nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Elke inspanning telt in de aanloop naar MAP 5
10.03.2014  Bemesten op het scherp van de snee

Nu de akkers en weiden stilaan opdrogen, staan de Vlaamse boeren en tuinders voor het bemestingsseizoen van de waarheid. De Vlaamse Landmaatschappij laat geen kans voorbijgaan om iedereen in te peperen dat het de Europese Commissie menens is met de doelstellingen voor de waterkwaliteit. Of de MAP-meetpunten in probleemzones rood blijven dan wel groen kleuren, zal mee bepalen hoe streng of mild de Commissie zich opstelt tijdens de onderhandelingen over het vijfde mestactieplan. Een landbouwer die er nog de kantjes af rijdt bij het bemesten, krijgt in 2015 lik op stuk en is dus verkeerd bezig. Daarom gaan we in deze geVILT na wat een land- of tuinbouwer kan doen om het doemscenario (strengere bemestingsnormen in MAP 5, nvdr.) te vermijden. De digitale praktijkgids ‘Bemesting’ van het beleidsdomein Landbouw en Visserij gebruiken we als leidraad. Enkele experten wijzen ons verder de weg.

Bemesten kan je vergelijken met koorddansen. Geraak je uit balans, dan laat het negatief effect niet lang op zich wachten. Zowel een tekort als een overschot aan bepaalde voedingselementen (stikstof, fosfor, kalium, enz.) kan de opbrengst en de kwaliteit van het geoogste product negatief beïnvloeden. Door meer dierlijke mest of kunstmest toe te dienen dan nodig voor de planten, vergroot je bovendien het risico op uitspoeling van de nutriënten naar het oppervlakte- en grondwater.

MAP I, MAP II, MAP II bis, enz.
Om waterverontreiniging door nutriënten afkomstig uit de landbouw tegen te gaan, werken de Vlaamse en Europese overheid sedert 1991 mestactieprogramma’s uit. Geleidelijk aan werden de bemestingsnormen en -regels aangescherpt. In 2011 zorgde de introductie van MAP 4 voor consternatie omdat de ambitieuze doelstellingen voor de waterkwaliteit volgens de landbouwsector niet meer rijmden met rendabele gewasopbrengsten. Voor veehouders werd het wegwerken van een mestoverschot opnieuw duurder.

bemesting_NTV.2.bmpSindsdien is er heel wat water naar de zee gevloeid. Met de steun van de Vlaamse regering (het flankerend beleid bij MAP 4) schaven boeren en tuinders aan hun bemestingstechnieken om goede gewasopbrengsten te behalen zonder de waterkwaliteit te hypothekeren. Op het terrein zijn het de praktijkcentra in de diverse deelsectoren samen met het coördinatiecentrum CVBB die de land- en tuinbouwers individueel begeleiden bij bemesting en teelttechniek. Hun advies op perceelniveau is complementair met het advies dat de Vlaamse Landmaatschappij op bedrijfsniveau verstrekt.

Vorig jaar werden 852 landbouwbedrijven in Vlaanderen vanuit de praktijkcentra begeleid door CVBB-medewerkers. De belangstelling is dit jaar opnieuw groot, met nu reeds een aantal aanvragen dat vergelijkbaar is met het totale aantal in 2013. Wie geïnteresseerd is, kan best contact opnemen met het praktijkcentrum of de provinciale coördinator van CVBB in zijn of haar regio (hun contactgegevens vind je onderaan dit artikel, nvdr.). De begeleiding wordt voor een groot deel betoelaagd door CVBB, als teler betaal je slechts een beperkte bijdrage.

Regelmatig analyseert het coördinatiecentrum de MAP-meetpunten zodat de evolutie van de waterkwaliteit op de voet gevolgd kan worden. Op initiatief van CVBB werden er waterkwaliteitsgroepen opgericht die lokale landbouwers en experten samen rond de tafel zetten. Van onderuit en regionaal werken zij aan een verbetering van de waterkwaliteit. In totaal zijn 166 waterkwaliteitsgroepen actief zodat over gans Vlaanderen boeren de koppen bij elkaar steken. Zij gaan op zoek naar de oorzaken van één of meerdere rode MAP-meetpunten in de buurt van hun bedrijf of percelen. Vervolgens kan er over oplossingen worden nagedacht. Het meeste werk aan de winkel is er in West-Vlaanderen, waar 42 waterkwaliteitsgroepen zich buigen over 149 rode (>50 mg nitraat/l) of oranje (>40 mg nitraat/l) MAP-meetpunten.

