nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Verbod op onverdoofde biggencastratie in 2010"
04.01.2010  Dirk Lips - Raad voor Dierenwelzijn

In zijn beleidsnota belooft Vlaams landbouwminister Kris Peeters verdere inspanningen te leveren voor het dierenwelzijn. Naast investeringssteun voor diervriendelijke technieken gaat de komende jaren "veel aandacht" naar onderzoek. Maar wordt in een aantal gevallen de hete aardappel niet te gemakkelijk doorgeschoven naar wetenschappers? Met Dirk Lips, voorzitter van de Raad voor Dierenwelzijn, overlopen we de meest prangende dossiers.

Tien jaar geleden wilde paarsgroen in ons land een trendbreuk realiseren op het vlak van dierenwelzijn. Net zoals in Europa belandde het thema toen hoog op de politieke agenda. De jongste jaren lijkt het daarentegen wat weggedeemsterd?
Dirk Lips: Dat is een verkeerde inschatting. Het is best mogelijk dat er vandaag minder amok gemaakt wordt rond dierenwelzijn, maar anderzijds is het onderwerp steviger dan ooit verankerd in onze beleidsstructuren. En dan gaat het niet alleen over het welzijn van dieren op veebedrijven, maar ook dat van huisdieren. Ik kan u geruststellen: bij de Raad voor Dierenwelzijn worden zeker niet minder punten behandeld in vergelijking met enkele jaren geleden. Integendeel, de activiteiten zijn toegenomen door het feit dat we nu twee voltijdse wetenschappelijke medewerkers ter beschikking hebben om dossiers voor te bereiden.

Hechten we in vergelijking met andere lidstaten meer of minder aandacht aan het welzijn van landbouwhuisdieren?
Als lid van de Raad voor Dierenwelzijn heb ik me acht jaar lang vastgebeten in specifieke dossiers, zonder veel rekening te houden met hetgeen zich buiten onze landsgrenzen afspeelt. Nu ik voorzitter ben, zal ik vaker mijn antenne moeten opsteken. Zo is er deze maand in Nederland een Europese vergadering met alle voorzitters van de raden voor dierenwelzijn. Dan zal ik ongetwijfeld veel bijleren over de realisaties in andere lidstaten, maar op dit ogenblik overheerst het gevoel dat we in België soms baanbrekend werk verrichten.

Waarover heeft u het dan precies?
Over de zoektocht naar een consensus tussen landbouw- en dierenrechtenorganisaties. Zonder overdrijven mag ik zeggen dat de dialoog actief en constructief is. Natuurlijk laaien de emoties wel eens op, maar aan beide zijden van de tafel zitten mensen die in staat zijn om respect op te brengen voor elkanders standpunt.

Is de deelname van een actieve dierenrechtenorganisatie aan het overleg een hinderpaal of een stuwende kracht?
Dierenrechtenorganisaties moeten bereid zijn om te praten op basis van dossierkennis en bovendien moeten ze compromisgezind zijn. Wie alleen maar extreme standpunten inneemt, zal heel weinig weerklank vinden. Als je kijkt naar de manier waarop de standpunten van Gaia de voorbije tien jaar geëvolueerd zijn, dan moet je vaststellen dat die steeds redelijker worden. De twee tegenpolen rond de onderhandelingstafel zijn onmiskenbaar naar elkaar toe gegroeid.

De Raad voor Dierenwelzijn adviseert aan de federale minister die bevoegd is voor dierenwelzijn. Maar die is met haar handen en voeten gebonden aan de standpunten van de gewesten. Raakt u soms niet ontmoedigd door die complexe besluitvorming?
Neen, want bij de totstandkoming van onze adviezen wordt al rekening gehouden met alle gevoeligheden en inzichten. Op het ogenblik dat onze teksten bij de minister belanden, mag je ervan uitgaan dat de moeilijke evenwichtsoefeningen reeds gemaakt zijn.

Veel manoeuvreerruimte heeft u niet, want aan Vlaamse zijde zegt de landbouwminister dat het niet nodig is om zwaardere verplichtingen op te leggen dan de Europese voorschriften.
Mijn ervaring is dat Vlaanderen het been niet stijf houdt als er tussen diverse partners een consensus groeit om extra engagementen op te nemen. Dat is gebleken in de werkgroep die zich bezighoudt met de nieuwe regels voor de huisvesting van leghennen. De betrokken partijen willen, met inachtneming van een aantal voorwaarden en overgangstermijnen, een stap verder gaan dan de gewone omzetting van de Europese richtlijn ter zake. Ik verwacht niet dat de regionale landbouwministers daar problemen mee hebben.

