nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.10.2008 DDB blijft sleutelen aan kostendekkende melkprijs

De melkacties van enkele maanden geleden deden Sieta van Keimpema in het oog van de storm belanden. De voorzitster van de Duch Dairymen Board (DDB) erkent in het vakblad Melkveebedrijf dat het haar niet zo'n best gevoel gaf om melk in de put te laten weglopen. "Maar we hadden al zo vaak onze problemen aangekaart bij de zuivelverwerkers", luidt het. Intussen is de rust teruggekeerd en zoekt de DDB samen met de andere partners in de zuivelketen naar de beste garanties op een kostendekkende melkprijs.

Een verbetering van het rendement voor melkveehouders is volgens van Keimpema de enige garantie op een duurzame melkveehouderij in Europa. "Het Landbouweconomisch Instituut heeft de rendementen in de zuivelketen onderzocht. De primaire sector komt er met 0,5 procent rendement op eigen vermogen erg bekaaid vanaf. De toelevering kwam uit op 13,2 procent, de verwerking en groothandel op 19,1 procent en de retail verdient het meest met 22 procent rendement op hun investeringen".

Vorig najaar belandde de Europese melkprijs op een recordhoogte van bijna 50 cent, maar een half jaar later was de prijs weer met 40 procent gedaald. De European Milk Board greep naar het stakingswapen en bij onze noorderburen werd zelfs melk weggegooid. "Op een gegeven moment moet je een keer een duidelijk signaal geven om je punt te maken", blikt van Keimpema vandaag terug op die turbulente weken in juni. "De zuivelverwerkers beseffen nu dat er iets moet gebeuren aan de inkomensontwikkeling in de melkveehouderij".

De DDB praat samen met andere Nederlandse landbouworganisaties en de zuivelsector over twee punten: een flexibel quotum over heel Europa heen en instrumenten die prijsschommelingen kunnen opvangen. "Met persoonsgebonden melkrechten, die overal in de EU verhandelbaar zijn, zouden boeren overal melkrechten kunnen kopen. Dat stimuleert de bedrijfsontwikkeling in gebieden waar de melkproductie bedrijfseconomisch het beste past. De prijs van de melkrechten zou overal hetzelfde zijn, waardoor verschillen in concurrentieposities tussen landen afnemen".

Volgens van Keimpema zijn er wereldwijd genoeg voorbeelden van systemen waarbij er een evenwicht is tussen de vraag en het aanbod van melk. "Dat is bijvoorbeeld het geval in de VS, Canada en Nieuw-Zeeland. In de eerste plaats hebben we in Europa nood aan een kostprijsmonitoring zoals die ook uitgevoerd wordt door het Amerikaanse landbouwministerie. Op die manier is het mogelijk om de sterk gestegen kosten van bijvoorbeeld veevoeder door te rekenen in de opbrengstprijs".

De DDB-voorzitster pleit ervoor dat de monitoring op Europees niveau zou gebeuren. "Als Europese overheden en het bedrijfsleven dit ondersteunen en de uitvoering bij een onafhankelijk Europees marketingbureau wordt gelegd, is er een fundament gelegd voor een eerlijke melkprijs op basis van de werkelijke kostprijs", meent van Keimpema. Vervolgens komt het er op aan om niet meer melk te produceren dan de markt aan een kostendekkende prijs kan absorberen. "Zodra een dreiging van melkoverschot ontstaat, is interventie nodig. Vandaag grijpt de EU pas in bij een melkprijs van 22 eurocent, een prijs die veel te laag ligt".

De diverse partijen in de Nederlandse zuivelsector onderzoeken ook de mogelijkheden voor private interventie. Het doel van de DDB is een fonds op te zetten dat door melkveehouders wordt beheerd en waarmee een melkoverschot op korte en langere termijn uit de markt genomen kan worden. "Dan kun je bijvoorbeeld denken aan de opslag van boter en kaas. De Nederlandse zuivelindustrie is bereid mee te werken aan dergelijk onderzoek. Dat is voor ons een eerste stap in de goede richting", besluit van Keimpema.(KS)

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via