Bemesten is werk voor een vakman
In de wetenschap dat de Europese Commissie zich ontevreden uitliet over de huidige lichte verbetering van de waterkwaliteit, is het aan de landbouwsector om in de beperkte tijd die nog rest een tandje bij te steken. Verandert dat niets aan het oordeel van de EU, dan heeft 2015 mogelijk een verdere verlaging van de bemestingsnormen in petto. Het loont dus om nu niet te kijken op een ‘bovenwettelijke inspanning’. De Vlaamse landbouwadministratie verwoordt dat mooi als volgt in de praktijkgids Bemesting: “Naast het naleven van de wettelijke verplichtingen is uw vakmanschap op vlak van bemesting essentieel om tot de gewenste resultaten te komen.”

Lees ook:
Praktijkgids Bemesting

Concreet, wat kan jij als land- of tuinbouwer doen? We leggen die vraag onder meer voor aan Greet Pauwels van de Mestbank. Geduld is een schone deugd, vertelt ze, ook bij het bemesten. Nog te vaak wordt vroeg in het voorjaar ‘de mestput leeg gereden’ op percelen waar pas eind april of in mei maïs gezaaid wordt.

Volgens Toon De Keukelaere, dossierhouder Mestbeleid bij Boerenbond, is een voldoende grote mestopslag de enige duurzame oplossing voor bovenstaand probleem. Idealiter komt er ook mestopslagcapaciteit bij in de akkerbouwstreken zodat transporteurs tijdens de wintermaanden de mest naar de plaats van bestemming kunnen rijden. Indien deze opslag voldoende groot is, beschikken akkerbouwers automatisch ook over een product met een meer constante inhoud en samenstelling. De obstakels zijn het extra papierwerk voor dergelijk mesttransport, uiteraard de investering maar ook het wantrouwen tussen akkerbouwers en veehouders.

Dat laatste vraagt om een woordje uitleg. “Een akkerbouwer wil precies weten hoeveel nutriënten hij een gewas toedient met dierlijke mest, maar daarover bestaat nogal wat onzekerheid”, legt De Keukelaere uit. “Een meststaal rechtstreeks uit de mestkelder kan maar nauwkeurig zijn als de mest vooraf voldoende gemixt is. Bij niet-gemixte mestputten kan het verschil in nutriënteninhoud tussen de eerste en laatste lading mest erg groot zijn.” Naar Nederlands voorbeeld zou van elk mesttransport een staal genomen kunnen worden, maar dat idee wimpelt De Keukelaere af gelet op het prijskaartje dat daaraan vasthangt voor de aanbieder of afnemer van de mest. Bovendien is het analyseresultaat pas enkele weken later bekend, lang nadat de bemesting is uitgevoerd.

Geholpen door technologische vooruitgang moet het ook zonder analyses van elke vracht mest mogelijk zijn om dierlijke mest in de toekomst efficiënter aan te wenden. Zo experimenteert de Hooibeekhoeve in het kader van een ADLO-demoproject met rijenbemesting in maïs. Voor kunstmest is dat al jaren gemeengoed in onze regio, maar door hetzelfde uit te testen voor drijfmest waagt het praktijkcentrum van de provincie Antwerpen zich op onontgonnen terrein.
Lees ook:
Tips van VLM voor een betere benutting van de mest
Bij de ‘officiële’ start van het bemestingsseizoen was het de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) die landbouwers sensibiliseerde rond een efficiënte aanwending van dierlijke mest. Veehouders met overvolle mestkelders kregen het advies om de overtollige mest bij voorkeur op grasland of graanpercelen aan te wenden. De kans op uitspoeling van nutriënten is hier immers kleiner dan op een perceel dat nog ingezaaid moet worden.

Anders dan op grasland is dierlijke mest op wintergraan tamelijk ongebruikelijk, en wordt de drijfmest die uitgespaard wordt op graanpercelen niet zelden als extraatje gegeven aan maïs en bieten. “Vroeg in het voorjaar is het niet evident om met een zware drijfmestton een graanperceel te berijden. Je brengt het gewas en de bodem meer schade toe in vergelijking met kunstmest strooien of vloeibare stikstof spuiten, waarbij je met smalle banden en een beperkt totaalgewicht het veld op gaat en een grotere werkbreedte hebt”, verklaart De Keukelaere. Anderzijds zijn er wel enkele akkerbouwers die er met succes in slagen om drijfmest als eerste of tweede stikstofgift toe te dienen. Een sleepslangsysteem - in de mate dat er al loonwerkbedrijven in Vlaanderen mee uitgerust zijn - kan soelaas bieden. Toch is ook die manier van mest uitrijden weersafhankelijker dan het gebruik van kunstmest.

