nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Export is van levensbelang voor onze land- en tuinbouw"
21.01.2013  Cindy Day, Sarah Musschebroeck & Gert Van Causenbroeck (Exportcel VLAM)

België produceert 2,5 keer meer varkensvlees en aardappelen dan het binnenlands verbruik. Ook voor rund- en kalfsvlees en groenten valt de productie in ons land hoger uit dan de consumptie. “Export is van levensbelang voor de land- en tuinbouw in ons land”, concludeert het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). De exportcel van VLAM is recent uitgebreid en nu twee vrouwen en één man sterk. “Nieuwe afzetmarkten aanboren, maakt ons minder afhankelijk van uitvoer naar de buurlanden”, vertelt coördinator Cindy Day. “De nieuwe lidstaten winnen aan belang”, weet Sarah Musschebroeck. “Een doosje Belgische chocolade opent in het buitenland deuren voor onze land- en tuinbouwproducten”, verklapt Gert Van Causenbroeck hoe je goede contacten legt.

In het jaarprogramma van VLAM staat het goede voornemen om te prospecteren buiten de EU. Wat is de reden en welke markten gaan jullie verkennen?
VLAM: De exportcel binnen VLAM stelt zich tot doel de export van Vlaamse land- en tuinbouwproducten uit te breiden en te diversifiëren naar meer afzetmarkten. Dat zal ons minder afhankelijk maken van uitvoer naar onze buurlanden, Duitsland in het bijzonder, en naar Rusland. De voorbije jaren lag de focus op de nieuwe EU-lidstaten in Oost-Europa. Dit jaar gaat onze aandacht onder meer uit naar Kroatië, dat deze zomer toetreedt tot de Europese Unie. Maar we prospecteren ook nieuwe markten buiten de EU zoals Oekraïne en - verder van de deur - Azië, Canada en de Verenigde Arabische Emiraten. In het Verre Oosten concentreren we de inspanningen op China, Viëtnam en Japan. Naast de zoektocht naar nieuwe marktkansen blijven we de vertrouwde markten, dichtbij en veraf (Rusland en de Verenigde Staten), bewerken.

CindyDay.1.jpg“Witloof uit Vlaanderen is in Japan een dure delicatesse” [Cindy]

Hoe gaat de zoektocht naar interessante buitenlandse afzetmarkten in zijn werk?
Dat begint met de exportwerkgroepen die interesse tonen in een bepaalde markt. Naast de al sinds 2003 bestaande stuurgroep voor de export van rund-, kalfs en varkensvlees (Belgian Meat Office), bestaan er vandaag ook exportwerkgroepen voor groenten en fruit, sierteelt, pluimvee en konijn, aardappelen en biologische producten. Voor cijfermateriaal kunnen zij te rade gaan bij Cindy Day en Sarah Musschebroeck. Via Eurostat en het International Trade Centre kennen we de in- en uitvoer van EU-lidstaten en derde landen. Informatie inwinnen over de consumptie in derde landen is een grotere uitdaging. VN-voedselorganisatie FAO verzamelt daarover gegevens, maar bijvoorbeeld voor vlees zijn de verbruikscijfers weinig nauwkeurig. Marktstudies aankopen bij een onderzoeksbureau als GfK is een optie, maar wel een dure. Met onze analyses informeren we de sector. Vooral de exporteurs hebben nood aan snelle en hapklare informatie. Over enkele maanden kunnen we hier nog beter op inspelen met een vernieuwde exportwebsite. Ook starten we vanaf dan met het uitsturen van een nieuwsbrief op maat van de sector.

Zit het werk er op als de sector en de exporteurs goed geïnformeerd zijn?
Als de conclusie is dat er geen marktkansen zijn of dat de exporteurs liever op eigen houtje actie ondernemen, dan stopt het daar. In het andere geval zet de sector het licht op groen voor marktprospectie. Gert Van Causenbroeck bezoekt dan beurzen en bedrijven en legt contacten, waarbij hij geruggensteund wordt door Flanders Investment & Trade (FIT). Hij schat het marktpotentieel in en rapporteert zijn ervaringen, waarna de sector kan beslissen om een stap verder te gaan. Dat kan een contactdag zijn met aankopers in het buitenland of de aanwezigheid op een beurs als er duidelijk een opportuniteit is. VLAM leidt dat in goede banen en waakt erover dat de actie steeds de volledige (deel-)sector ten goede komt. Dat onderscheidt ons van FIT, een organisatie die meer op maat van individuele bedrijven werkt. Een goede verstandhouding is er met FIT maar ook met het Departement Landbouw en Visserij en het Voedselagentschap. De ondersteuning van export is voor het Voedselagentschap uitgegroeid tot een prioriteit.

