Na 2013"Ambities randvoorwaarden moeten aangescherpt worden"

Verstuur naar een vriend(in)

(24/01/2010)

Hoe moet het na 2013 met de rechtstreekse inkomenssteun? Moet de overheid straks meer investeren in kwaliteit? We vroegen aan Johan Devreese, voorzitter van BioForum, wat de contouren moeten zijn van het Europese landbouwbeleid van de toekomst.


Hoe moet Europa de dynamiek en de verdere ontwikkeling van het Europese platteland ondersteunen? Hoe ziet u met name de verhouding tussen de eerste en tweede pijler verder evolueren?

Johan Devreese: Onze maatschappij staat wereldwijd voor enorme uitdagingen: de klimaatverandering, het verlies van biodiversiteit, watervervuiling, bodemerosie, enzovoort. Deze uitdagingen zijn, naast het garanderen van voedselzekerheid, ook voor de Europese landbouw belangrijk. Vooreerst hebben deze problemen als dusdanig een negatieve impact op de landbouw, die afhankelijk is van deze natuurlijke hulpbronnen. Bijgevolg heeft de agrarische sector er alle belang bij dat er oplossingen voor gezocht worden. Daarnaast hebben niet-duurzame landbouwpraktijken hun steentje bijgedragen tot deze problematiek. Maar het belangrijkste en tegelijkertijd meest hoopvolle is dat duurzame landbouwpraktijken oplossingen kunnen bieden.

Duurzame landbouw, waaronder biologische landbouw, kan veilig, kwalitatief en gezond voedsel produceren, en tegelijkertijd een gunstig effect hebben op de biodiversiteit en de bodem- en waterkwaliteit beschermen. Onderzoek toont aan dat biologische landbouw een belangrijke rol speelt bij het vastleggen van CO2, en bijgevolg kan bijdragen tot oplossingen voor het klimaatprobleem. Het IAASTD, een consortium van meer dan 400 wetenschappers uit ruim 110 landen, concludeerde recent dat de huidige industriële landbouw, gebaseerd op veel inputs en geglobaliseerde distributie, onvoldoende veerkrachtig is. Uit hun rapport blijkt dat enkel een multifunctionele, duurzame, kleinschalige en agro-ecologische landbouw een antwoord kan bieden op de honger in de wereld en de stijgende vraag naar voedsel.

Het Europese landbouwbeleid van vandaag houdt onvoldoende rekening met deze uitdagingen. De eerste pijler is overwegend gebaseerd op historische overwegingen, en neemt, zeker in Vlaanderen, het leeuwenaandeel van het budget in beslag. De randvoorwaarden bij de eerste pijler zijn onvoldoende om effectief in te gaan op de hierboven vermelde uitdagingen en dienen te worden aangescherpt. Meer middelen dienen te gaan naar de tweede pijler, die gebaseerd is op het realiseren van concrete doelstellingen en een aantal mogelijkheden biedt om duurzamer te produceren. Ook de demotiverende discriminatie tussen de eerste en de tweede pijler moet worden weggewerkt. De eerste pijler wordt namelijk volledig met Europese middelen gefinancierd, terwijl voor de tweede pijler de lidstaten moeten co-financieren.

Reageer op dit antwoord

Moet de komende jaren extra geïnvesteerd worden in kwaliteit, export, ten nadele van rechtstreekse inkomenssteun?

Investeren in export kan absoluut geen doelstelling zijn van een duurzaam beleid. Exportsubsidies hebben in het verleden een ontwrichtend effect gehad op de landbouwsystemen wereldwijd en staan daarom haaks op duurzaamheid. Investeren in export spoort samen met een verhoogde productie en meer intensivering en industrialisering, waarvan we de negatieve gevolgen, zowel op milieu- als sociaal vlak, reeds kennen. Omgekeerd is het wel noodzakelijk om te investeren in de ontplooiing van de lokale landbouweconomie, waarvan reeds bewezen is dat die heel kwaliteitsvol is. Zo is het bijvoorbeeld veel interessanter om te investeren in de productie van lokale eiwitgewassen in plaats van de massale import van goedkope en niet-duurzaam geproduceerde soja-eiwitten uit Brazilië. Bescherming van de markt tegen invoer van producten die onder bedenkelijke arbeids- en leefmilieunormen zijn geproduceerd mag geen taboe zijn. De internationale handel in landbouwproducten dient op dat vlak grondig te worden herbekeken.

Investeren in alle facetten van kwaliteit, inclusief in termen van duurzaamheid, is daarentegen de grootste uitdaging voor de hervorming van het Europese landbouwbeleid na 2013. Consumenten willen gezonde en kwaliteitsvolle voeding. Het stellen van ambitieuze randvoorwaarden voor de inkomenssteun is noodzakelijk om een eerlijkere concurrentiepositie van duurzame landbouwsystemen, waaronder biologische landbouw, te bewerkstelligen.