Volgens het advies van de werkgroep die het welzijn van legkippen evalueert, kan een verbod op kooisystemen voor leghennen er ten vroegste komen in 2025. Is dat geen nederlaag voor Gaia?
Dat denk ik niet. Meer nog, met het voorliggende advies kan ons land een voorbeeldfunctie vertolken voor alle landen die jaren geleden al aankondigden dat ze streven naar een diervriendelijke versie van de verrijkte kooi. In België hebben de landbouw- en dierenrechtenorganisaties heel lang onderhandeld om een compromis uit te dokteren dat het inkomen van leghennenhouders niet op de helling plaatst. Wie vóór 2025 investeert in een verrijkte kooi, krijgt de garantie dat die installatie gedurende achttien jaar gebruikt mag worden. Tegelijk streven beide partijen ernaar om een verbod op de bouw van kooisystemen te laten ingaan vanaf 2025. Daar zijn enkele voorwaarden aan gekoppeld, maar de sector zal zich de komende jaren effectief inspannen om alternatieve huisvestingssystemen te ontwikkelen die rendabel zijn. De beschikbare onderzoeksfondsen zullen alleszins in die richting gestuurd worden. Merk trouwens op dat de meeste leghennenhouders vandaag reeds investeren in niet-kooisystemen.

In 2012 moeten alle klassieke batterijkooien voor leghennen definitief verdwenen zijn in Europa. Maar net zoals in veel andere lidstaten het geval is, heeft de pluimveesector reeds laten verstaan dat ze niet tijdig klaar zal zijn met de omschakeling. Ligt de Raad voor Dierenwelzijn daar wakker van?
De wetgeving is duidelijk: vanaf 1 januari 2012 zijn klassieke kooien niet meer toegelaten. De rest zal afhangen van de manier waarop de controleurs van het Voedselagentschap hiermee omgaan.

Onlangs was er naar aanleiding van het islamitisch Offerfeest veel commotie over het onverdoofd slachten van landbouwhuisdieren. Heeft Gaia zich niet aan de regels gehouden van het overlegmodel in de Raad voor Dierenwelzijn?
Gaia is niet de enige partij in de werkgroep die het op de heupen gekregen heeft van het tempo waarmee de besprekingen vorderen. Bij de moslims wil men wel praten, maar blijkbaar hebben ze het heel moeilijk om zich zodanig te organiseren dat men in naam van die gemeenschap kan praten.

Is het bij de moslims een kwestie van mentaliteit of van organisatie?
Dat kan ik eerlijk gezegd niet zo goed inschatten, maar ik hou het liever op organisatie.

In het federale parlement hebben alle partijen brandhout gemaakt van de uitzondering die voor rituele slachtingen gemaakt wordt op het vlak van verdoving.
Als voorzitter van de Raad voor Dierenwelzijn doe ik hierover geen uitspraken omdat de formele procedures in dit dossier nog niet afgerond zijn. Maar in eigen naam wil ik gerust stellen dat men zou moeten kijken naar de bredere context waarin rituele slachtingen plaatsvinden. Een rund ritueel slachten in het midden van de woestijn is iets anders dan in een westers slachthuis, waar de dieren aan de lopende band verwerkt worden en er dus veel grotere risico’s bestaan op een schending van het dierenwelzijn. Vaak verschillen standpunten en zelfs wetenschappelijke bevindingen omdat men daar te weinig rekening mee houdt.

Dus luidt de conclusie dat we beter komaf maken met de onverdoofde slachting?
In het algemeen kan men stellen dat er door het hoge slachtritme een ernstige verhoging ontstaat van het risico op een aantasting van het dierenwelzijn. Dat geldt zeker voor runderen, maar ook voor schapen. Bij het verdoofd slachten blijft het risico beperkt tot de verdoving zelf. Als die goed uitgevoerd wordt, is het welzijn van de slachtdieren gegarandeerd.

In de pers heeft u een oproep gelanceerd om respect te betuigen voor de religieuze tradities van de moslims. Maar in dit geval botsen die wel heel hard met de publieke opinie.
In onze wereld bestaat de perfectie niet, en dus zal elke slachting altijd maar een benadering zijn van de manier waarop ze door de profeet beschreven wordt. Wie zich verdiept in de Koran, merkt trouwens dat dierenwelzijn een oprechte bekommernis is. Alleen moet men in de moslimwereld ook inzien dat de landbouwpraktijken uit de zevende eeuw niet meer dezelfde zijn als vandaag, en precies daar wringt het schoentje. In onze slachthuizen wordt het ideaal waar de moslims naar streven dichter benaderd door de verdoofde dan door de onverdoofde slacht.

