nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Meer dan één visie op duurzaamheid van landbouw en platteland
30.01.2012  Duurzaamheidsdiscours

Stakeholders hanteren aanzienlijk verschillende definities en percepties ten aanzien van ‘duurzaamheid van landbouw en platteland’. Dat is de conclusie van een verkennend onderzoek van de eenheid Landbouw en Maatschappij van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO). De vraag naar sociologische verklaringen van ontwikkelingen op het platteland en in de landbouw neemt toe omdat er ingrijpende veranderingen plaatsvinden die voor grote uitdagingen en spanningsvelden zorgen. Het wordt daarom belangrijk voor de wetenschap om zich bewust te zijn van de soms grote interpretatieverschillen van de sleutelbegrippen ‘duurzaamheid’, ‘platteland’ en landbouw’. Het ILVO-onderzoek kon een waaier aan inspirerende en maatschappelijk relevante onderzoeksthema’s blootleggen door de accenten van elk van de stakeholders te detecteren.

De onderzoekers van ILVO onderwierpen 21 vertegenwoordigers van zeven op het platteland betrokken actoren (landbouwverenigingen, landbouwsyndicaten, banken, overheidsinstellingen, plattelandsorganisaties, actoren van de economische keten en ngo’s) aan een diepte-interview, met bewust open vragen die toelieten om zelf invulling aan de concepten te geven: Welke sociale thema’s zijn een onderzoek waard in het kader van een duurzame landbouw en een duurzaam platteland in Vlaanderen? Wat is duurzame landbouw voor u? En duurzaam platteland? Welke sociale thema’s zijn daarbij voor u belangrijk?

Het resultaat is een lange lijst van mogelijke onderzoeksthema’s, gegroepeerd rond ‘het concept duurzaamheid’, ‘het verstedelijkte Vlaanderen (Stadsgewest)’, ‘de boer en zijn activiteit’, ‘de publieke opinie (maatschappij)’, ‘voeding en keten’ en ‘beleid en instituties’. Telkens valt op dat respondenten gelijkaardige thema’s op verschillende manieren benaderen. Via een bijna woordelijke analyse van de antwoorden uit de diepte-interviews zijn drie verschillende discoursen gedetecteerd. Deze discoursen zijn verzamelingen van sociale representaties waarin betekenis wordt gegeven aan sociale en fysieke fenomenen.

Discours 1: Het agri-ruralistisch discours
Het agri-ruralistisch discours stelt het behoud van de landbouw en het platteland in zijn huidige vorm centraal. Logischerwijze zijn hier vooral uitspraken te vinden van mensen die zeer sterk verbonden zijn met de landbouwsector of die zelf actieve landbouwers zijn. Als zij het over duurzaamheid hebben, benadrukken ze dat de leefbaarheid van het landbouwbedrijf voor het gezin (de economische en sociale duurzaamheid dus) primeert op ecologische of macro-economische aspecten.

De verstedelijking - er is sprake van het “Stadsgewest Vlaanderen” - en de grote hoeveelheid claims op het platteland ervaren ze als een grote druk op de landbouwsector. Een druk die zich vertaalt in toenemende sociale en psychische problemen onder landbouwers. Het wetenschappelijk onderzoek moet volgens dit discours uitvissen hoe landbouw en voedingssector zich moeten organiseren om een meer leefbare situatie te creëren voor de landbouwer en zijn gezin. Sociale wetenschappers horen oplossingen aan te reiken om opvolging en continuïteit binnen de landbouw te verzekeren, met aandacht voor de familiale structuur van de bedrijven en de rol die man en vrouw erin opnemen.

Er is bezorgdheid over de paradox dat burgers steeds meer (duurzaamheids-)eisen stellen aan de landbouw maar steeds minder willen uitgeven aan voeding. Die burgers wekken de indruk dat ze het landbouwberoep te weinig erkennen als waardevol. Dit geldt zeker wat de inspanningen betreft die nu reeds gedaan worden vanuit de landbouwsector om overlast voor natuur en sociale omgeving te beperken.

Binnen dit discours oppert men tot slot dat de landbouwsector afhankelijk is van tal van beleidsniveaus en bevoegdheden. Men betwijfelt de doelgerichtheid van wetgeving en regels die aan de sector worden opgelegd en men stelt zich vragen over de politieke vertegenwoordiging van de landbouwsector op lokale, nationale en internationale niveaus.

