Beheerovereenkomsten agrarisch erfgoed in volgend PDPO?
nieuwsMinister-president Kris Peeters wil bekijken of er specifieke beheerovereenkomsten voor het onderhoud van agrarisch erfgoed kunnen opgenomen worden in het volgende Programma voor Plattelandsontwikkeling. Ook wil hij dat er meer overleg komt tussen de administraties erfgoed en de landbouw in stedenbouwkundige dossiers. Dat antwoordde hij op een parlementaire vraag van Jos De Meyer.
Ruim 27 pct van de gebouwen met erfgoedwaarde die zijn opgenomen in de inventaris van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed, zijn hoeves en bijgebouwen. “Anders dan bij gewoon particulier bezit heeft opname in de inventaris voor een landbouwbedrijf ook gevolgen voor de rendabiliteit van de bedrijfsvoering”, stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. Nochtans staat daar geen vergoeding tegenover. Hij vroeg de minister-president of beheerovereenkomsten in dat kader geen soelaas kunnen brengen.
Peeters antwoordde dat er momenteel al een aantal steunmogelijkheden voor erfgoed in het Programma voor Plattelandsontwikkeling (PDPO) zijn opgenomen. “Het gaat hier bijvoorbeeld over levend erfgoed zoals bedreigde dierenrassen of hoogstamboomgaarden. Ook in de assen 3 en 4 van het PDPO zijn mogelijkheden voorzien voor acties voor de instandhouding van en opwaardering van landelijk en agrarisch erfgoed”, stelt hij.
De minister-president vult aan dat het hierbij niet gaat om individueel af te sluiten beheerovereenkomsten door landbouwers, maar wel om projectmatige acties. Initiatiefnemers zijn dan lokale besturen, publiekrechtelijke rechtspersonen of organisaties zonder winstoogmerk. Toch lijkt Peeters wel iets te zien in het idee van beheerovereenkomsten voor agrarisch erfgoed, want hij sluit niet uit dat dit wordt bekeken bij het volgende PDPO, dat nog deze legislatuur wordt opgemaakt.
Jos De Meyer was tevreden met het antwoord van Peeters. “Deze beheerovereenkomsten zouden dan een adequate ondersteuning en vergoeding kunnen bieden voor het engagement van de landbouwondernemer ten aanzien van het instandhouden van agrarisch erfgoed”, stelde hij. De minister-president waarschuwde er wel voor dat de beheerovereenkomsten enkel een feit kunnen worden als “de budgettaire situatie enigszins opklaart”.
De Meyer hekelde ook de soms tegenstrijdige adviezen die worden gegeven door de administraties landbouw en erfgoed in stedenbouwkundige dossiers. Kris Peeters erkende dit probleem en benadrukte dat zowel erfgoed- als landbouwaspecten zoveel mogelijk samen moeten bekeken worden en dat er op zoek moet gegaan worden naar win-winsituaties.
“Ik heb mijn administratie de opdracht gegeven om zo snel mogelijk gesprekken aan te knopen met de administratie efgoedbeleid”, stelde de minister-president. “Een systematisch overleg zou moeten leiden tot één consensusstandpunt in plaats van twee afzonderlijke adviezen”.