Wat is de return van bijvoorbeeld een deursdeelname?
fruit.beurs_VLAM.1.bmpOp de kernmarkten mikken we met B2B-promotie op een consolidatie van onze marktpositie door de troeven van Vlaamse producten in de verf te zetten. Op nieuwe markten is zo’n contactdag of beursstand een eerste kennismaking voor aankopers in het buitenland met de Vlaamse land- en tuinbouwproducten. Het is een kwestie van investeren in marktkennis, contacten en naambekendheid voor een label als Flandria om later te kunnen oogsten via een grotere omzet uit export.

Welke landen zijn onze belangrijkste afnemers?
Voor heel wat landbouwproducten gaat 60 tot zelfs 70 procent naar buurlanden Frankrijk, Duitsland en Nederland. Maar de nieuwe lidstaten winnen aan belang, Polen op kop. Rusland is belangrijk voor groenten, fruit en vlees. En voor een specifiek product zoals een soepkip is Afrika een typische bestemming.

SarahVLAM.1.jpg“België produceert 2,5 keer het binnenlands verbruik van varkensvlees en aardappelen” [Sarah]

België wordt een exportland genoemd. Terecht?
Bijna voor alle voedingswaren ligt de zelfvoorzieningsgraad in België hoger dan 100 procent. Exporteren is met andere woorden een noodzaak voor producten als varkensvlees (260% zelfvoorzienend), aardappelen (250%), rund- en kalfsvlees (142%) en groenten (136%). Sectorfederatie FEVIA becijferde dat in 2011 ruim 49 procent van de omzet van de Belgische voedingsindustrie door export werd gerealiseerd. Daar moet je de export van niet-verwerkte basisproducten nog bijtellen om een idee te hebben van de totale uitvoer van landbouw- en voedingsproducten.

Zijn het verwerkte voedingswaren die wij exporteren of gaat een ander land vaak met de meerwaarde lopen?
Dat is voor elke sector anders. Dankzij de aanwezigheid van de aardappel- en groenteverwerkende industrie exporteert België vooral aardappelproducten en diepvriesgroenten. Voor varkensvlees is het moeilijker om de meerwaarde in eigen land te houden. Duitsland is uitgegroeid tot de grote draaischijf voor de handel in varkensvlees zodat we vooral varkenskarkassen exporteren. De lagere loonkosten bij de uitsnijderijen en vleesverwerkers in Duitsland en de nieuwe lidstaten, zijn de reden. Wij mogen ons nog gelukkig prijzen want Nederland en Denemarken exporteren noodgedwongen levende varkens naar Duitsland omdat ook hun slachthuizen niet kunnen concurreren.

pinguinlutosa1.jpgRecent lanceerde de Belgische voedingsindustrie een ambitieus plan om de omzet uit export met vijf miljard euro te doen stijgen tegen 2015. Werken jullie samen met sectorfederatie FEVIA aan die doelstelling?
FEVIA en VLAM werken parallel aan hetzelfde doel. Zij leggen iets meer de nadruk op verwerkte voedingswaren, wij hebben vooral aandacht voor de basisproducten van de boeren en tuinders. De voedingsindustrie maakt overigens deel uit van de raad van bestuur van VLAM. Dagelijkse contacten zijn er niet, goede contacten wel. De naam laten vallen van een sterk merk opent trouwens deuren.

