nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"GPS maakt biolandbouw interessant"
08.03.2010  Damien Depraetere - startende bioboer

Damien (24) en Guy (53) Depraetere, bekend als ABS-woordvoerder, zetten de stap naar biolandbouw. "Stel je voor, plots blijkt dat je een opvolger krijgt. Dan word je gedwongen om anders naar je bedrijf te kijken", vertelt Guy Depraetere uit het Oost-Vlaamse Deftinge. "Je onderzoekt alle mogelijkheden om extra inkomsten te verwerven op een manier die nog een aantal jaar interessant blijft. Dankzij de gps-technologie lijkt omschakelen naar bio ons economisch de beste keuze". Hun bedrijf wordt meteen het grootste biologische akkerbouwbedrijf van Vlaanderen.

In 2008 volgde Damien een starterscursus bij het Nationaal Agrarisch Centrum om met samenuitbating te kunnen starten. Daar ontdekte hij zijn interesse voor de biologische teeltwijze. Het zette zijn vader er mee toe aan om voor het Algemeen Boerensyndicaat het project Bio zoekt boer (zie hieronder) op te volgen. "Hoe meer informatie we verzamelden, hoe meer ik erin ging geloven. Uiteindelijk hebben we al in juni vorig jaar de eerste percelen omgeschakeld".

Gps en teeltplan
De keuze voor bio is voor vader en zoon vooral een economische beslissing. "De vraag naar bioproducten is in Vlaanderen al een tijd groter dan het aanbod", zegt Damien. "Daarbij komt dat nieuwe technieken een groot deel handenarbeid overbodig maken. Ik denk aan precisielandbouw via een gps-gestuurde trekker. Dat is een aanzienlijke investering, maar in verhouding tot de handenarbeid voor 70 hectare akkerland wordt die interessant. Dankzij de gps kun je achteraf op identiek dezelfde plaats rijden als tijdens het planten. Daardoor kun je machinaal tot op twee centimeter van je plant schoffelen! Door een werkbreedte van 6 meter minimaliseer je de structuurschade en verhoog je het rendement. In Nederland hebben we verschillende van die trekkers gezien, in Vlaanderen zou de onze de eerste worden".

Om hun plannen aan de praktijk te toetsen, deden Guy en Damien een beroep op specialisten van het Proefcentrum voor de Biologische Teelt (PCBT). Die voerden een haalbaarheidsstudie voor de omschakeling uit en onderzochten het financiële en teelttechnische luik. Welke investeringen zijn nodig, hoe groot is de minderopbrengst, welke afzet- en subsidiemogelijkheden zijn er, enzovoort. Ze hielpen vader en zoon ook op weg met een teeltplan voor volgende gewassen: graan (triticale), zomertarwe, gras-klaver, stamslabonen, aardappelen, voederbieten en maïs, en veldgroenten zoals erwten, knolselder of wortelen. Ze stelden ook een stappenplan op waarin de eerste jaren iets meer plaats is voor voedergewassen. Die leveren namelijk al tijdens de omschakelingsperiode een meerprijs op. Voor eenjarige teelten bedraagt de omschakelperiode twee jaar, meerjarige teelten mogen pas na drie jaar onder het biolabel verkocht worden.

Opvallende openheid
Voor de uitwerking van hun plannen bezochten Guy en Damien ook heel wat biobedrijven in binnen- en buitenland. Volgens Damien werden ze overal met een opvallende openheid ontvangen. "Iedereen wil zijn kennis delen, zelfs al ben je in zekere zin concurrent. De meesten zijn echt fier op wat ze realiseren". Vooral een aantal Nederlandse bedrijven konden vader en zoon inspireren. Damien: "Over de grens zijn een aantal bedrijven die het echt groot zien en de meest geavanceerde technieken toepassen. Daar kunnen we in Vlaanderen met onze kleinschalige aanpak nog veel van leren".

Damien, die mechanica heeft gestudeerd en een carrière als lasser overwoog, ziet het als een grote uitdaging om de gps-technologie op hun bedrijf af te stemmen. "Dit is toch een stuk boeiender dan doen wat je vader al jaren doet? Er komt veel meer bij kijken dan gewoon een gps-gestuurde trekker kopen. Voor iedere teelt zijn andere machines nodig. Ik ben weken zoet geweest met het aanpassen van een oude bietenplanter. Om de speling tussen je trekker en je machines te beperken, heb je twee gps-ontvangers nodig: één op de trekker en één op de schijfbesturing van de machine zelf. Alle machines moeten ook op elkaar afgestemd zijn: je zaai- en je schoffelmachine moeten dezelfde breedte hebben. Loonwerkers kunnen ons dus nauwelijks helpen. Ooit kunnen we misschien machines delen met collega’s, maar op dit ogenblik zijn er te weinig gelijkaardige bedrijven".

Inspelen op marktvragen
Behalve een ander machinepark vergt de omschakeling ook een totaal andere manier van denken. Guy: "In vergelijking met de gangbare landbouw moet je meer preventief denken en korter op de bal spelen. Als er iets fout loopt, kun je veel minder ingrijpen. Onkruidbestrijding is één ding, onkruid voorkomen een ander. Het weer speelt in elke fase van de teelt een grotere rol dan in de gangbare akkerbouw. Het is ook belangrijk dat je zo veel mogelijk structuurschade vermijdt. Dat is een van de redenen waarom onze machines zo breed mogelijk zijn. Of waarom je drijfmest het best uitrijdt met een sleepslangensysteem waarbij de tank naast het veld blijft. Dat zijn allemaal technieken die we de komende maanden in de vingers moeten krijgen".

Zoals gezegd schakelden Guy en Damien in juni 2009 de eerste 40 hectare akkerbouw om. In april is ook het grasland aan de beurt en 8 hectare zomertarwe. Op dat moment wordt ook het vleesvee omgeschakeld, terwijl de resterende 22 hectare akkerbouw in een latere fase volgen. "Het is de bedoeling om geleidelijk Blonde d’ Aquitaine in de veestapel te brengen en dat aandeel via natuurlijke inkweek op te drijven", zegt Damien. "Of we zullen slagen, is nog af te wachten. Maar we pakken alles zo professioneel mogelijk aan. Voor de meeste producten hebben we al contacten, al willen we zeker inspelen op de vragen die we van afnemers krijgen. Misschien realiseren we met een paar collega’s voldoende volume om aan supermarkten te leveren. Of misschien kiezen we voor de diepvriesindustrie of alternatieve kanalen. We zien wel: de afzetmogelijkheden zijn sowieso groter dan voor de gangbare landbouwproducten".

Bron: Landgenoten

Beeld: Jansen & Janssen

Volg VILT ook via