nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

19.03.2001 Britse overheid kan vernietigingsritme niet volgen

In Groot-Brittannië is het aantal besmettingshaarden van mond- en klauwzeer maandagnamiddag opgelopen tot 329. Ondertussen blijkt de overheid het tempo van de geplande vernietiging van duizenden dieren niet te kunnen volgen.

Het doden en vernietigen van besmette dieren moet sneller, zegt Gill Shearer van de National Farmers' Union. "Er zijn enorme vertragingen op het tijdschema", luidt het. De beesten van bedrijven waar mond- en klauwzeer werd vastgesteld, worden niet snel genoeg afgemaakt. Op andere plaatsen blijven de karkassen lange tijd liggen vooraleer ze worden opgehaald en verbrand. "De dode dieren liggen te rotten. De reuk is verschrikkelijk", zegt Anne Young, een schapenhoudster uit de zwaarst getroffen regio Cumbria. Daar werden al 86 uitbraken van mond- en klauwzeer ontdekt.

Maandag trok de veterinaire expert van de Britse regering, Jim Scudamore, naar Cumbria. Hij kwam er de plaatselijke landbouwers de noodzaak uitleggen van de grootscheepse preventieve vernietigingscampagne. De regering wil de komende dagen in Cumbria en de Schotse regio's Dumfries en Galloway ruim 300.000 gezonde maar risicovolle dieren (die zich binnen een straal van 3 km rond een besmettingshaard bevinden) preventief afmaken om een verdere verspreiding van het virus te voorkomen.

Scudamore, die door de boeren van Cumbria bijzonder koel werd onthaald, zei dat de opruimingsteams zo snel mogelijk werken, maar dat het enorme aantal dieren dat moet worden opgeruimd voor vertragingen zorgt. "We willen de karkassen zo gauw mogelijk weg van de boerderijen. Maar onze prioriteit gaat naar het doden van de verdachte dieren, zodat ze het virus niet kunnen verspreiden", zei Scudamore in een interview met de BBC Radio. Ook na het gesprek in Cumbria blijft hij bij het voornemen om zo'n 300.000 dieren preventief af te maken. Hij voegde er aan toe dat de overheid studenten-dierenartsen inschakelt om alles sneller te doen gaan.

"Waarom beslissen om duizenden gezonde dieren af te maken, als je nog niet eens in staat bent de zieke dieren op te ruimen?", vragen sommige Britse boeren zich boos af.

De National Farmers' Union steunt de massale slachting wel. De voorzitter van de vereniging Jim Walker benadrukte in een gesprek met de BBC Radio dat het bijzonder moeilijk is het virus bij schapen te ontdekken. Hij verwijst naar een schapenbedrijf waar 90 procent van de laametjes die recent ter wereld kwamen, dood werden geboren. De ooien vertoonden nochtans geen ziektetekenen. "De man kreeg elke dag dierenartsen over de vloer. Uiteindelijk konden die toch een besmetting van mond- en klauwzeer ontdekken", zegt hij.

Groot-Brittannië gaat maandagnamiddag op de Europese Landbouwraad haar vernietigingsbeleid verdedigen. De Britten verkiezen het opruimen van verdachte dieren boven een eventuele vaccinatie. "Enkel door het massaal opruimen van verdachte dieren kunnen we de ziekte uitroeien", vindt de Britse landbouwminister Nick Brown.

Experten schatten dat de mond- en klauwzeerepidemie die nu bijna een maand door Groot-Brittannië woedt, de Britse economie zo'n 9 miljard pond (circa 570 miljard frank) zal kosten. De effecten van de crisis (bijvoorbeeld vervoersbeperkingen voor vee) zouden nog het hele jaar merkbaar kunnen zijn.

Bron: Belga/Reuters

Volg VILT ook via