nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Boeren als beheerders van biodiversiteit op platteland
10.10.2011  Agromilieubeleid

De Vlaamse Landmaatschappij vierde dit jaar het 10-jarig bestaan van beheerovereenkomsten. Vandaag doet één op zeven Vlaamse landbouwers vrijwillig aan agrarisch natuurbeheer in het kader van zo’n overeenkomst. Uit onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek blijkt dat agronatuurbeheer effectief werkt. Vraag is of de milieukwaliteit in het landbouwgebied voldoende verbetert om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen tegen 2020. Akkervogels zijn een barometer voor de biodiversiteit op het platteland. In Neerlanden vormden zij daarom de aanzet voor een debat over het agromilieubeleid. Welke instrumenten werken, wat zijn de knelpunten en waar liggen nog onbenutte kansen?

Bij zijn aanstelling als gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) stelde Toon Denys zich tot doel om alle actoren, land- en tuinbouwers op kop, beter te laten samenwerken aan een vitaal platteland. Twee jaar later gelooft hij in de vooruitgang die op dat vlak is geboekt. “In het Solabio- en ECO²-project zie je dat de samenwerking tussen landbouwers, bedrijfsplanners van de VLM en andere partners in het buitengebied resultaten oplevert op het terrein”, aldus Denys. Die vaststelling wordt volgens hem gestaafd door onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en van studiebureaus in het kader van de tussentijdse evaluatie van het plattelandsbeleid.

Denys beroept zich op een groot vertrouwen van de landbouwers in de bedrijfsplanners van de VLM, terwijl bij het afsluiten van de eerste beheerovereenkomsten tien jaar geleden de schroom ten aanzien van collega-landbouwers nog overheerste. Vandaag is de mentaliteitswijziging ook zichtbaar in de cijfers. “In 2003 werd voor nog geen miljoen euro aan beheerovereenkomsten gefinancierd, in 2010 is dat opgelopen tot meer dan vier miljoen euro”, illustreert Toon Denys. Aan het eind van de tweede programmaperiode zal net als in de eerste periode zo’n 70 miljoen euro Europese en Vlaamse steun naar beheerovereenkomsten zijn gegaan. Tijdens de eerste periode sloten circa 3.500 landbouwers vrijwillig één of meerdere beheerovereenkomsten, wat ondertussen is opgelopen tot 4.200 unieke bedrijven.

Win-win voor boer én natuur
beheerovereenkomstc.2.bmp“Het verbeterde imago is een goede zaak”, beaamt Peter Van Bossuyt, op het ogenblik van het debat nog kabinetsmedewerker van minister van Leefmilieu Joke Schauvliege, “maar er is nog een weg te gaan om agromilieumaatregelen verder in te bedden in de bedrijfsvoering van landbouwers.” Hij wil de win-win van agromilieubeheer voor boer én natuur nog sterker communiceren. Landbouwer Jos Piffet uit Heers is helemaal gewonnen voor het concept zodat hij van bij de start tal van beheerovereenkomsten opnam in zijn bedrijfsvoering. De ‘landschapsbouwer’ tracht collega-landbouwers te overtuigen van de voordelen, de voldoening en het positieve imago dat inspanningen voor de natuur opleveren.

“Het succes van de beheerovereenkomsten toont aan dat die pakketten werken en landbouwers zich willen inspannen voor natuur- en milieudoelstellingen”, meent Leen Franchois van Boerenbond. “Uiteraard is verbetering mogelijk. Meer projectmatig en op maat werken zou toelaten flexibeler in te spelen op beleids- en gebiedsgerichte doelstellingen en op de bedrijfsvoering van de landbouwer.”

