Crisis raakt Nederlandse landbouw "relatief hard"

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

Uit cijfers van Eurostat blijkt dat het inkomen van de Nederlandse land- en tuinbouwers in 2009 gedaald is met 13,8 procent. Daarmee boeren onze noorderburen slechter dan het Europese gemiddelde. De Nederlandse landbouwsector is relatief kwetsbaar doordat ze veel sterker dan de omringende landen afhankelijk is van de export.


Een analyse van het Landbouweconomisch Instituut (LEI) in opdracht van het Nederlandse landbouwministerie leert dat het inkomen in enkele agrarische sectoren dit jaar weggevaagd is. Ondanks lagere voederkosten en de uitbreiding van de melkquota behaalden de melkveehouders in 2009 zelfs een negatief inkomen. Dat is nooit eerder gebeurd. 

De telers van bloembollen, snijbloemen en glasgroenten boeken voor het tweede jaar op rij een negatief inkomen. Naast de sterk gedaalde opbrengstprijzen had de glastuinbouw ook te kampen met een gemiddeld hogere gasprijs, als nasleep van de piek in de olieprijzen in 2008. Driekwart van de glastuinders kunnen hierdoor niet aan hun betalingsverplichtingen voldoen en moeten reserves aanspreken of op zoek gaan naar extra krediet bij de banken.

Door de verslechterde financiële positie van de landbouwbedrijven en de strengere voorwaarden van banken bij kredietverlening is het aantal investeringen fors gedaald. De bouw van nieuwe serres is dit jaar sterk teruggelopen en ook de verkoop van tractoren en het aantal bouwvergunningen voor nieuwe stallen is gedaald, stelt het LEI vast.

Een belangrijke oorzaak voor de aangetaste rendabiliteit is de forse daling van de export in de eerste helft van 2009. Die was het gevolg van valutaschommelingen, kredietrisico's bij de uitvoer en een meer terughoudende opstelling van de banken. De relatief beperkte uitval van de vraag naar producten leidde tot een sterke prijsdaling, luidt het.

Meer informatie: Landbouwinkomen in Nederland

 

bron eigen verslaggeving

29/12/2009

Delen op facebook