Zijn kwaliteitslabels als Flandria en Certus ook in het buitenland gekend?
De meeste kwaliteitslabels zijn alleen voor de binnenlandse markt bedoeld, maar net die twee vormen de uitzondering op de regel. Flandria geniet in het buitenland evenveel bekendheid als (andere) grote merken van verse groenten en fruit. In Frankrijk en Duitsland doet Flandria bij 90 procent van de aankopers een belletje rinkelen. Ook Certus is een belangrijk label voor het buitenland, niet omdat het daar als zodanig gebruikt wordt maar omdat het gelijkwaardig is aan het Duitse QS-label en ons toegang verleent tot die o zo belangrijke afzetmarkt voor varkensvlees. Ook de Europese labels voor streekproducten verdienen hier een vermelding.

Gert.VLAM.1.jpg“De Europese erkenning als streekproduct gaf de export van Gentse azalea’s een zetje” [Gert]

VLAM zet op de binnenlandse markt de kwaliteit van inlandse landbouwproducten in de verf. Als andere landen hun lokale productie even fanatiek promoten, dan komen wij toch nergens met onze export?
Wat is lokaal? West-Vlaanderen is dichter bij Noord-Frankrijk gelegen dan Zuid-Frankrijk dat is. Voor een aantal Duitse regio’s is hetzelfde waar. Maar het klopt dat we op de eigen markt ‘Lekker van bij ons’ promoten en tegelijk inzetten op export omdat dat van levensbelang is voor de Vlaamse land- en tuinbouw. Dichtbij huis botsen we inderdaad op het chauvinisme van bijvoorbeeld de Fransen. Ook Duitsland schermt met ‘regionaliteit’ en positioneert de eigen producten in een hoger en aantrekkelijker segment. Tegen het idee van het verenigde Europa in, plooien de meeste lidstaten terug op promotie van nationale producten.Gelukkig voor ons is een land als Duitsland verre van zelfvoorzienend. En verder is het inspelen op de kansen die de markt biedt. Soms is het een misoogst die voor opportuniteiten in het buitenland zorgt. Vaak zijn er structurele overschotten van één product en tekorten van een ander zodat er automatisch handel tussen landen ontstaat. Neem nu varkensvlees, in Duitsland eet men vooral worst terwijl een Italiaan ham verkiest.

Wie er het Vlaams actieplan varkenshouderij of de ledenbladen van de landbouworganisaties op naslaat, merkt dat de verwachtingen hoog gespannen zijn wat betreft exportpromotie door VLAM. Voelen jullie de druk?
Het is een gezonde druk die ons aanmoedigt om verder te werken aan nieuwe marktkansen voor kwaliteitsvolle Vlaamse land- en tuinbouwproducten. Hoe meer de sector uitkijkt naar de verdere ontwikkeling van de export, hoe beter. Dat zal misschien helpen om na de eerste stap, het aanvragen van informatie over nieuwe markten, ook de belangrijke stap te durven zetten naar het vrijmaken van middelen waarmee wij acties op poten kunnen zetten om aankopers in het buitenland naar onze hand te zetten.

varkensvlees1.jpgEen eerste container varkensvlees vertrekt deze week naar China. Ook de Chinese voorkeur voor Belgische peren is een in de pers vaak bejubeld exportsucces. Maar gaat dat wel om hoeveelheden die er toe doen?
De sector heeft lang en hard gewerkt om dit voor mekaar te krijgen. Nu dat gelukt is, zullen grotere volumes wel volgen. Bij varkensvlees draait het overigens niet alleen om de hoeveelheid, maar is het ook belangrijk dat het ‘vijfde kwartier’ nu vermarkt kan worden. Het kunnen verkopen van bijvoorbeeld de oren en poten van een varken aan China en het varkensvet aan Rusland, kan het verschil maken tussen winst of verlies.

Zorgt de prospectie in verre landen voor leuke anekdotes die jullie willen delen met de lezer?
In Turkije mag je als bezoeker een verzoek om mee thee te drinken of te dineren uit beleefdheid nooit afslaan. Je kan je al voorstellen dat de afspraken in de agenda elkaar veel te kort opvolgen, gelukkig stoort men zich daar niet aan wachten. Wie een goede indruk wil maken, raad ik overigens aan om Belgische chocolade of bier mee te nemen naar het buitenland. Het is een cliché, maar een beter ‘binnenkomertje’ bestaat niet. Het is ons nog niet gelukt om van bij de start te praten over bijvoorbeeld Belgische komkommers.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT/VLAM

Volg VILT ook via