Is het lijden van dieren ondergeschikt aan godsdienst?
Er is geen enkele godsdienst die het lijden van levende wezens promoot.

Een dossier dat al heel lang aansleept, is dat van de onverdoofde biggencastratie. Bij Gaia overheerst het gevoel dat de landbouworganisaties eindeloos tijd proberen te winnen door steeds weer te hameren op de nood aan bijkomend onderzoek.
Het is mijn overtuiging dat we in ons land aan de vooravond staan van een verbod op de onverdoofde chirurgische castratie van biggen. Nog dit jaar verwacht ik een wijziging van de wetgeving aangezien we over alternatieven beschikken, en naar mijn oordeel zijn dat goede alternatieven. De varkenshouders kunnen bijvoorbeeld immunocastratie toepassen als tussenstap naar een reductie van de berengeur door middel van selectie. Dat is een veelbelovende techniek waar de Leuvense professor Nadine Buys werk van maakt. Ik zie niet in waarom we nog over lange overgangstermijnen zouden moeten praten.

Over dit onderwerp klinkt u veel enthousiaster dan de landbouworganisaties. Is dat geen probleem?
Het klopt natuurlijk dat de landbouworganisaties meer energie stoppen in een verhoging van de melkprijs dan in een verbod op onverdoofde biggencastratie. Anderzijds ben ik er zeker van dat niemand in de varkenssector halsstarrig ijvert voor een status-quo. De landbouworganisaties zijn misschien niet actief aan het lobbyen, maar Boerenbond investeert wel in onderzoek naar meer en nog betere alternatieven. De echte knelpunten in dit dossier bevinden zich trouwens niet meer op het niveau van de landbouwproductie. Sinds Europa groen licht gegeven heeft voor het vaccin van Pfizer is dat opgelost. Alleen moeten de boeren het vlees van gevaccineerde dieren ook nog kwijtraken, en dus situeert het probleem zich hogerop in de keten.

De varkensboeren zouden samen met Gaia naar de slachthuizen en vleesexporteurs kunnen stappen om oplossingen uit te werken.
Dat is natuurlijk het ideale scenario. Enkele maanden geleden leek het niet langer denkbeeldig dat beide partijen zich samen zouden inzetten voor een gemeenschappelijk belang. De jongste campagne van Gaia rond de biggencastratie heeft de relaties echter opnieuw voor enige tijd verzuurd.

Tegen 2013 zouden de varkenshouders ook moeten omschakelen naar groepshuisvesting voor drachtige zeugen. Dat wordt een moeilijke bevalling, want tot hiertoe is slechts een kwart van de varkensbedrijven klaar.
Ik denk dat de meeste bedrijven met toekomstperspectieven op langere termijn stilaan hun huiswerk achter de rug hebben. Andere bedrijven zullen nog drie jaar zeugen houden en dan stoppen. Het is nu eenmaal een feit dat een groot deel van de 55-plussers onder de varkensboeren geen opvolger heeft. In een sector die bovendien sterk vergrijsd is, weet je dan wat er op korte termijn te gebeuren staat. Tegelijkertijd zet de schaalvergroting zich in deze sector versneld door.

Er bestaat nog altijd geen specifieke regelgeving over schuilhokken in weiden. Een lacune?
Omdat er enige druk is om met een advies voor de pinnen te komen, gaan we een werkgroep die zich eerder over dit onderwerp heeft gebogen nieuw leven inblazen. Dat zal gebeuren onder het voorzitterschap van professor Rony Geers. In dit dossier is het duidelijk dat de meeste problemen in de winter zich voordoen bij hobbydieren, en dan vooral paarden. De meeste professionele veehouders houden hun dieren in die periode van het jaar immers op stal. Daarom veroorzaakt een hittegolf veel meer problemen, ook al omdat er op ons platteland steeds minder schaduw beschikbaar is door het schaarser worden van houtkanten, bomenrijen en knotwilgen. Volgens mij is het verstandig om dieren steeds een of andere vorm van beschutting aan te bieden, maar daarom hoeft dat geen schuilhok te zijn.

Het is niet voor alle veehouders evident om in iedere weide een vorm van beschutting te voorzien. Ook al omdat het aantal risicodagen op een jaar relatief beperkt is, kan ik me voorstellen dat veel boeren zo’n maatregel niet zien zitten.
Mocht het advies in die richting gaan, zal men zeker nooit eisen dat er in elke weide een vergunningsplichtige constructie komt. Het zal hooguit gaan om wat bomen of andere natuurlijke schaduwverschaffers. Landschapszorg en een verbetering van het dierenwelzijn kunnen hand in hand gaan. Het is trouwens niet zo dat elke houtkant automatisch het rendement van een landbouwbedrijf aantast. Uiteraard zullen we wel moeten bekijken waar en hoe dat het best kan gebeuren.