Reageer op dit antwoord

Hoe vindt u dat het ondernemerschap van de landbouwers verder kan worden gestimuleerd? Wat is de rol van de overheid hierin in de toekomst?

Vooreerst moet het voor landbouwers mogelijk zijn om nog een toekomst te zien in hun activiteiten, en moeten ze er een leefbaar inkomen uit kunnen halen. Leefbare bedrijven, ook voor boeren en boerinnen, zijn een essentieel onderdeel van een duurzame landbouw. Om voldoende voedsel te kunnen produceren op een maatschappelijk verantwoorde (duurzame) manier, is ook toegang tot voldoende grond cruciaal. De landbouw moet ook meer mogelijkheden krijgen om z’n eigen grondstoffen – bijvoorbeeld eiwitrijke gewassen – te kunnen telen, in plaats van alles te moeten importeren uit landen waar het op vlak van duurzaamheid vaak nog veel erger gesteld is.

Een succesvolle ondernemer ziet vooruit en speelt in op de vragen en noden van de maatschappij. Dat is voor landbouwers niet anders. Kennis en innovatiemogelijkheden om rekening te houden met de maatschappelijke uitdagingen zijn cruciaal. Meer middelen moeten worden uitgetrokken naar wetenschappelijk onderzoek in duurzame landbouwsystemen, die minder afhankelijk zijn van dure en schadelijke inputs zoals kunstmeststoffen en pesticiden. De middelen die vandaag gaan naar onderzoek voor biologische landbouw en coördinatie van dergelijk onderzoek zijn een peulschil. Nochtans zijn de resultaten van dergelijk onderzoek ook interessant voor de gangbare landbouw, met het oog op de verduurzaming ervan. Ook de verspreiding van kennis is essentieel.

Landbouwers kunnen ook onderling veel van elkaar leren. Dergelijke kennisuitwisseling motiveert en stimuleert producenten. Zo heeft men bijvoorbeeld in Nederland in de biologische sector veel ervaring met bedrijfsnetwerken, waar boeren en tuinders zich verdiepen in onderwerpen die zij zelf aanbrengen en belangrijk vinden. Deze biobedrijfsnetwerken doen niet zelf onderzoek maar toetsen wel de resultaten van bestaande onderzoeksprojecten of brengen zelf nieuwe onderwerpen aan voor de onderzoekswereld. Positief is dat met Vlaamse steun bij ons recent een gelijkaardig initiatief is van start gegaan. Ik hoop dat het Vlaamse biokennisnetwerk ook in de toekomst op Vlaamse steun zal kunnen blijven rekenen.

Reageer op dit antwoord

Inspelen op veranderende marktomstandigheden is een noodzaak om als sector te kunnen overleven. Wat kan de overheid op dit vlak doen?

Voedselproductie is te waardevol om zomaar aan de grillen van de markt te worden overgelaten. De landbouw is ook sterk afhankelijk van externe factoren zoals weersomstandigheden, waardoor het niet mogelijk is om snel in te spelen op een stijgende of dalende vraag. En dan is er ook nog de sterke machtsconcentratie hogerop in de keten, waardoor de boer nauwelijks nog impact heeft op de prijs van de landbouwproducten. Interessante ideeën circuleren in Groot-Brittannië omtrent het oprichten van een ombudsinstelling die moet bemiddelen bij geschillen tussen supermarkten en hun landbouwleveranciers over de lage aankoopprijzen. Dergelijke voorstellen zijn zeer interessant om verder te onderzoeken, ook voor Vlaanderen. Daarnaast zijn ook consumenten zich onvoldoende bewust van deze problematiek en zouden ze beter gesensibiliseerd moeten worden over hoe voedselprijzen tot stand komen, en welk beperkt aandeel uiteindelijk bij de boer terechtkomt.

Maar boeren hebben naast voedselproductie ook belangrijke maatschappelijke taken, zoals het stimuleren van de (agro)biodiversiteit op hun landbouwgrond, het beschermen van oppervlakte- en grondwater, dierenwelzijn, enzovoort. Die taken worden vandaag niet via de prijs van het product vergoed. De markt is dus verre van perfect, waardoor een overheidsoptreden absoluut te verantwoorden is. Boeren hebben het recht op een gegarandeerd en eerlijk inkomen, dat samengesteld wordt uit enerzijds de prijs van hun producten, en anderzijds een faire vergoeding voor de maatschappelijke taken.

