nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Bio: voor varkensboeren die loon naar werken willen
06.02.2012  Biovarkenshouderij

In tijden van schaarste krijgt een boer loon naar werken. Voor varkensboeren is het al jarenlang vergeefs wachten op een krappe marktsituatie die het tij doet keren. Toch zijn in België een 70-tal varkenshouders actief in een vraaggestuurde markt. Er zijn immers elke week 120 tot 150 biologische varkens tekort in ons land. In Europa overstijgt de vraag naar biologisch varkensvlees het aanbod zodat er ruimte is voor een beheerste groei van de productie. Bio als alternatief met toekomst en toch aarzelen gangbare boeren om de stap te zetten. Voor biologische varkenshouders is een vrij stabiele prijs van 2,8 tot 3,2 euro per kilo geslacht gewicht van een varken weggelegd en circa 100 euro voor biologische biggen. Wie durft de overstap maken? Wat houdt de twijfelaars tegen?

De laatste vijf jaar kampen varkenshouders met een dalend of bij wijlen zelfs negatief arbeidsinkomen door lage varkensprijzen en hoge voeder- en andere kosten. In plaats van te blijven hopen op betere tijden, kan men het roer ook omgooien en resoluut kiezen voor een positief arbeidsinkomen door het varkensbedrijf om te schakelen naar bio. Een 40-tal boeren had het voorbije jaar ambities in die zin, maar voorlopig laten zij zich nog tegenhouden door hun twijfels. “De investeringen in aangepaste huisvesting, een gebrek aan ruimte als uitloop voor de dieren, de moeilijke omschakelingsfase en de stijgende prijs voor biologische varkensvoeders zijn de voornaamste obstakels”, zegt Sofie Hoste, consulent binnen het project ‘Bio zoekt Boer’.

biovarkens2b_Bio zoekt Boer.jpgHoste zoekt samen met Vlaamse land- en tuinbouwers naar kansen voor biologische landbouw op hun bedrijf. Zeven op de tien landbouwers die omschakelen naar bio doen dat na een contactmoment met ‘Bio zoekt Boer’. In 2011 zijn er 30 nieuwe biologische land- of tuinbouwbedrijven gestart. Opvallend is dat slechts 13 van de ruim 250 Vlaamse bioboeren varkens kweken. Slechts voor vier van hen is het ook de hoofdactiviteit op hun landbouwbedrijf. Uiteraard ambieert een bioboer niet dezelfde schaalgrootte als zijn collega die gangbaar boert. De arbeidsbehoefte op een biobedrijf is immers ruim het dubbel van die in de gangbare varkenshouderij, namelijk één voltijdse arbeidskracht per 100 zeugen en bijhorende afmest van vleesvarkens.

De totale biologisch gehouden varkensstapel is tussen 2003 (1.635 vleesvarkens) en 2010 (1.672 vleesvarkens) amper toegenomen, al waren er in 2006 even 2.810 vleesvarkens in Vlaanderen. In vergelijking met de totale Vlaamse varkensstapel van bijna zes miljoen dieren staat de sector dus nog in zijn kinderschoenen. De stilstand van de biovarkenshouderij in Vlaanderen staat in schril contrast met de ontwikkeling die de sector in Wallonië en in onze buurlanden kent. In het zuiden van ons land groeide de varkensstapel in één jaar tijd met 65 procent zodat de vleesvarkensstapel 12.600 dieren telde in 2010. Duitsland is de belangrijkste Europese producent en verbruiker van biologisch varkensvlees, met 250.000 geslachte vleesvarkens per jaar. Daarnaast zijn ook Denemarken, Frankrijk, Nederland en Oostenrijk belangrijke producenten van biologisch varkensvlees (meer dan 70.000 varkens per jaar). In gans Europa werden in 2010 ruim 700.000 biovarkens geslacht. Een deel van de dieren wordt gehouden in grote, gespecialiseerde biovarkensbedrijven met 150 en meer zeugen. Daar staat tegenover dat de prijs voor biologische varkens over het algemeen een beetje hoger ligt in België dan bijvoorbeeld in Duitsland en Nederland.

