nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Doen de alternatieven chirurgisch castreren vergeten?
04.06.2012  Biggencastratie

Voor het eerst in Vlaanderen is er uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het castreren van mannelijke varkens (beren) en naar de waarde van de alternatieven. Drie jaar lang voerde het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) experimenten uit op 20 varkensbedrijven. Bedoeling was om na te gaan hoe haalbaar elk van de alternatieven voor onverdoofde chirurgische castratie is op vlak van dierenwelzijn en -gedrag, vleeskwaliteit en berengeur, kostprijs en opbrengst, en in termen van arbeid en bedrijfsvoering. “Uiteindelijk zullen het echter niet de wetenschappers en ook niet de politiek of de varkensboeren zijn die in hun eentje het ‘beste’ alternatief kiezen”, zegt onderzoekster Marijke Aluwé. “De hele keten heeft hier zeggenschap over, tot en met de warenhuizen en de individuele consument.” De resultaten van het CASPRAK-onderzoek komen op 6 juni aan bod tijdens een studiedag.

Onverdoofd chirurgisch castreren bij biggetjes van minder dan zeven dagen oud is wettelijk toegelaten. Varkens worden tot nu toe gecastreerd omdat volwassen beren in bepaalde gevallen en volgens bepaalde menselijke ‘neuzen’ berengeur ontwikkelen in hun vlees en vet. De wet laat niet toe om dergelijk vlees met een afwijkende geur te commercialiseren. De vleessector hanteert een nultolerantie tegenover berengeur. Maar tegelijk is er op Europees niveau omwille van dierenwelzijnsredenen afgesproken om tegen 2018 definitief te stoppen met onverdoofde chirurgische castratie. Kennis over de alternatieve behandelingen staat dus hoog op de agenda.

Is er een duidelijk ‘winnend’ alternatief voor castreren uit het CASPRAK-onderzoek naar voren gekomen?
Marijke Aluwé (ILVO): Niet echt, maar we hebben nu wel een pak meer gegevens om die alternatieven te beoordelen. De hele keten, die internationaal georganiseerd is, zal uiteindelijk mee beslissen over het alternatief voor biggencastratie. De Duitse markt zal op een bepaald ogenblik misschien voor een ander alternatief kiezen dan de Nederlandse of de Franse. En onze boeren zullen zich richten op de markt waar ze voor werken. Bij de alternatieven die wij in CASPRAK testten, zitten er twee waarbij de testikels van het beertje nog effectief worden weggenomen. Dat zijn ‘castreren met pijnstilling’ (door een spuitje 15 minuten voor de operatie) , en ‘castreren onder verdoving’ (met CO2-gas). Bij de twee andere alternatieven wordt er niet gesneden in de testikels: dat is zo bij ‘chemisch castreren’ (een eiwitinjectie zorgt ervoor dat de mannelijke hormonen blokkeren) en ‘helemaal niet castreren’ (zodat de beren intact opgroeien en ten volle ontwikkelen).

Zijn die vier alternatieven allemaal wettelijk toegelaten?
biggenverdoving_ILVO.2.pngNeen, daar begint het al. Het gebruik van CO2-verdovingsgas is (nog) niet toegestaan. Je mag als boer ook geen dieren verdoven, daar moet een veearts bij aanwezig zijn. We hebben in Vlaanderen natuurlijk te weinig actieve dierenartsen als die elk jaar alle drie miljoen mannelijke biggen die hier geboren worden, zouden moeten komen verdoven en castreren. Pijnstilling mag de boer wel zelf toedienen. Voor immunocastratie (het product Improvac is geregistreerd in 2009) en intacte beren zijn er geen wettelijke belemmeringen, maar daar zet de markt nog een rem op: de afzet voor dat soort vlees is nog beperkt en je moet als boer eerst een overeenkomst maken met je slachthuis.