De financiële middelen die vandaag voorzien zijn via de beheersovereenkomsten (perceelsrandenbeheer, weidevogelbeheer, aanleg en onderhoud van kleine landschapselementen, enzovoort) zijn niet in verhouding tot het werk dat de boer moet verrichten om aan de randvoorwaarden ervan te kunnen voldoen. Indien de overheid het meent met de rol van de landbouw bij het realiseren van dergelijke doelstellingen, dan moeten daar ernstige vergoedingen tegenover staan.

Reageer op dit antwoord

Moeten de landbouwers zich beter organiseren om problemen gezamenlijk per sector aan te pakken?

De boer heeft een zwakke onderhandelingspositie in de voedselketen. Als producenten zich verenigen tot een sterke groep die aan één zeel trekt, dan kunnen ze hun positie versterken ten aanzien van ondermeer de afnemers. Daarnaast is er nood aan ondersteuning van coöperatieve samenwerking en van ketenontwikkeling. De Vlaamse biosector gaat zelfs nog een stap verder. Met Bioforum verenigen we boeren en tuinders, verwerkers, verkopers en organisaties actief op het gebied van biologische landbouw en voeding. Hiermee is de volledige ketenkolom in één organisatie verenigd. Alle ketenpartijen met een gezamenlijke doelstelling – namelijk biologisch produceren, verkopen en promoten – zitten samen aan tafel. Op die manier leren ze elkaars problemen kennen, en kan er gezamenlijk naar oplossingen worden gezocht. Hiermee is de biologische sector in Vlaanderen een voortrekker in het samenwerken en streven naar een duurzaam voedselsysteem.

Reageer op dit antwoord

 

bron eigen verslaggeving

 
 

Na 2013 | Standpunten


"Reserveer tweede pijler grotendeels voor landbouwinvesteringen"


"Boeren moeten opnieuw timmeren aan solidariteit"


"Instrumenten voor marktafscherming blijven cruciaal"


"Tweede pijler maximaal vrijwaren voor landbouw"


"Op weg naar één sterke landbouwpijler"

 

Voorwoord Kris Peeters - Vlaams minister-president


De toekomst is vandaag: aan u het woord!
De discussie over de beleidsdoelstelling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2013 zal gevoerd worden tussen 2009 en 2012. De inzet is groot ook voor onze Vlaamse landbouwers. Laat ons daarom de koppen bijeen steken en op een constructieve manier argumenten en voorstellen samenbrengen en confronteren in een breed maatschappelijk debat.
 

Na 2013 | Online debat

Hoe moet Europa de dynamiek en de verdere ontwikkeling van het Europese platteland ondersteunen? Hoe ziet u met name de verhouding tussen de eerste en tweede pijler verder evolueren?


10 reactie(s) gevonden - plaats zelf een reactie
zwart schaap schreef op 13 maart 2010: "ere wie ere toekomt"

als europa dynamiek in het platteland wil houden, dat ze dan eens beginnen met ...

Moet de komende jaren extra geïnvesteerd worden in kwaliteit, export, ten nadele van rechtstreekse inkomenssteun?


14 reactie(s) gevonden - plaats zelf een reactie
InezDraps schreef op 11 juni 2009: "de gulden middenweg"

Ik geloof dat het vooral belangrijk is de inkomenssteun goed uit te balanceren t...

Hoe vindt u dat het ondernemerschap van de landbouwers verder kan worden gestimuleerd? Wat is de rol van de overheid hierin in de toekomst?


21 reactie(s) gevonden - plaats zelf een reactie
Jochen Peirs schreef op 11 juni 2009: "Stimulatie door de overheid"

Zoals Jens aanhaalt is het nodig dat landbouwers hun vak kennen en niet proberen...

Inspelen op veranderende marktomstandigheden is een noodzaak om als sector te kunnen overleven. Wat kan de overheid op dit vlak doen?


13 reactie(s) gevonden - plaats zelf een reactie
beate schreef op 11 juni 2009: "alternatieven "

Om verder te gaan op de reactie van Gille. Voedselzekerheid zal zeker een proble...

Moeten de landbouwers zich beter organiseren om problemen gezamenlijk per sector aan te pakken?


19 reactie(s) gevonden - plaats zelf een reactie
ookjan schreef op 13 februari 2010: "samen beter?"

Hoe komt het dan dat onze oude bestaande cooperatie's niet in staat zijn om een ...

 

Na 2013 | Geschiedenis


De wortels van het huidige Europese landbouwbeleid liggen in de jaren 1940. Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel de gewone voedingsmarkt stil en controleerde de Duitse bezetter de landbouwsector. De meeste mensen hadden maar net genoeg te eten. Velen leden zelfs honger. Wanneer in 1945 de oorlog eindigde, groeide het besef dat een terugkeer naar de vooroorlogse landbouw niet de juiste keuze was.