Lees ook:
Bio en de wet
Een starter zou kunnen overwegen om de varkensstapel om te schakelen, maar de gronden gangbaar te blijven bewerken. “Of dit verstandig is, betwijfel ik want dan moet al het varkensvoeder duur betaald worden en de mest moet dan getransporteerd worden naar gronden van een andere bioboer”, zegt Hoste. De varkensstapel stapsgewijs omschakelen, kan niet. De regelgeving laat niet toe dat dieren van eenzelfde soort tegelijk gangbaar en biologisch op eenzelfde bedrijf worden gehouden. Dieren moeten een uitloop in open lucht hebben en in hun stal natuurlijke ventilatie, daglicht, stro en op niet meer dan de helft van de oppervlakte een roostervloer. Op een biovarkensbedrijf zitten de stallen minder vol wat de dieren toelaat om natuurlijk gedrag te vertonen. Dat neemt de belangrijkste stressfactor weg en zorgt voor varkens met een hogere weerstand. In de biologische varkenshouderij primeert gezondheid en het voorkomen van ziekten. Is een dier ondanks alle preventieve maatregelen toch ziek of gewond, dan mag het uiteraard behandeld worden. Onder strikte voorwaarden en mits voorafgaande diagnose door een veearts zijn allopathische geneesmiddelen en antibiotica toegestaan.

biovarkens.jpgEen bioboer kan zijn varkens vermarkten via een hoevewinkel of een biologische slager of hij kan leveren aan de groothandel. In dat laatste geval is de keuze in Vlaanderen beperkt want alleen EEG Slachthuis Mechelen, Slachthuis Genk en Slachthuis Noordvlees-Van Gool in Kalmthout beschikken over een erkenning. Die laatste breidt zijn activiteiten in biovarkensvlees uit en neemt daardoor biovarkens af die voorheen in Wallonië geslacht werden. Porc Qualité Ardenne (PQA) en Lovenfosse dat de bio-activiteiten van Abattoir Detry voortzet, zijn ten zuiden van de taalgrens de twee slachthuizen met erkenning voor bio. “Zowel de slachthuizen als grootwarenhuizen, speciaalzaak BioPlanet en distributeur Biofresh zijn vragende partij voor meer biovarkens uit eigen land”, weet Paul Verbeke, coördinator van ‘Bio zoekt Keten’, het zusterproject van ‘Bio zoekt Boer’. Uit een rondvraag van Bio zoekt Keten blijkt dat er elke week naar schatting 120 tot 150 varkens uit onder meer Nederland en Duitsland geïmporteerd worden om het tekort in België aan te vullen.

BioForum, de ketenorganisatie van de biologische landbouw en voeding, ziet in bioproductie vooral voor de minder intensieve varkensbedrijven in Vlaanderen een kans om zich te differentiëren van hun gangbare collega’s en meerwaarde te creëren. “Een bioboerderij is bij voorkeur een gemengd en grondgebonden bedrijf”, zegt coördinator Landbouw bij BioForum An Jamart, “zodat de mineralenkringloop gesloten is en het bedrijf zo min mogelijk van derden afhankelijk is voor voederproductie en mestafzet.” Bezit een varkenshouder onvoldoende grond om dit te realiseren, dan kan hij afspraken maken met collega-bioboeren over voederwinning en mestafzet. Biologisch varkensvoeder kan ook aangekocht worden bij erkende voederfirma’s. Maximum vijf procent van het rantsoen mag bestaan uit niet-biologische eiwithoudende voedergrondstoffen vanwege het gebrek aan lokale bioteelt van eiwithoudende gewassen. “Op termijn wordt 100 procent biologisch varkensvoeder waarschijnlijk verplicht, wat de kostprijs nog zal verhogen”, waarschuwt Jamart.

Lees ook:
Biologische veevoeders
Het voeder maakt ongeveer de helft van alle kosten op een biovarkensbedrijf uit. Wie zelf ruwvoeder en/of krachtvoeder biologisch teelt, kan de voederkosten op zijn bedrijf drukken. In de gangbare varkenshouderij wordt geen gras of kuilmaïs meer verstrekt door de hoge arbeidsbehoefte. Een bioboer doet die inspanning wel omdat ruwvoeder de gezondheid, rust en het dierenwelzijn bevordert. Granen in plaats van maïs telen om in te kuilen, vereenvoudigt voor een biobedrijf de onkruidbestrijding. Een mengteelt van granen met erwten of bonen zorgt bovendien voor voldoende eiwitten in het rantsoen. Ook koolzaad en gras-klaver leveren een eiwitrijk voeder.

