nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Kan onderzoek immense uitdagingen bijbenen?
15.06.2009  Dirk Van Gijseghem - Platform voor Landbouwonderzoek

Kan de landbouw de wereldbevolking blijven voeden? Bieden toepassingen met biomassa nieuwe kansen voor boeren? En kunnen stad en platteland zich nadrukkelijker verzoenen? De grootste uitdagingen voor het landbouwonderzoek in Vlaanderen werden onlangs gebundeld in een witboek. Voorzitter Dirk Van Gijseghem van het Platform voor Landbouwonderzoek geeft toelichting.

Wat was de precieze aanleiding om een witboek voor het landbouwonderzoek op te stellen?
Dirk Van Gijseghem: Het Platform voor Landbouwonderzoek, waarin vertegenwoordigers zetelen van de onderzoeksinstellingen, praktijkcentra, landbouworganisaties en het beleid, werd vijf jaar geleden al opgericht. De eerste prioriteit was een betere samenwerking en afstemming tussen de landbouwonderzoekers. Twee jaar geleden is dan het idee gerijpt om een gemeenschappelijke visie rond het landbouwonderzoek uit te werken. Minister van Landbouw Kris Peeters was trouwens zelf ook vragende partij om op basis van een witboek de voornaamste uitdagingen op een rijtje te laten zetten, zodat het toenemende belang van het agrarische onderzoek zwart op wit kan aangetoond worden.

Hoe heeft het platform de productie van het witboek aangepakt?
Bij de start hebben we een veertigtal binnen- en buitenlandse experts ondervraagd over hun langetermijnvisie op toekomstige ontwikkelingen die de landbouw zullen beïnvloeden. We vroegen hen naar trends, kansen en knelpunten, en dit op zowel internationaal als Vlaams niveau. Uit die oefening bleek dat het speelveld in en rond de landbouw zich zal ontwikkelen rond drie tendensen: een toenemende concurrentie, een stijgende druk van milieu en klimaat, en tot slot een toenemende volatiliteit van de omgeving. Die zal uiteindelijk leiden tot een nog grotere onzekerheid rond kosten en opbrengsten voor de landbouwers.

Op basis van die uitgangspunten werden vervolgens een aantal workshops georganiseerd met de stakeholders van het landbouwonderzoek in Vlaanderen?
Dat klopt. In een eerste fase werden drie maatschappelijke behoeften gedetecteerd tijdens een workshop met de leden van het platform. Zo is er nood aan extra kennis om de productiviteit en rendabiliteit van de landbouwproductie te verhogen. Daarnaast moet het landbouwonderzoek de maatschappelijke meerwaarde van de landbouw helpen verhogen, bijvoorbeeld op het vlak van milieu, ruimtelijke druk en voedselkwaliteit. En heel belangrijk is dat de onderzoekers veel meer toekomstgericht leren denken. In het verleden hebben ze vaak reactief gehandeld op nieuwe tendensen. Met die behoeften in het achterhoofd konden we in de volgende fase van het denkproces vijf grote thematische onderzoeksgebieden aflijnen.

Welke zijn die onderzoeksgebieden?
Het gaat om de optimalisatie van groei- en productiefactoren, de versteviging van de ketenwerking, de kwaliteit van landbouwproducten en de maatschappelijke rol van voeding, de verbreding van waardecreatie met behulp van een multifunctionele landbouw, en tot slot de optimale benutting van genetica en biodiversiteit.

Een belangrijke uitdaging voor de landbouw is het voeden van de stijgende wereldbevolking. Welke implicaties heeft die doelstelling op het landbouwonderzoek in Vlaanderen?
De groeiende wereldbevolking, een hogere levensstandaard in transitie-economieën, de opmars van biobrandstoffen en speculatie zorgen ervoor dat de aanvoer van landbouwgrondstoffen de vraag steeds moeilijker kan bijbenen. Het is natuurlijk utopisch om te denken dat de Vlaamse boeren en tuinders de wereld zullen voeden, maar het Vlaamse landbouwonderzoek kan wel een belangrijke bijdrage leveren door bijvoorbeeld het op punt stellen van merkertechnieken, die toelaten om de veredeling van planten en dieren efficiënter te maken. Via veredeling kunnen onderzoekers de tolerantie en resistentie van dieren en gewassen verhogen zodat de toenemende dreiging van ziektes omzeild wordt.

