nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

09.06.2011 "De groei van PinguinLutosa is nog niet voorbij"

Wanneer op 1 juli de overnames van Scana Noliko en d’Aucy worden afgerond, groeit PinguinLutosa uit tot een wereldspeler. De groep wordt dan zo groot dat het nood heeft aan een nieuwe naam. “Alle suggesties zijn nog welkom”, grapt topman Herwig Dejonghe in De Tijd. Met die overnames stijgt de groepsomzet tot 750 miljoen euro, een vijfvoud van goed vijf jaar geleden. “Maar de groei is nog niet voorbij”, verzekert Dejonghe.

Met de overname van de Limburgse conservengroep Scana Noliko en het Franse diepvriesgroentenbedrijf d’Aucy zal het aandeelhouderschap van PinguinLutosa grondig hertekend worden: het Franse CECAB, dat d’Aucy verkocht, en GIMV, dat Scana Noliko verkocht, worden belangrijke partijen in het kapitaal. Hein Deprez van Univeg, die vijf jaar geleden bij de overname van Lutosa toetrad, versterkt zijn positie nog.

Hein Deprez zal ook aan het hoofd komen van de nieuwe groep waarin PinguinLutosa en Scana Noliko als twee aparte divisies worden ondergebracht. Dejonghe blijft gedelegeerd bestuurder van de diepvries- en aardappelactiviteiten. Een eindpunt betekent dit niet volgens Dejonghe. “Er blijft nood aan schaalvergroting en professionalisering. Zeker in onze sector, met alle technologie en automatisering die erbij komt. Of je nu software koopt voor een magazijn van 5.000 paletten of 50.000 paletten, de investering blijft dezelfde.”

Het nieuwe PinguinLutosa krijgt vorm op een moment dat de groentesector zware klappen krijgt door de droogte en de EHEC-bacterie. “Op vlak van de droogte zijn deze en volgende week cruciaal. Als het nog goed doorregent, kan veel worden goedgemaakt. Maar sommige teelten, zoals die van de vroege aardappelen, zijn wel al verloren. Regent het niet genoeg, dan dreigen volumedalingen van 20 procent of meer”, beweert Dejonghe.

De topman van PinguinLutosa beschouwt dat als risico’s van het vak. “De timing is deze keer niet slecht. Nu weten we tenminste voor de oogst dat we wellicht een groot probleem hebben. We kunnen dat dus al uitleggen aan de klanten, soms is dat wel anders.” De afnemers zullen dus een hogere prijs moeten betalen? “We kunnen niet anders. Maar toch blijven we voorzichtig bij het afsluiten van contracten. We zeggen er uitdrukkelijk bij dat we misschien na drie maanden de prijs of de hoeveelheid moeten aanpassen.”

Oogstvoorbehoud, heet dat, en kan ingeroepen worden in overmachtssituaties. “Maar het is niet altijd mogelijk om dat in te roepen. Als andere concurrenten nog grote voorraden hebben die ze goedkoper kunnen aanbieden, gaat de klant lastig doen. Dat is dan het voordeel aan deze situatie: iedereen zit in het zelfde schuitje”, legt Dejonghe uit, die er meteen ook bij vertelt dat er momenteel geen voorraden meer zijn na de slechte oogst van vorig jaar.

Kunnen ggo’s voor een deel een antwoord bieden op die teeltrisico’s? “Ggo-aardappelen in de winkelrekken is momenteel zeker nog niet aan de orde. We zijn er nog niet eens aan toe om aardappelen te telen op een proefveldje met politiebewaking. De vernietiging van het veldonderzoek is ongehoord, maar we moeten wel zorgen dat het onderzoek kritisch blijft. Dat deze techniek de grote zaadhuizen dient, vinden wij ook niet leuk, wij zouden liever ook meer concurrentie zien”, reageert Dejonghe.

Toch benadrukt hij dat er ontwikkeling moet zijn. “De wereld gaat vooruit en we moeten ons aanpassen. We spreken hier niet over onderzoek met een crimineel doel, maar over ggo’s die bedoeld zijn om de groeiende wereldbevolking blijvend te kunnen voeden en dat op een ecologische manier, zonder pesticiden.” Volgens Dejonghe bestaat het gevaar dat Europa door dit soort acties hopeloos achterop geraakt in vergelijking met China, Zuid-Amerika en de VS die wel volop in de techniek investeren.

“Wat als we over een paar jaar moeten vaststellen dat onze landbouwproducten duurder zijn omdat we ze moeten invoeren of omdat oogsten minder opbrengen en meer ziektes hebben?”, klinkt het. Dejonghe is dan ook van mening dat de politiek een verkeerde strategie volgt voor voeding. “Voeding moet zo goedkoop mogelijk zijn, maar je kan niet én dat nastreven én de kleine boer beschermen. Er komen steeds meer kwaliteits- en milieunormen. Er is de prijsdruk. Dat verplicht een producent tot schaalvergroting en professionalisering. Dus evolueer je naar een landbouw en een verwerking met steeds grotere spelers”, legt hij de vinger op de wonde.

Toch denkt Herwig Dejonghe dat kleine en grote bedrijven perfect naast elkaar kunnen bestaan. Groten moeten er volgens hem voor zorgen dat er genoeg te eten zal zijn en de kleintjes die de wereld niet gaan voeden, kunnen meer inspelen op niches, op streek- en seizoensproducten. “In een wereld waar voedingstekorten dreigen, is het onzinnig om één van de twee kapot te willen maken. Iedereen moet dringend beseffen dat voeding een schaars goed wordt.”

De man is van oordeel dat het wraakroepend is te zien hoe al die komkommers waar niets mis mee is, worden vernietigd na valse beschuldigingen over de EHEC-bacterie. Hij vindt het ook niet kunnen dat we dure smartphones kopen en onze auto voltanken met steeds duurdere benzine, terwijl we over de prijs van voeding niet nadenken. “Er is dringend nood aan meer bewustwording. Als je ziet welke problemen actueel zijn, dan is het duidelijk welke spanning op de voedselketen zit. Dat is onhoudbaar”, klinkt het.

Bron: De Tijd

Volg VILT ook via