Toch zijn alle alternatieven nu op grote schaal uitgetest?
Wij hadden op voorhand afspraken gemaakt met de slachthuizen en de keten. De 20 varkenshouders die meestapten in het onderzoeksproject zijn dus niet financieel afgestraft als ze bijvoorbeeld hun intacte beren lieten slachten. Normaal trekt het slachthuis bij het slachten van een beer immers 12,5 euro af van de prijs. In totaal hebben we elke alternatieve behandeling toegepast op 2.400 beren (verspreid over de 20 bedrijven). De bedrijven moesten elk van de berengroepen in proef ook gescheiden afmesten om de metingen te kunnen doen. In onze eigen ILVO-varkensstal is er een voorafgaandelijke test gebeurd met telkens groepen van 18 beren. Er is echt wel veel behoefte aan praktijkresultaten. De sector vraagt zich bijvoorbeeld af of een nieuwe methodiek voor castratie praktisch en economisch haalbaar is. Is zo’n nieuwe methodiek op het einde van de rit en onder praktijkomstandigheden een verbetering voor het dier? Ontwikkelt of eet het dier anders? Is het meer of minder agressief? En hoe zit het met de eindkwaliteit van het varken en van het vlees? Die vragen kan je alleen beantwoorden door observaties op grote schaal.

En nu de cijfers. Wat concludeer je in verband met de kostprijs?
biggencastratie22.jpgPijnstilling toedienen kost, in vergelijking met onverdoofd castreren, 0,22 euro per big extra. Verdoven met CO2-gas kost 0,07 euro per big, plus de eenmalige aankoop van de operatiekar. Het vaccin voor chemische castratie is duurst: voor twee spuitjes komt het op 3,29 euro per varken. De beren ‘intact’ laten opgroeien kost niets. Wij hebben ook bekeken hoeveel uren extra arbeid elk alternatief vraagt, want ook dat beïnvloedt het eindresultaat. De pijnstillende spuitjes toedienen vonden de boeren nogal meevallen, maar ze moesten elk big wel twee keer vastpakken (eerst inspuiten, dan 15 minuten wachten en dan castreren). Met CO2-verdoving werken vraagt ervaring met het toestel en zal ook iets meer tijd in beslag nemen. Toepassing van immunocastratie levert in de kraamstal tijdswinst, maar die ben je kwijt door (twee keer) vaccin te moeten inspuiten in de afmestfase. Het is ook gemakkelijker om te werken met gescheiden afmest als je immunocastratie toepast. Het afmesten van intacte beren heeft vooral een invloed op je managementssysteem: die beren worden beter gescheiden van de gelten (jonge zeugen) afgemest. Het economisch beeld is pas volledig als je ook naar de zoötechnische resultaten en de slachthuisresultaten kijkt. Als een alternatieve behandeling ervoor zorgt dat een varken zich beter ontwikkelt of net iets minder eet per kilo vlees, dan is dat een belangrijk argument. Pijnbestrijding of castratie met CO2-verdoving levert op dat vlak helemaal geen verschil op met bargen die volgens de oude onverdoofde procedure werden gecastreerd. Toepassing van immunocastratie gaf een betere voederconversie (gemiddeld -0,21) en een verlaging van de voederkost met ongeveer 2,2 euro in vergelijking met de bargen. Per karkas kreeg de boer gemiddeld 3,8 euro meer, door de verhoging van het vleespercentage (0,8%). Afmest van intacte beren gaf ook een betere voederconversie (gemiddeld -0,27) en een verlaging van de voederkost met ongeveer 2,9 euro in vergelijking met de bargen. Een karkas bracht gemiddeld 1,9 euro meer op.

Hebben jullie ook de effecten op dierenwelzijn en op het gedrag kunnen objectiveren?
We weten al heel lang dat gecastreerde biggen en varkens minder agressief en seksueel rustiger zijn. Bij de start van het project was er een duidelijke vrees bij de Vlaamse varkenshouders dat niet-gecastreerde varkens onrust in de stal zouden veroorzaken, met de kans op gevechten, verwondingen, staartbijten en pootproblemen. De varkenshouders scoorden wekelijks de onrust in de stal en noteerden sterfte van de dieren. De onderzoekers deden elke week ook eigen systematische observaties tijdens de oriënterende proef op het ILVO. Bij de intacte beren was er inderdaad meer onrust in de stal vanaf de leeftijd van 25 weken, als je het vergelijkt met de bargen en de immunocastraten. Door het seksueel en agressief gedrag op het einde van de afmest, hadden de intacte beren meer (matige) verwondingen of waren ze (licht) kreupel. Dodelijke of zware ongevallen door gevechten hadden we niet. Op één bedrijf werden bijtletsels op de penis van intacte beren vastgesteld. Het gedrag van de immunocastraten is, vooral na hun tweede spuit op 23 weken leeftijd, te vergelijken met de bargen. Rustig dus. Conclusie, het afmesten van intacte beren kan een aangepast management vragen van de varkenshouder, de transporteur en het slachthuis.