Heeft het Platform voor Landbouwonderzoek zich expliciet uitgesproken over de rol van ggo’s in de strijd tegen ondervoeding?
Dat thema kwam uitgebreid aan bod in de werkgroepen. Het ging daarbij niet alleen over het ontwikkelen van nieuwe gewassen, maar ook over genetische modificatie als techniek en het inschatten van de mogelijke impact van het al dan niet toelaten van dergelijke gewassen. Net zoals in de rest van de maatschappij was het debat hierover intens en zijn de meningen verdeeld. Maar je kunt er natuurlijk niet naast kijken dat Vlaanderen een traditie heeft op het vlak van onderzoek naar genetisch gemodificeerde organismen. Dat biedt zeker perspectieven voor de toekomst.

In welke mate kan het landbouwonderzoek de boeren en tuinders helpen bij de verbreding van hun markt?
Er is nood aan onderzoek dat diverse vormen van productvernieuwing mogelijk maakt en nieuwe afzetkanalen opent. Dat geldt voor voedingsmiddelen, maar ook voor toepassingen met landbouwproducten in andere sectoren. Zo kan de landbouw biobrandstof van de tweede generatie produceren of alternatieven bieden voor chemische componenten die onder meer in de farmaceutische industrie gebruikt worden. De marktverkenning, de productie en de eventuele extractie van dergelijke grondstoffen zijn ongetwijfeld boeiende studieobjecten voor het toekomstige landbouwonderzoek.

De landbouw zal in de toekomst steeds meer verweven raken met andere sectoren?
We mogen de landbouw en landbouwonderzoek inderdaad niet langer beschouwen als een strak afgelijnde sector. De primaire productie biedt heel wat mogelijkheden die nog verkend moeten worden in samenwerking met andere sectoren, zoals de industrie en distributie. De ontwikkeling van nieuwe toepassingen voor landbouwproducten is dan ook een belangrijke kennisvraag.

Boeren en tuinders profileren zich ook steeds nadrukkelijker als dienstenleveranciers.
Een goed voorbeeld zijn de groene en blauwe diensten, zoals natuur- en landschapsbeheer of het beschikbaar stellen van overstromingsgebieden. Probleem is dat er nog geen markt bestaat voor dergelijke diensten en dat ze vandaag dus alleen door de overheid vergoed worden via beheerovereenkomsten. Maar doordat er geen spel is van vraag en aanbod is het erg moeilijk om de correcte vergoeding te betalen. Zo ontstaat een situatie waarbij sommige boeren vinden dat de vergoedingen voor beheerovereenkomsten te laag zijn, terwijl anderen een mooie winst opstrijken. Daarom wordt geëxperimenteerd met veilingsystemen en offertes om het hele systeem meer marktconform te maken. Landbouwers zouden dan een bepaalde dienst kunnen aanbieden tegen een bepaalde prijs.

Zijn er nog andere manieren waarop het landbouwonderzoek de multifunctionele landbouw een duw in de rug kan geven?
Het multifunctionele model biedt een antwoord op de ruimtelijke druk waaraan de landbouw in onze regio wordt blootgesteld. In de toekomst moet de synergie tussen stad en platteland verhoogd worden en via geïntegreerde productiemodellen moeten we tegelijkertijd het beschikbare landbouwareaal zo goed mogelijk benutten. In het dossier van de agrarische structuur werd heel lang voornamelijk geredeneerd in kwantitatieve termen, maar ook de kwalitatieve invulling verdienen een debat en het nodige onderzoek.