Pc wordt onmisbaar werktuig bij correct bemesten
Nieuw dit jaar is dat het internetloket ‘SMIL’ van de Mestbank uitgebreid zal worden om mestanalyses aan te melden. Op termijn zullen de mestafzetdocumenten automatisch gekoppeld worden aan de resultaten van de bijbehorende mestanalyses. Dat moet een akkerbouwer toch al in staat stellen om een betere inschatting te maken van de optimale of maximale bijbemesting met kunstmest.

De elektronische dienstverlening van de overheid maakt het verder mogelijk dat een landbouwer binnen de 24 uur na het indienen van zijn perceelaangifte via het e-loket Landbouw & Visserij een bemestingsprognose uitprint die een overzicht geeft van de maximaal toegelaten bemesting op perceelniveau. Een groenteteler leest daar zelfs op af hoeveel bodemstalen voor bemestingsadvies hij moet laten nemen, en op welke percelen. “Een landbouwer heeft er dus baat bij om de verzamelaanvraag zo snel mogelijk in te dienen”, aldus Pauwels.

Door de intensieve samenwerking tussen de Vlaamse Landmaatschappij en het Agentschap voor Landbouw en Visserij biedt de elektronische perceelaangifte voortaan ook een overzicht van alle groene en rode MAP-meetpunten. Qua sensibilisering kan dat tellen. Tot slot vertelt het e-loket of het perceel in focusgebied dan wel gebied voor grondwaterwinning gelegen is, of er derogatie op aangevraagd is, of er een maatregelenpakket vanwege een te hoog nitraatresidu van toepassing is, enz.

Afstandsregel tot waterlopen
Zowel Greet als Toon bestempelen het respecteren van de nulbemesting langs waterlopen als een ‘quick win’. Bij het uitrijden van dierlijke mest en strooien van kunstmest dient er een bufferzone van vijf meter gerespecteerd te worden langs bevaarbare waterlopen en onbevaarbare waterlopen van categorie 1, 2 en 3. In VEN-gebied is dat zelfs tien meter. “Nieuw dit jaar is dat deze waterlopen op het e-loket Landbouw & Visserij weergegeven zijn met een blauwe streepjeslijn”, vertelt Pauwels. Zij verduidelijkt dat grachten die niet ingekleurd zijn op het e-loket buiten de reglementering vallen. Maar een vooruitziende boer tracht ook daar te vermijden dat de kunstmestkorrels voorbij de perceelrand en in het water vliegen.

“Dat laatste is typisch een probleem bij oude meststoffenstrooiers”, weet Toon De Keukelaere. Als akkerbouwer voelt hij veel voor afstandregels tot de watgewasbescherming2_Cofabel.giferloop die aangepast zijn aan de techniek van mestverspreiding. “Bij het toedienen van kunstmest zonder kantstrooier dreigt er zonder brede buffer heel wat kunstmest in de beek terecht te komen terwijl je vloeibare stikstof met aangepaste doppen op de spuitmachine tot op een halve meter nauwkeurig kan toedienen. Hetzelfde geldt voor dierlijke mest. Er is een hemelsbreed verschil in precisie tussen bovengronds uitrijden van drijfmest of het meteen injecteren.”

Door de nulbemesting langs de waterloop te differentiëren naargelang de verspreidingstechniek zou het draagvlak voor de afstandregel kunnen vergroten, en automatisch ook de naleving ervan. Vandaag wringt de ‘5-meter-regel’ ietwat met de ingesteldheid van een landbouwer die zijn gewas in alle hoeken van het perceel wil zien blaken van gezondheid. Afwijken van zo’n algemene regel is evenwel niet zonder gevaar. Het komt de duidelijkheid van de regelgeving meestal niet ten goede. “We moeten er goed over waken dat de regels uitvoerbaar blijven voor de landbouwers en controleerbaar voor de Mestbank”, waarschuwt Pauwels.

Hoewel De Keukelaere die bezorgdheid deelt, kan een gezonde dosis inlevingsvermogen volgens hem geen kwaad. “Neem nu de regels omtrent opslag van stalmest. In de handhaving moet je streng zijn wanneer de afstand tot beken of openbare wegen niet gerespecteerd wordt bij tijdelijke stockage van stalmest op het veld. Mestsappen die afvloeien van een perceel zijn een dooddoener voor het milieu en het imago van de sector. Maar je zou wel begrip kunnen tonen wanneer het door tegenvallende weersomstandigheden niet lukt om de mest voor half november - of in het voorjaar binnen de maand - open te spreiden en onder te werken. Anders gebeurt dat in slechte omstandigheden, wat ook geen zoden aan de dijk brengt.”