Lees ook:
Evolutie oppervlakte beheerovereenkomsten
Wie zich daarentegen niet tevreden toont over de resultaten van 10 jaar beheerovereenkomsten is Lieven De Schamphelaere, voorzitter van Natuurpunt Beheer vzw. “Wat we hebben verloren door het efficiënter worden van de landbouw is niet min. Soorten die vroeger frequent werden aangetroffen in het buitengebied, zoals mus, nachtegaal, koekoek, veldleeuwerik en zwaluw, zijn bijna verdwenen. Wanneer alle partners in het buitengebied samenkomen om te discussiëren over agromilieubeheer is dat volgens hem wel hoopgevend. “Koppel subsidies uit het Europees landbouwbeleid aan publieke diensten die de landbouwer levert”, suggereert de voorzitter van Natuurpunt Beheer. Hij is dan ook helemaal gewonnen voor het voorstel van de Europese Commissie om 30 procent van de inkomenssteun voor landbouwers afhankelijk te maken van ecologische inspanningen. “Dat zou een zegen zijn voor de biodiversiteit in het buitengebied.”

Stimuleren, niet verplichten
beheerovereenkomst@ECO².2.bmp“Vergeet niet dat een landbouwer vandaag reeds aan heel wat randvoorwaarden moet voldoen om te kunnen genieten van inkomenssteun”, repliceert Johan Verstrynge, afdelingshoofd Duurzame Landbouwontwikkeling. “En dat voedselproductie voor een landbouwer nog altijd prioriteit moet zijn”, vult Leen Franchois aan. Zij is daarom geen voorstander van het overboord gooien van het vrijwillig karakter van beheerovereenkomsten. “Trek daarentegen de kaart van een stimulerend beleid. Ga individuele landbouwers niet verplichten en kies voor doelstellingen op gebiedsniveau want een individu heeft niet altijd vat op het resultaat”, luidt haar advies. Dat laatste is voor de consulente van Boerenbond de reden om landbouwers ook in de toekomst te vergoeden voor hun inkomensderving en niet op basis van de behaalde resultaten.

Lees ook:
Op welke vergoedingen mag een landbouwer rekenen?
Verder onderzoek naar de resultaten van beheerovereenkomsten dringt zich op om de pakketten te verbeteren en gebruiksvriendelijker te maken. “Ter voorbereiding van het Vlaams programma voor plattelandsontwikkeling vanaf 2013, zijn we gestart met die evaluatie”, zegt Johan Verstrynge. Een verbetering die zich aandient, is nog meer samenwerken en gebiedsgericht werken en landbouwers nog beter begeleiden. Verstrynge adviseert om kennis omtrent landbouw, natuur en water samen te brengen en ook minder voor de hand liggende effecten op de biodiversiteit van agromilieumaatregelen zoals mechanische onkruidbestrijding, na te gaan. “De intense monitoring van alle maatregelen is een punt om aan te werken”, concludeert hij.

Meten is weten
Wij kunnen nooit genoeg kunnen meten, erkent het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. “Zonder vrijwilligers de natuur in het nochtans kleine Vlaanderen monitoren, is echter onmogelijk voor onze 250 onderzoekers”, zegt INBO-administrateur-generaal Jurgen Tack, die bekent dat de voorbije 20 jaar veel middelen naar monitoring zijn gegaan zonder veel resultaat. Hij voegt er meteen aan toe dat vandaag hard gewerkt wordt aan het op elkaar afstemmen van initiatieven en het optimaliseren van de monitoring zodat de beschikbare middelen maximaal benut worden. Volgens Tack werd in het verleden te weinig aandacht besteed aan de monitoring van natuur in landbouwgebied. “Vroeger lag de focus quasi volledig op natuur in beschermde gebieden, die volstaat echter niet, zodat natuur nu ruimer, ook in het landbouwgebied, opgevolgd wordt.

beheerovereenkomst.2.jpg“Zeker is dat de populatie akkervogels op Vlaams niveau sterk achteruit blijft gaan. Waar beheerovereenkomsten een voldoende groot gebied beslaan, is er lokaal wel een verbetering zichtbaar sinds de invoering ervan in 2009.” Bij weidevogelbeheer, dat al langer ingeburgerd is dan akkervogelbeheer, werden die lokale successen gevolgd door een verbetering van de populatie in gans Vlaanderen. “Vogelpopulaties hebben enige tijd nodig om zich aan te passen aan de nieuwe en verbeterde situatie”, verklaart Jurgen Tack. Dat doet het beste vermoeden voor de akkervogels op voorwaarde dat de maatregelen voldoende oppervlakte bestrijken. “Om het tij in gans Vlaanderen te keren, is namelijk meer nodig dan we vandaag doen”, is Tack duidelijk.