Discours 2: Het utilitaristisch discours
Het utilitaristisch discours focust quasi uitsluitend op de economische dimensie van de landbouwsector. De sociale aspecten van de duurzaamheid van landbouw en platteland komen hier nauwelijks of niet ter sprake. 

Het idee van België en Vlaanderen als spil van Europa, als centraal industriegebied en als transportknooppunt, waarbij geen ruimte meer is voor gesubsidieerde landbouw, duikt wel op binnen dit discours. Een basisgedachte is dat er sprake is van een grondmarkt en dat de landbouwsector lang niet de enige is die grond kan claimen. Dit discours bepleit dat de landbouwers slechts aanspraak kunnen maken op gronden als ze meer opbrengst genereren dan een andere economische activiteit. Landbouw moet bovendien haar activiteiten verruimen naar productie voor andere doeleinden, zoals biobrandstof, kledij en geneesmiddelen indien dit rendabel is.

Ook behorend tot het utilitaristisch discours is het pleidooi voor optimale bedrijfsstructuren en ondernemersvaardigheden om als landbouwbedrijf en als landbouwsector te overleven. Suggesties aan wetenschap zijn om bij te dragen aan de competitiviteit van de landbouwsector en te focussen op efficiëntie en groenere technologieën, want opportuniteiten voor schaalvergroting zijn beperkt.

Discours 3: Het hedonistisch discours
In dit discours horen uitspraken en redeneringen thuis die belang hechten aan bredere relaties en ervaringen van en door de verschillende gebruikers van het platteland. Men benadrukt bjvoorbeeld het netwerk dat lokale en regionale actoren van binnen en buiten de landbouwsector en het platteland samenbrengt om rurale ontwikkeling te realiseren. Respondenten voegen een cultureel aspect toe aan duurzaamheid. Het sociale, culturele en ecologische primeren op het economische.

Als er conflicten zijn tussen economische en ecologische belangen op het platteland dan is het verhogen van het sociaal kapitaal een potentiële uitweg. Je hoort hier pleiten voor nieuwe allianties tussen verschillende actoren op het verstedelijkte platteland in Vlaanderen, bijvoorbeeld tussen landbouwers en stedelingen of tussen landbouwers en natuurbeschermers. Een belangrijk uitgangspunt is de vraag wat landbouw zou kunnen betekenen voor de samenleving.

Sociologisch onderzoek moet volgens het hedonistische discours studeren op de vraag op welke manier landbouwers samen met andere actoren een duurzame voedselketen kunnen creëren en hoe ze de culturele, sociale en ecologische waarde van hun producten kunnen gevaloriseerd krijgen. Lokale en bovenlokale overheden moeten de verduurzaming van landbouw en platteland stimuleren en faciliteren.

De drie analytisch te onderscheiden discoursen bieden inzicht in de verschillende standpunten die stakeholders in Vlaanderen kunnen innemen over agrarische en plattelandsthema’s. Let wel: het is niet noodzakelijk zo dat één persoon een agrarische en plattelandskwestie slechts vanuit één discours benadert.

Verduurzaming is zelf een bron van contestatie

Lees ook:
Onderzoekstopics per discours
Dat de verschillende stakeholders anders aankijken tegen de ‘duurzaamheid van landbouw en platteland’ is misschien een voor de hand liggende vaststelling, maar het wordt interessanter en delicater wanneer er straks beslist moet worden over de accenten in het toekomstig landbouw- en plattelandsbeleid en over het soort ruraal sociologisch onderzoek.

Elk discours doet onderzoeksvragen opborrelen, en die zijn natuurlijk interessanter voor wie tot dat discours behoort, dan voor de anderen. Maar in sommige gevallen kunnen onderzoeksvragen (en de bijhorende antwoorden) sturen in oplossingsrichtingen die de ene stakeholder zal toejuichen en de andere zal beschouwen als een bedreiging voor duurzame landbouw en rurale gebieden.

De verduurzaming van landbouw- en platteland is met andere woorden niet simpelweg het gezamenlijk toewerken naar oplossingen voor huidige economische, ecologische en sociale problematieken. Het is duidelijk ook een bron van contestatie in zichzelf. Onderzoekers en beleidsmakers wezen met dit verkennend onderzoek gewaarschuwd: bewust en reflexief omgaan met de term en het discours rond duurzaamheid is een must als men wil bijdragen aan maatschappelijk gedragen in plaats van maatschappelijk gecontesteerde verduurzaming.

Bron: |

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via