nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

28.10.2012 Braziliaanse soja-industrie verlengt akkoord met ngo's

De Braziliaanse soja-industrie engageert zich om het komende jaar opnieuw geen handel te drijven met bedrijven die betrokken zijn bij de ontbossing van het Amazonewoud. Daartoe ondertekent ze samen met ngo’s zoals Greenpeace een Sojamoratorium. Greenpeace reageert tevreden. “Dit sterkt onze motivatie om te blijven vechten voor de bescherming van het woud en de duurzame landbouw”, klinkt het.

Het moratorium werd voor de eerste keer ondertekend in juli 2006, en werd afgelopen week voor de zesde keer verlengd. De nieuwe overeenkomst tussen de Brazilian Association of Vegetable Oil Industries (ABIOVE), de Brazilian Association of Cereal Exporters (ANEC) en enkele ngo’s loopt tot januari 2014.

“Deze verlenging garandeert dat 24 grote graanhandelsbedrijven, die 90 procent van de sojamarkt in Brazilië vertegenwoordigen, ook volgend jaar geen producten kopen van bedrijven die verbonden zijn met de ontbossing van het Amazonewoud”, stelt een tevreden Greenpeace. “Het is een opsteker voor iedereen die vecht voor de bescherming van het woud en voor duurzame landbouw, zeker nu de bescherming van het leefmilieu in Brazilië onder druk staat door de nieuwe Boswet.”

Het moratorium werpt volgens de organisatie duidelijk zijn vruchten af. “Terwijl de boskap in Brazilië de afgelopen vijf jaar daalde, bleef de sojaproductie groeien.” En die groei houdt aan: volgens het Mato Grosso Institute of Applied Economics zal de sojamarkt in Mato Grosso de volgende tien jaar nog met 62 procent in volume groeien.

Om dit te kunnen bereiken, moet het areaal ook stijgen, met bijna 52 procent. “Maar dit wil niet zeggen dat er bos moet worden gekapt. Vijfentachtig procent van de vruchtbare grond in Mato Grosso wordt immers gebruikt voor veehouderij, en kan worden omgevormd tot sojaplantages. Verder kunnen verbeteringen in productiviteit, bewaring en transport ook zonder extra ontbossing de groei in sojaproductie verzekeren.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via