nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

31.01.2013 Commissie wil bijen beschermen tegen neonicotinoïden

De Europese Commissie stelt de lidstaten voor om het gebruik van drie insecticiden gedurende twee jaar op te schorten ter bescherming van de slinkende bijenpopulatie. Het gaat om de neonicotinoïden waarvan voedselveiligheidsautoriteit EFSA oordeelde dat ze schadelijk zijn voor bijen. In België gelden voor zaaizaadbehandelingen met insecticiden al maatregelen die de risico's voor bijen tot een minimum beperken.

In een reactie op het rapport van EFSA bepleitte de Commissie op een bijeenkomst van nationale landbouwexperts een opschorting van het gebruik van neonicotinoïden voor de teelt van gewassen die bijen aantrekken. Sommige lidstaten tekenden donderdag voorbehoud aan omdat het voorstel volgens hen verder gaat dan nodig. De Commissie wil de neonicotinoïden immers ook verbieden in gewassen die niet bezocht worden door bijen, bijvoorbeeld omdat ze niet tot bloei komen.

Een algemeen verbod zou bovendien inhouden dat andere insecticiden worden gebruikt en deze moeten vaker en aan hogere doses worden ingezet. In teelten zoals bieten of cichorei zijn er momenteel geen alternatieven voor de bestrijding van bepaalde parasieten of is er slechts een heel beperkt aantal middelen beschikbaar waarvan de werkzaamheid niet altijd even doeltreffend is. Onder meer België vroeg om hier rekening mee te houden.

Gelet op de bezwaren die geformuleerd werden, is er nog werk aan de winkel. Bevoegd EU-commissaris Tonio Borg hoopt niettemin dat de landbouwexperts op 25 februari het licht op groen zullen zetten. Dan zou de maatregel vanaf juli van kracht kunnen worden. De uitzaai van onder meer maïs zou dus dit jaar nog gewoon met behandeld zaaizaad kunnen gebeuren. 
     
Milieuorganisaties verwelkomen het voorstel, maar betreuren dat de Commissie het voorzorgsprincipe niet strikter toepast en een breder verbod op het gebruik van de betrokken insecticiden bepleit. In enkele Europese landen bestaan al langer gedeeltelijke beperkingen op het gebruik van neonicotinoïden in bepaalde gewassen.

Phytofar, de vereniging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, geeft aan dat er in België al heel wat maatregelen en verplichtingen bestaan die de theoretische risico’s die het EFSA-rapport heeft geïdentificeerd in de praktijk tot een minimum beperken. Zo is het gebruik van deflectoren op maïszaaimachines al sinds 2010 verplicht. Deze deflectoren blazen het stof naar de grond en beperken zo de mogelijke stofdrift van de zaadbehandeling met een insecticide. In België wordt overigens minder dan drie procent van het maïsareaal behandeld met neonicotinoïden.

Bij zaaizaad van wintergerst en koolzaad is de situatie anders zodat het 'behandeld areaal' naar schatting 69, respectievelijk 25 procent bedraagt. Het probleem van stofdrift stelt zich hier minder omdat granen en koolzaad (meestal) niet gezaaid worden met pneumatische zaaimachines. Bietenzaad is bijna altijd met neonicotinoïden behandeld en dit geldt ook voor sla (90%) en chicorei (85%) in België. Voor deze teelten identificeert het EFSA-rapport echter geen risico’s voor bijen. Phytofar vreest dat zonder neonicotinoïden de rendabiliteit van een aantal teelten, zoals suikerbieten en industrie-erwten, in het gedrang komt.
 
De producenten beloven dat zij in de toekomst zullen blijven inzetten op een veilig en correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met inbegrip van zaaizaden behandeld met neonicotinoïden, om zo bij te dragen aan de gezondheid van de bijenkolonies. Zij benadrukken nog dat een zaaizaadbehandeling een "zeer efficiënte en veilige techniek van gewasbescherming" is omdat het minder werkzame stof per hectare vergt en het risico op contaminatie van oppervlakte- en grondwater laag is. Daarom acht Phytofar het verstandiger om "de belangrijkste oorzaken van bijensterfte grondig aan te pakken, met name de varroamijt en andere parasieten en ziekten evenals het verminderd voedselaanbod".

De bijensterfte neemt wereldwijd toe, wat op termijn gevolgen zou kunnen hebben voor het voortbestaan van gewassen. Volgens het milieuprogramma van de Verenigde Naties is 84 procent van de 264 belangrijkste gewassen in Europa afhankelijk van bestuiving door dieren, voornamelijk bijen. Ook is 90 procent van de wilde planten afhankelijk van bestuiving door bijen. Het online campagnenetwerk Avaaz verzamelde in geen tijd meer dan twee miljoen handtekeningen van burgers die een verbod op neonicotinoïden eisen.

Bron: eigen verslaggeving/Belga

Volg VILT ook via