nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Vier keer bio in de praktijk
16.07.2009  Bio

Vier keer bio in de praktijk
We polsten bij vier landbouwers over hun keuze voor bio: Waarom kozen ze voor bio? Welke moeilijkheden ervaarden ze op het terrein? En vooral, zijn ze nog steeds tevreden dat ze voor biologische landbouw hebben gekozen?   

Melkvee: ‘Het productieniveau is iets lager, de kosten ook’
koe_iStock_000003251580Large.jpgWim De Middeleer uit Herzele is een van de 24 biologische melkveehouders in Vlaanderen, die vorig jaar samen 1157 koeien hielden. Hij schakelde in 1998 over en combineert 65 melkkoeien met jongvee, mestvee en een beperkt aantal varkens. ‘Ik heb voor bio gekozen omdat ik niet langer wilde meedraaien in de bulkmolen van wat ik industriële landbouw noem. In vergelijking met vroeger haal ik veel meer voldoening uit mijn werk. Bij alles wat we binnenhalen zijn we fier op wat we geproduceerd hebben, in plaats van op hoeveel.’

‘Van zodra je de kneepjes kent, valt het goed mee om biologisch te werken. De natuur kan veel meer dan je denkt. Het productieniveau is wel wat lager, maar de kosten zijn dat ook. We zijn momenteel bijna 100 % zelfvoorzienend. Het gemengd rantsoen gras-klaver-graan is evenwichtig en volstaat om de dieren gezond te voederen. We moeten geen eiwitten meer importeren als correctievoeder. Voor de bodemvruchtbaarheid ploegen we ook minder en we werken met meer verschillende gewassen en natuurlijke houtkanten.’

Voor het mestvee en de varkens werkt Wim samen met een bioslager in de buurt. Voor de afzet van zijn melk is hij aangesloten bij de coöperatie Biomelk Vlaanderen. ‘Momenteel zit de prijs op ongeveer 35 eurocent per liter. Niet echt goed, maar vergeleken met de gangbare prijzen toch niet slecht. Hoewel de agro-industrie het tegendeel beweert, merk je toch dat meer en meer mensen appreciëren dat we milieubewust produceren. Ik ben ervan overtuigd dat gangbaar meer en meer onder druk komt te staan.’

Bio sinds: 1998
Bedrijfsoppervlakte: 75 hectare
Teelten: graan, aardappelen, gras-klaver
Dieren: 65 melkkoeien, 65 jongvee, 20 mestvee, 7 zeugen + biggen en mestvarkens
Leeftijd: 48 jaar

 


Tuinbouw: ‘Mechanische onkruidbestrijding blijft uitdaging’
tomaat_iStock_000006806737Medium.jpgLuc Pauwels uit Ternat startte in 1981 een biologisch tuinbouwbedrijf van nul op. ‘Uit jeugdig idealisme’, zegt hij. ‘Maar ik ben nog altijd erg blij met die keuze. Ik heb mijn bedrijf geleidelijk kunnen uitbreiden van 2,5 tot 17 hectare. In vergelijking met de gangbare teelt is onze werkwijze een stuk arbeidsintensiever. Ik heb twee mensen vast in dienst en moet geregeld seizoensarbeiders inschakelen. Dat betekent dat onze productiekosten een stuk hoger zijn, maar dat vertaalt zich ook in een hogere verkoopprijs.’

De grootste moeilijkheid in de biologische tuinbouw is volgens Luc de onkruidbestrijding. ‘Afhankelijk van de teelt passen we verschillende technieken toe. We hebben een aantal machines voor mechanische onkruidbestrijding, zoals een wiedeg, schoffelmachines, een wiedbed en branders. Maar het blijft een uitdaging. Voor sommige teelten, zoals wortelen, moeten we zelfs nog manueel het onkruid tussen de planten bestrijden. Met het oog op de bodemvruchtbaarheid gebruiken we alleen natuurlijke mest, wat in combinatie met onze vruchtafwisseling erg goede resultaten geeft.’

In overleg met het PCBT combineert Luc twee teeltplannen: een waarbij grasklaver wordt gevolgd door pompoenen, triticale en wortelen; en een waarbij hij aardbeien afwisselt met triticale, courgettes en grasklaver. ‘Al varieer ik wel dikwijls afhankelijk van de marktverwachtingen die ik van de veiling doorkrijg. Of dat in 2008 een goed jaar heeft opgeleverd? Ik volg de gangbare prijzen onvoldoende om echt te kunnen vergelijken, maar ik denk dat ik niet mag klagen.’