Handhaving mestbeleid
Gevraagd naar de controles door de Mestbank legt Pauwels uit dat de inspecteurs vooral op pad gaan in de focusgebieden met een kwetsbare oppervlakte- of grondwaterkwaliteit en in de zogenaamde ‘quick-win-gebieden’. Dat zijn de landbouwregio’s in de omgeving van een groen MAP-meetpunt dat dreigt om te slaan in rood omdat het risico op een overschrijding van de nitraatnorm (50 mg N per liter water) er groot is. “Dat willen we vermijden door op die plekken voldoende op het terrein aanwezig te zijn.” Dikwijls gaat het om de typische risicogebieden met veel groenteteelt in vollegrond of een intensieve veehouderij.

Terreincontroles kunnen bij landbouwers op meer sympathie rekenen dan administratieve controles van de mestbalans op bedrijfsniveau. “Controles moeten relevant zijn en in staat zijn om de hardleerse boeren aan te pakken”, zegt De Keukelaere daarover. “Pak je hen niet aan, dan werkt dat zelfs averechts en ontmoedigend op de grote groep landbouwers die het goed menen.” Hij gelooft er sterk in dat de landbouwsector met vereende krachten het mestprobleem kan oplossen. Tegelijk rekent de dossierhouder bij Boerenbond op de overheid voor een “door de sector gedragen, uitvoerbaar en controleerbaar beleid”, nu en in de toekomst.

Bedrijfsbegeleiding
Twee jaar geleden werd de organisatiestructuur van de Vlaamse Landmaatschappij aangepast. De opdrachten begeleiding van landbouwers en controle op overtredingen door diezelfde landbouwers zijn sindsdien duidelijk gescheiden. Dat moest de drempelvrees om aan te kloppen bij de dienst Bedrijfsadvies van VLM wegnemen. “Doorgaans stellen we zelf begeleiding voor naar aanleiding van een te hoog nitraatresidu, maar de landbouwers zien de meerwaarde van onze begeleiding in en nemen ook meer en meer spontaan contact met ons op”, vertelt diensthoofd Luc Gallopyn. Meer dan 200 vrijwillige begeleidingen zullen in het vroege voorjaar van 2014 worden uitgevoerd.

mest.stalmest.2.jpgDe bedrijfsadviseurs van VLM werken in vertrouwen. Zij wijzen een landbouwer wel op eventuele fouten tegen de mestwetgeving maar spelen deze vaststellingen niet door aan de inspecteurs van de Mestbank. “We rekenen op de verantwoordelijkheid en medewerking van de landbouwer wanneer we de dingen aankaarten zoals ze zijn. Op die manier kunnen gerichte adviezen verstrekt worden”, aldus Gallopyn.

De afgelopen twee jaren kregen in totaal 850 landbouwers een bedrijfsbegeleidend advies van VLM. Daarin vernamen ze of hun mestbalans klopt, hoeveel ze maximaal mogen bemesten op perceelniveau, waar de focusgebieden en MAP-meetpunten nabij het bedrijf gelegen zijn, kregen ze indien nodig uitleg over de mestwetgeving en het maatregelenpakket bij een te hoog nitraatresidu. Door begeleiding bij de opmaak van bemestingsplannen en advies op maat van grondloze glastuinbouwbedrijven bereikte de dienst Bedrijfsadvies in 2012 en 2013 nog eens bijna 1.800 Vlaamse boeren en tuinders.

De 15 bedrijfsadviseurs helpen landbouwers om hun bemesting milieukundig op punt te stellen zonder in te boeten op gewasopbrengsten. “Onze bedrijfsadviseurs trekken veel tijd uit om bijvoorbeeld te wijzen op het belang van het tijdstip van bodemstaalnames gekoppeld aan de groeicurve van de gewassen, de stikstofwerkingscoëfficiënten van de verschillende mestsoorten, het belang van de periode van toedienen van meststoffen en het fractioneren van de bemesting, het nut van groenbedekkers, de bodemkwaliteit en het gehalte aan organische stof. Nu problemen niet meer gecamoufleerd kunnen worden door meer te bemesten, moeten parameters zoals de zuurtegraad van de bodem optimaal zijn. Een te hoge of te lage pH maakt nutriënten minder beschikbaar voor de gewassen”, besluit Gallopyn met een tip.

Wend je voor bedrijfsbegeleiding tot VLM en voor bemestingsadvies in functie van de teelten tot het praktijkcentrum of de provinciale coördinator van CVBB in jouw regio.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / NTV / Cofabel

Volg VILT ook via