In het dossier van de prijsvorming voelen de landbouwers zich de jongste tijd nadrukkelijk tegen de muur gezet door de verwerkende industrie en de distributiesector. Kan het landbouwonderzoek daar in de toekomst iets aan verhelpen?
Geen enkele onderzoeker zal het belang van deze problematiek minimaliseren, maar het is een moeilijk thema. Tegenover het grote aantal aanbieders van landbouwproducten staat een steeds kleiner aantal afnemers. En hoe je het ook draait of keert, het marktsysteem werkt op basis van vraag en aanbod. Positief is wel dat onze boeren en tuinders steeds minder afhankelijk worden van die afnemers door toenemende differentiatie. Ze kunnen zich met hun producten profileren op basis van parameters zoals smaak, gebruiksgemak, gezondheid, veiligheid, herkomst en ethische waarden. In vergelijking met andere regio’s hebben de Vlaamse voedingsketens alvast een bevoorrechte positie: onze consumenten hebben een hoge levensstandaard en zijn koopkrachtig. Bovendien beschikken we dankzij de hoge verstedelijkingsgraad over een mooie thuismarkt.

Maar in veel gevallen blijft de boer de laatste schakel die onverwachte schokken zal moeten opvangen?
Wat het landbouwonderzoek wel kan doen, is aantonen op welke manieren landbouwers meer zeggenschap en dus ook een groter aandeel in de toegevoegde waarde kunnen verwerven in de keten. Onderzoekers moeten ook bestuderen wat de optimale mix is van hulpmiddelen en vaardigheden voor dynamische voedingsketens. Tot slot moet het landbouwonderzoek nagaan hoe de overheid een rol kan spelen bij het definiëren van randvoorwaarden voor de totstandkoming van een evenwichtige en duurzame ketenwerking.

Het Platform voor Landbouwonderzoek stelt dat lineaire onderzoeksketens stilaan vervangen zullen worden door kennisnetwerken. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Vroeger was er een zeer rechtlijnige logica: universiteiten deden fundamenteel onderzoek en bezorgden de resultaten aan het ILVO, dat zich bezighield met toegepast onderzoek. Vervolgens belandde de informatie bij de praktijkcentra, die via demoprojecten de boeren en tuinders voorlichtten. Die strakke regie strookt steeds minder met de werkelijkheid. We merken dat de interactie tussen de verschillende actoren groeit, zodat universiteiten bijvoorbeeld een project uittekenen in samenwerking met een praktijkcentrum en een landbouwer. Dergelijke netwerken zorgen voor een betere afstemming van het onderzoek op de reële noden, een snellere verspreiding van de onderzoeksresultaten en dus ook een grotere betrokkenheid van de boeren en tuinders bij het onderzoek. Als overheid kan je die ontwikkeling alleen maar toejuichen. Daarnaast moet niet enkel multidisciplinaire samenwerking tussen complementaire onderzoeksteams gestimuleerd worden, maar ook de vorming van consortia met Waalse en buitenlandse onderzoeksteams.

Hoe kan grensoverschrijdend samengewerkt worden om te vermijden dat onderzoekswerk nodeloos herhaald wordt?
Grensoverschrijdende samenwerking gebeurt vandaag al, maar dan voornamelijk door individuele onderzoeksgroepen in het kader van de Europese onderzoeksprogramma’s. Toch stel ik vast dat men in alle landen steeds meer aandacht heeft voor internationale samenwerking. Er ontstaat een grote drive om samen onderzoek te verrichten rond de mondiale uitdagingen voor de landbouw. Zo bestaat er intussen ook op Europees niveau een platform dat onderzoekers uit de Europese lidstaten samenbrengt.

Het witboek heeft het werkterrein voor het landbouwonderzoek grondig geanalyseerd. Wat zijn de verdere stappen om tot de uitvoering van de goede voornemens te komen?
Het Platform voor Landbouwonderzoek zal waken over de opvolging van de aanbevelingen. De onderzoeksinstellingen hebben zich alvast geëngageerd om intern de nodige vertaalslag te maken. Verder zullen we ook inspanningen leveren om het witboek bekend te maken bij financierende instellingen en adviesraden, met de bedoeling om hen meer dan ooit te overtuigen van het nut van landbouwonderzoek. Vandaag investeert de Vlaamse overheid 31 miljoen euro in het landbouwonderzoek. De aard van de uitdagingen waarvoor de landbouw staat, verrechtvaardigt volgens ons een hoger bedrag. Daarvoor rekenen we op de volgende Vlaamse regering.
 

Poll: Wat moet prioritair zijn voor het Vlaamse landbouwonderzoek: duurzame landbouwpraktijken of productieverhoging?

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via