Bio sinds: 1981
Bedrijfsoppervlakte: 17 hectare
Teelten: pompoen, triticale, wortels, aardbeien en courgette
Leeftijd: 47 jaar

 


Akkerbouw: ‘Afhankelijker van het weer en personeel’
graan_iStock_000005367524Medium.jpgCarlos Noë uit Sint-Margriete startte in 1998 met een stapsgewijze omschakeling naar bio. ‘De aanleiding was een harde confrontatie met kanker. Toen begon ik na te denken over de samenhang met voeding en werken zonder chemicaliën. Op bedrijfsvlak merk je dat grond bij te enge vruchtafwisseling uitgeput raakt en dat overproductie geen betere prijzen oplevert. De overstap was een ingrijpend proces waarbij ik ook mijn vrouw en onze drie kinderen nauw betrokken heb. Vandaag voelen we ons veel gezonder en halen we meer arbeidsvreugde uit onze job.’

‘Om biologisch te kunnen werken is een ruime teeltrotatie noodzakelijk (1/5 of 1/6). Daardoor zie je de natuurlijke vijanden terugkeren en aaltjes of bodemmoeheid verdwijnen. We kiezen ook voor rassen die minder ziektegevoelig zijn. De voorbereiding voor een teelt is erg belangrijk omdat je moeilijker kunt bijsturen. Soms komt er wel wat creativiteit bij kijken om problemen aan te pakken. Vooral de bestrijding van wortelonkruiden is niet eenvoudig. Zo ben je voor handmatig wiedwerk zeer afhankelijk van extern personeel en de weersomstandigheden.’

‘Voor de afzet van onze producten zijn we lid geworden van de coöperatie Greenpartners. In vergelijking met vroeger hebben we meer contact met de consument en/of afnemer. Als ik terugblik op de voorbije jaren vind ik dat de kwaliteit en de opbrengst van onze teelten goed meevallen. Het is wat intensiever werken, maar je krijgt een meerprijs en veel waardering. Ik ben best tevreden over ons inkomen, hoewel de prijzen meer en meer onder druk komen. Voorts halen we veel voldoening uit onze samenwerking met de vzw Mondina, die op ons hof originele landbouweducatie organiseert.’

Bio sinds: 1998
Bedrijfsoppervlakte: 30 hectare
Teelten: luzerne, gras-klaver, granen, aardappelen, wortelen, gele en rode ui, pompoen
Leeftijd: 58 jaar

 


Fruit: ‘Preventief werken en korter opvolgen’
peer_iStock_000005076815Medium.jpgBenny Blezer uit Rummen zette in 1995 de stap naar bio. ‘Voor een groot deel voor mezelf. Omdat ik absoluut niet graag met chemische producten werkte. De omschakeling verliep toen erg moeilijk omdat er nog nauwelijks begeleiding was. Maar vandaag is dat helemaal anders. Nu moet je niet meer je hele bedrijf in één keer omschakelen. En de omkadering van de biosector is veel professioneler geworden. Zodra we waren waar we moesten zijn, ging alles wel erg vlot. Ik zou niet meer willen terugkeren.’

Volgens Benny komt het erop aan om de knop om te draaien en afstand te doen van het gemak van chemische bestrijding. ‘In de biologische fruitteelt moet je de teelten van erg kortbij opvolgen. Je kunt minder ingrijpen en moet dus voor een deel preventief werken. Wij spuiten bijvoorbeeld met plantenversterkende – natuurlijke – middelen. Door houtkanten aan te leggen, trekken we natuurlijke vijanden aan. En het uitdunnen, waardoor zich niet een hoop kleine maar enkele grote vruchten vormen, gebeurt manueel.’

‘Het is niet altijd eenvoudig, maar door de band ben ik zeer tevreden over de resultaten’, zegt Benny. ‘Na die maanden van onzekerheid is de voldoening des te groter. Het klopt wel dat je appel- en perenopbrengst een stuk lager is. Maar dat wordt gecompenseerd door de hogere verkoopprijs. Tot hiertoe althans, want ook in de biosector merken we dat de prijzen meer en meer onder druk worden gezet door de supermarkten.’

Bio sinds: 1995
Bedrijfsoppervlakte: 10 ha fruit en 1 ha tomaten onder glas
Teelten: appels, peren, tomaten
Leeftijd: 59 jaar

Bron: Landgenoten

Beeld: Jansen & Janssen

Volg VILT ook via