nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

16.01.2013 EFSA: "Neonicotinoïden zijn schadelijk voor bijen"

Insecticiden van de groep der neonicotinoïden kwamen al meermaals in opspraak wegens hun vermeende rol in de massale sterfte van bijen. Nu zegt ook de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA dat drie van deze insecticiden schadelijk zijn voor bijen. Zowel de landbouworganisaties in Europa als de gewasbeschermingsmiddelen- en zaadindustrie staan huiverachtig tegenover beperkingen of een verbod.

Gelet op nieuwe wetenschappelijke aanwijzingen omtrent de schadelijkheid van neonicotinoïden voor bijen vroeg de Europese Commissie aan EFSA om de risico's van clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam grondig te bestuderen. Deze chemische stoffen worden gebruikt als zaadbehandeling en insecticide in akker- en tuinbouwgewassen. Neonicotinoïden in granulaatvorm worden in regel verdund met water op het gewas gespoten. Maar er bestaan ook producten van deze familie waarvan de droge korrel ingewerkt moet worden in de bodem.

De onderzoekers bestudeerden de effecten van de drie neonicotinoïden op bijenkolonies, bijenlarven en het gedrag van bijenvolkeren. Ook de sub-lethale effecten van niet-dodelijke doses van de drie stoffen werden onder de loep genomen. EFSA komt tot de conclusie dat deze drie neonicotinoïden wel degelijk risico’s inhouden voor bijen, al blijft een aantal vragen onbeantwoord door een gebrek aan data.

Het rapport zegt onder meer dat bijen gevaar lopen door de blootstelling aan neonicotinoïden via pollen en nectar. Daarom wordt geadviseerd om deze insecticiden enkel nog te gebruiken op landbouwgewassen die bijen links laten liggen in hun zoektocht naar voedsel. De zaadbehandeling met neonicotinoïden houdt op zijn beurt risico’s in omdat er bij het zaaien schadelijke stofontwikkeling is. Bij serreteelten en suikerbieten doet dit probleem zich niet voor, merkt EFSA op. Dat geldt ook voor sommige toepassingen als insecticide in een later groeistadium van het gewas.

Volgens de onderzoekers lopen de bijen ook gevaar wanneer zij hun dorst lessen met vocht dat verdampt wordt door maïs die een zaadbehandeling kreeg met thiamethoxam. In geval van droogte rekenen bijen voor hun drinkwater op de vochtverdamping door planten. Door de sapstroom kunnen er in die vochtdruppeltjes aan het oppervlak van de plant sporen van de zaadbehandeling met insecticiden worden teruggevonden. De beperkt beschikbare onderzoeksresultaten voor de twee andere stoffen lieten geen grondige risico-analyse toe.

EFSA vraagt om met deze vaststellingen rekening te houden bij de risico-beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen. Voor sommige erkende toepassingen beschikte EFSA niet over voldoende data om de risico-beoordeling met succes te kunnen afronden. Verder onderzoek moet hieraan verhelpen. Dat is zeker ook nodig om een duidelijker beeld te krijgen van de risico’s voor andere bestuivers dan honingbijen.

De landbouwsector en diens toeleveranciers zagen de bui al hangen en hamerden daags voor de publicatie van het EFSA-rapport op het economisch maar ook ecologisch belang van neonicotinoïden. De Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca, de zaad- en de gewasbeschermingsmiddelenindustrie staven dat met cijfers uit een studie waartoe zij de opdracht gaven.

Daaruit blijkt dat de economische schade zonder neonicotinoïde zaadbehandelingen oploopt tot wel 4,5 miljard euro. Nog volgens het rapport kan dit minstens 50.000 banen kosten in de landbouw, hoofdzakelijk in Oost-Europa. Plagen worden minder beheersbaar zodat opbrengstverliezen de Europese boeren vijf jaar na een verbod al 17 miljard euro zouden kosten. 

Dat kan volgens de European Crop Protection Association vermeden worden door neonicotinoïden op een veilige manier verder te blijven gebruiken, "zoals dat al tien jaar gebeurt". De organisatie benadrukt ook dat het EFSA-rapport niet wegsteekt dat er nog talloze onzekerheden zijn in de risico-evaluatie.

Phytofar, de Belgische vereniging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, zegt dat de sector het probleem ruimer bekijkt en wijst op voor bijensterfte bepalende factoren zoals de Varroamijt, het verlies van habitat en voedsel, en ongunstige weersomstandigheden. "Wij gaan de discussie niet uit de weg, maar merken op dat dit probleem volgens ons alleen kan worden opgelost door de echte oorzaken van de achteruitgang van het bijenbestand geïntegreerd aan te pakken", aldus Phytofar.

Federaal minister van Landbouw Sabine Laruelle laat weten dat ze de FOD Volksgezondheid de opdracht gaf om de EFSA-studie zo snel mogelijk grondig te bestuderen en om eventueel voorstellen te formuleren.

Meer info: Pesticide risk assessment for bees vs. The value ofneonicotinoid seed treatment

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Proefcentrum Fruitteelt

Volg VILT ook via