Is de aanwezigheid van berengeur bij een klein deel van de dieren niet het grote struikelblok als men in Europa ooit effectief zou kiezen voor het houden van intacte beren?
varkens_ILVO.2.pngZeer zeker. Ons onderzoek heeft daar meer kennis over opgeleverd, maar nog geen definitieve oplossing. Er zijn twee belangrijke kwesties waarop verder gewerkt moet worden: de waterdichte detectie aan de slachtlijn en de reductie (liefst tot nul) op de productiebedrijven. Zolang die twee zaken niet in orde zijn, zal de afzet van karkassen van intacte beren beperkt blijven. Om berengeur in het vlees te detecteren, gebruikt men nu de soldeerboutmethode, een methode waarbij het nekvet van een karkas verhit wordt met een soldeerbout en de vrijgekomen geur door experten gescoord wordt van niet-afwijkend tot sterke berengeur. Dat geeft een indicatie maar het blijft subjectief. Er wordt gezocht naar een snelle, objectieve test om de mate van androstenon en skatol (de twee geurcomponenten) vast te stellen en te linken met een grenswaarde voor waarneembare berengeur. Het tweede pad is de reductie aan de bron. Wij hebben ontdekt dat de varkensrassen onderling verschillen qua kans op het optreden van berengeur. Het slachtgewicht een beetje verlagen heeft niet voor alle varkensrassen evenveel effect en is dus niet zinvol als algemene regel. De aard van het voeder konden we niet correleren met berengeurprevalentie. In elk geval is duidelijk dat gecastreerde beren en immunocastraten quasi nooit een berengeurscore opleverden. Bij de intacte beren ontdekten we de hinderlijke geur in gemiddeld drie procent van de karkassen. Veel bedrijven hadden weinig tot geen berengeur, maar er waren wel drie bedrijven waarvan ruim 10 procent van de beren ‘prijs had’. Er zou dus zoiets kunnen bestaan als bedrijven die arm zijn aan berengeur en andere die een hoger risico op berengeur hebben. Hoe constant in de tijd dat gegeven is, en waar het dan precies mee te maken heeft, is vooralsnog onduidelijk.

Is de houding van de deelnemende varkensbedrijven veranderd door aan het onderzoek mee te werken.
Ze vonden het over het algemeen een positieve ervaring. Hun houding tegenover de verschillende alternatieven is verschoven door de praktijkervaring. Vier van de twintig CASPRAK-varkenshouders hebben ondertussen de omschakeling naar intacte beren routinematig gemaakt, één varkenshouder werkt met immunocastratie. Op de andere bedrijven wordt pijnbestrijding tijdens de castratie toegepast. Verschillende Vlaamse varkenshouders hebben van hun slachthuis de mogelijkheid gekregen om eenmalig of routinematig over te schakelen op intacte beren of immunocastraten. Wij enquèteerden vorig jaar een 120-tal varkenshouders. 21 van hen hadden toen al ervaring met pijnbestrijding tijdens de castratie, 24 van hen met immunocastratie en drie met het afmesten van intacte beren. Het bundelen van deze praktijkervaring en terug verspreiden van deze praktische kennis is interessant voor alle varkenshouders die ook de overstap willen maken. Omschakeling naar intacte beren of immunocastraten hoeft geen bedreiging te vormen voor varkenshouders. Het kan zelfs een kans zijn, op voorwaarde dat voldoende informatie en ondersteuning verleend wordt om deze overstap te maken. Belangrijkste knelpunt voor de omschakeling naar intacte beren of immunocastraten is het gebrek aan afzetmogelijkheden in binnen- én in buitenland.

Meer weten? Bezoek op 6 juni de ILVO-studiedag over castratie.

Bron: |

Beeld: VILT/ILVO

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via