Er bleek ook geen relevante wetgeving te bestaan toen Gaia in de aanloop naar Pasen het dierenwelzijn in de konijnenhouderij in opspraak bracht. Is er sindsdien iets veranderd in deze kleine sector?
We hebben een werkgroep opgericht die op korte termijn advies zal uitbrengen. Over het resultaat kan ik op dit ogenblik nog niet veel kwijt, behalve dat het soms belangrijker is om enkele kleine stappen voorwaarts te zetten in plaats van grote theorieën te verkondigen.

Maar in een tv-interview heeft u wel toegegeven dat de toestand in de meeste konijnenhouderijen in ons land vergelijkbaar is met hetgeen Gaia gefilmd heeft. Is er in deze sector dan niet veel werk aan de winkel?
Na mijn uitspraak op televisie heeft de konijnensector me gecontacteerd en meegenomen naar een hedendaags bedrijf. Ze moesten daarvoor wel tot in Nederland rijden, maar ik heb alleszins geleerd dat een modern konijnenbedrijf er lang niet zo stoffig en onhygiënisch uitziet als te zien was op de beelden van Gaia. Dat betekent echter niet dat de dieren in propere bedrijven veel meer vierkante centimeter draadoppervlakte ter beschikking hebben. Dat is niet het geval.

De Nederlanders willen de pelsdierhouderij vanaf 2018 afschaffen. Moet Vlaanderen dat voorbeeld volgen?
De afschaffing van een bepaalde veehouderijtak heb ik nog nooit een goed idee gevonden. De redenering dat landbouwhuisdieren zoveel lijden dat ze beter niet geboren worden, is zelfs pervers. Een verbod zorgt er trouwens alleen maar voor dat eventuele problemen op het vlak van dierenwelzijn gewoon geëxporteerd worden naar het buitenland, waar men er helemaal geen vat meer op heeft. En wie absoluut iets wil doen aan het dierenwelzijn in de veehouderij, heeft eigenlijk weinig redenen om de nertsen bovenaan op zijn prioriteitenlijstje te plaatsen. Er zijn veehouderijtakken waar de uitdagingen acuter zijn.

Vindt u het als ethicus niet problematisch dat we pelsdieren alleen maar kweken en slachten voor de productie van bont?
Het is niet omdat we bont niet nodig hebben om te kunnen overleven dat we het niet mogen bezitten. Als je die redenering doortrekt voor andere voorwerpen en producten, kunnen we bijna alles in de vuilbak kieperen. De vraag die zich opdringt, is of het bezit van bont onrechtmatig of onrechtvaardig is. Wel, volgens mij is het perfect mogelijk om op een rechtvaardige en rechtmatige manier pelsen te bezitten. Over de productie van foie gras kan men zich veel meer vragen stellen.

Heeft u tijdens de eindejaarsfeesten ganzenlever gegeten?
Ik zal dat product nooit zelf kopen, anderzijds zal ik het ook niet mordicus weigeren wanneer anderen het me aanbieden. Maar ik geef wel toe dat het voederen van ganzen onder dwang me nogal zwaar op mijn maag ligt. En dat is blijkbaar ook het geval bij de minister, want ze heeft me recent om een advies gevraagd. Dus zal de Raad voor Dierenwelzijn alweer een nieuwe werkgroep oprichten.

Het dierenwelzijn in de veehouderij hangt grotendeels af van de empathie van boeren voor hun dieren. Welke score op tien geeft u onze veehouders?
Dat is geen gemakkelijke vraag. Als je kijkt naar de schaalvergroting die vandaag aan de gang is in de veehouderij, vrees ik dat het doorsnee dier het in de toekomst met minder empathie van zijn baasje zal moeten stellen. Vijfhonderd dieren kan je nu eenmaal niet even graag zien als vijf beesten.

Dat is geen fraai vooruitzicht voor onze landbouwhuisdieren?
In het verleden was de empathie van onze boeren een compenserende factor waar de infrastructuur niet op punt stond. In de grote veebedrijven is de infrastructuur meestal heel modern, en dat is voor het dierenwelzijn dan weer een goede zaak. Mochten dieren kunnen kiezen tussen wat extra empathie van de boer of een goede infrastructuur…
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via