Basismilieukwaliteit is te laag
“Het agromilieubeleid heeft, als onderdeel van het natuurbeleid, al een lange weg afgelegd”, zegt afdelingshoofd Natuur en Bos Filiep Cardoen. “Er is verbetering merkbaar, maar als we het verlies aan biodiversiteit zien, dat eigenlijk in 2010 een halt moest worden toegeroepen, dan zijn we er duidelijk nog niet.” Hij hoopt dat de wereldwijde doelstelling om het biodiversiteitsverlies tegen 2020 te keren, niet opnieuw achterhaald wordt door de feiten. “Niet alleen in landbouwgebied verliezen we nog biodiversiteit, ook in onze ‘beste’ natuurgebieden is dat het geval omdat de basismilieukwaliteit te laag is”, beweert Cardoen. Dat probleem aanpakken, wil het Agentschap voor Natuur en Bos in overleg met alle betrokkenen doen en liefst projectmatig, niet versnipperd, met horizontale maatregelen en ingebouwde resultaatsverbintenissen. “Gelet op het beperkte budget van 80 miljoen euro voor ANB rest de vraag hoe die aanpak duurzaam ingebed kan worden in de maatschappij”, aldus Cardoen.

Maatschappij moet zelf het heft in handen nemen
schauvliege_gentsekanaalzone2.jpgDat laatste voorstel wordt bijgevallen vanuit het beleid. “Het idee dat alle centen voor natuur van de overheid moeten komen, is voorbijgestreefd”, zegt Peter Van Bossuyt, die bijvoorbeeld de industrie wil laten meebetalen voor natuurcompensaties. Het ECO²-project, dat beroep doet op het duurzaam ondernemerschap van de bedrijven in de Gentse kanaalzone om een groenbuffer te financieren die door landbouwers wordt aangelegd, is daar een goed functionerend voorbeeld van. “De piste waarbij inspanningen voor de natuur geïntegreerd worden in onze maatschappij en de overheid slechts een begeleidende rol speelt, is alleszins de meest innovatieve”, beaamt VLM-bestuurder Toon Denys. Het Agentschap voor Natuur en Bos meet zich die rol van initiator en stimulator reeds toe. “Vandaag werken we steeds vaker projectmatig waarbij we op zoek gaan naar de geschikte partner die lokaal de uitvoering voor zijn rekening neemt”, illustreert Filiep Cardoen.

Lees ook:
Case Gentse kanaalzone
Met maatregelen die ondersteund zijn door wetenschappelijk onderzoek, gedragen door landbouwers en Regionale Landschappen en bekend zijn bij het publiek, is VLM ambitieus. “Er zullen meer beheerovereenkomsten gesloten worden zodat het voornaamste pijnpunt is de financiering rond krijgen in budgettair moeilijke tijden”, denkt Toon Denys. Om diezelfde reden mogen de 20 bedrijfsplanners niet meteen extra mankracht verwachten, “maar het is wel de bedoeling dat zij efficiënter, meer op het terrein en vaker projectmatig kunnen werken opdat zij beheerpakketten op maat van de landbouwer kunnen maken.” De overheid moet financiële middelen inzetten waar impulsen nodig zijn, maar zij kan de basismilieukwaliteit niet op haar eentje op een hoger niveau tillen. “Als overheid kan je een kader scheppen, faciliteren, maar uiteindelijk is er een onderstroom nodig in de maatschappij opdat mensen zelf het heft in handen zouden nemen”, meent Denys.

Wil je als landbouwer aan de slag? Contacteer dan VLM voor een beheerpakket op maat. Heb je als landbouwer of natuurliefhebber vragen over biodiversiteit en ‘boerennatuur’? Stel ze dan via het forum BoerENnatuur.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via