlak van nitraat, CO2, enzovoort zal niet snel versoepelen. Dingen die nu nog vrijblijvend zijn, zullen verplicht worden, en de randvoorwaarden zullen strenger worden. Agroforestry past daar perfect in.’

Meer info? www.wervel.be/agroforestry, of T 02 893 09 60

Bron: Landgenoten

Beeld: Wervel

Volg VILT ook via