Naast ruwvoeder krijgen de varkens ook krachtvoeders. Eigen granen en peulvruchten kunnen tot krachtvoeder worden verwerkt, maar de meeste bioboeren doen (ook) beroep op een veevoederfirma. Aan biologisch krachtvoeder is een prijskaartje verbonden van 400 tot 500 euro per ton naargelang het om start-, biggen-, mestvarkens- dan wel zeugenmeel gaat. “Dat is momenteel ongeveer 60 procent duurder dan de gangbare varkensvoeders”, zegt Walter Vandepitte, directeur Veevoeding bij Molens Dedobbeleer in Halle. Een gesloten biobedrijf met 100 zeugen en afmest van 2.000 vleesvarkens per jaar moet rekening houden met een voederbehoefte van 115 ton zeugenvoeders en 700 ton voeder voor de vleesvarkens. Een prijsstijging van 10 euro per ton voeder resulteert bij een voederconversie van 3,0 in een kostprijsstijging van 0,03 euro per kilo vlees. “Het is dus belangrijk dat dieren de voedergrondstoffen optimaal benutten, maar bij biovarkens moet je door de aangepaste huisvesting en de zoektocht naar de ideale rantsoensamenstelling sowieso rekening houden met een hogere (minder goede, nvdr.) voederconversie”, informeert Jamart.

Lees ook:
Groene varkens zonder rode cijfers
Tegenover de hoge voederkost staat een vrij constante prijs voor de boer van 2,8 tot 3,2 euro per kg karkasgewicht. De prijzen variëren naargelang de karkaskwaliteit en de afnemer. De prijs voor biologische varkens ligt over het algemeen ook een beetje hoger in België dan bijvoorbeeld in Duitsland en Nederland. “De vraag naar biologisch varkensvlees die het aanbod overtreft, maakt het iets gemakkelijker om voor bio de noodzakelijke meerprijs te realiseren”, denkt Paul Verbeke. “Anderzijds drukken de lage prijzen in de gangbare varkenshouderij ook de prijs voor biovarkensvlees. We proberen die twee van elkaar los te koppelen, maar de ervaring leert dat een consument vergelijkt en het prijsverschil niet te hoog mag oplopen.” Wie de rendabiliteit van gangbaar en bio vergelijkt, mag zich niet miskijken op het arbeidsinkomen per vleesvarken. Per varken scoort bio opvallend beter, maar het verschil in het voordeel van de bioboer is minder groot omdat de arbeidsbehoefte op een biobedrijf groter is zodat er veel minder varkens gehouden kunnen worden. Naast het aantal verkochte varkens per jaar hangt de rendabiliteit ook af van het aantal verkochte varkens per zeug. Daarop heeft de vakkennis van de boer een grote invloed. “In de biovarkenshouderij is er nog veel ruimte om de productiviteit te verbeteren aangezien de sector nog in volle ontwikkeling is”, denkt Jamart.

Vanuit de overtuiging dat biologische landbouw in de verdere verduurzaming van de Vlaamse landbouw een rol zal spelen, krijgt deze productiemethode bijzondere ondersteuning van de Vlaamse regering. De overheid biedt zowel een kapitaal- als rentesubsidie voor investeringen in de biolandbouw voor zover die gericht zijn op milieuvriendelijkheid, dierenwelzijn of diversificatie. Via een premie per hectare worden bioboeren - vooral tijdens de omschakeling maar ook de jaren daarna nog - financieel ondersteund. Extra subsidies zijn er voor startende bioboeren: een tussenkomst in de kosten van een bedrijfsontwikkelingsplan en van bedrijfsbegeleiding gedurende de eerste vijf jaren. Erkende controleorganisaties waken over de kwaliteitsgaranties. Door een flink deel tussenkomst van de Vlaamse regering moeten bioboeren de controlekosten niet alleen dragen.

Meer weten? Bezoek de studieavond van slachthuis Noordvlees-Van Gool, lees de brochure ‘Omschakelen naar biologische varkenshouderij’ of contacteer ‘Bio zoekt Boer’.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Bio zoekt Boer

Volg VILT ook via