nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Alleen een nieuwe orde kan veldleeuwerik redden"
06.02.2007  Eckhart Kuijken - Inbo

Uit een recente enquête onder zijn leden trok Boerenbond de conclusie dat de natuurvriendelijke landbouw doorbreekt. Niettemin keurden de congresgangers van diezelfde organisatie begin december een resolutie goed over een maximale scheiding tussen landbouw en natuur. We peilden naar een reactie bij professor Eckhart Kuijken, hoofd van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

Heeft u moeten slikken toen u de goedgekeurde resoluties van Boerenbond onder ogen kreeg? De landbouwsector wil blijkbaar graag met het natuurbehoud praten, maar dan wel liefst over een boedelscheiding op het platteland.
Dat stemt me bedroefd. Mijn motto is om landbouw en natuur te verweven waar mogelijk en enkel te scheiden waar nodig. Het zou toch zonde zijn om ons versnipperde platteland vol te bouwen met netjes gescheiden ivoren torentjes? Landbouw en natuur zijn integendeel de grootste bondgenoten in de strijd voor het behoud van de open ruimte tegen de oprukkende industrie en woningbouw.

Dat bondgenootschap is op het terrein niet altijd zichtbaar. Waar zijn historisch de tegenstellingen gegroeid?
Met de biologische waarderingskaart is het INBO al twintig jaar bezig om een objectieve beschrijving te geven van alle natuurwaarden in Vlaanderen. Hier en daar heeft dat werk mee geholpen aan de inkleuring van natuur- en reservaatgebieden op de gewestplannen. Hoewel de waarderingskaart aangeeft dat 19,2 procent van Vlaanderen bestaat uit waardevolle tot zeer waardevolle natuur, zijn die gebieden lang niet allemaal planologisch beveiligd. Bovendien stel ik vast dat de autonome ontwikkeling van veel sectoren ook in de ingekleurde groengebieden gewoon is doorgegaan. Logische conclusie is dat het beleid inzake ruimtelijke ordening niet streng genoeg is om zachte bestemmingen te handhaven, laat staan om de natuur op peil te houden. Daaruit blijkt een gebrek aan respect, mede te wijten aan slechte of verkeerd begrepen communicatie. Of misschien bewuste onwil.

Kan u hiervan een voorbeeld geven?
Toen het dossier van de Groene Hoofdstructuur begin jaren negentig op de politieke tafel lag, vierde de desinformatie hoogtij. Dat initiatief is in Nederland nog altijd de ruggengraat voor het beleid, maar werd hier verkeerdelijk als een nieuw gewestplan voorgesteld, terwijl het gewoon een poging was om aan te tonen waar ecologische netwerken in Vlaanderen konden uitgewerkt worden. Waarbij rekening gehouden werd met actuele situaties en onderscheid gemaakt werd tussen hoofd- en nevenfuncties. Helaas heeft Vlaanderen toen een Europese trend gemist.

Iets recenter was er de betoging in Gent tegen de groene betutteling. Op dat ogenblik zat de frustratie ook bij duizenden boeren erg diep…
Laat me die betoging een spijtige uitschuiver noemen, een som van misverstanden, complexe wetgeving allerhande. Ooit heb ik samen met de Boerenbond de nuchtere cijfers over de achteruitgang van het landbouwareaal in de periode 1970-1989 naast die van de ‘opmars’ van natuurreservaten gelegd. Toen bleek dat het landbouwgebied jaarlijks 9.210 hectare moest prijsgeven, terwijl de beschermde gebieden met welgeteld 274 hectare aangroeiden. Kom dan niet zeggen dat de landbouwgrond weggevreten werd door natuurbehoud. Blijkbaar vonden stoorzenders er baat bij de natuur ten onrechte met de vinger te wijzen voor al wat minder goed loopt in de landbouw. Toegegeven, na 1990 ging de aanwijzing van beschermde gebieden iets sneller vooruit, met 902 ha per jaar. Maar dat verklaart zeker niet de veel snellere inkrimping van het landbouwareaal.

Heeft u dan geen begrip voor boeren die geconfronteerd worden met beperkende beheersmaatregelen?
Natuurlijk wel. Van thuis uit ben ik verbonden met het platteland, en begrijp me goed: het laatste wat het natuurbehoud wil, is een polarisatie van het debat. Wat ik wel onbegrijpelijk vind, is dat landeigenaars tien hectare landbouwgrond zonder slag of stoot kunnen verkopen aan welgestelde burgers, die op dat terrein een villa of soms een half pretpark bouwen met exotische parkvogels en streekvreemde beplantingen. Vaak komen er ook paarden aan te pas, waardoor vele duizenden hectare in Vlaanderen overgaan in de handen van hobbyboeren, wat dan weer leidt tot de verdere ‘vertuining’ van de open ruimte. Maar wanneer diezelfde grond voor dezelfde prijs wordt gekocht met het oog op natuurherstel hoor je vaak protest in landbouwmiddens. Moeten vakorganisaties aan dergelijke kreten gehoor geven? Gelukkig groeit het besef dat in diverse natuurgebieden vaak nog aantrekkelijke landbouwactiviteiten mogelijk blijven, wat zelden het geval is op privé-domeinen. Als boer zou ik trouwens harder geprotesteerd hebben tegen de ontwikkeling van havengebieden of suburbanisatie. Wat ik evenmin goed kan vatten, is dat de landbouw vragende partij is om goede gronden langs de wegen te verkopen als bouwgrond, terwijl tegelijkertijd de daling van het areaal wordt aangeklaagd.

Er klinkt verbittering in uw woorden…
Geen verbittering, wel een teleurstelling dat er weinig verandert aan de lintbebouwing en andere aanslagen op de open ruimte. En toch ben ik tegelijkertijd hoopvol, gezien de gestage toename van natuur- en bosgebieden. Er is het decreet op het natuurbehoud en ook vanuit de ruimtelijke ordening hebben we instrumenten om er iets van te maken. En kijk naar het snel groeiend aantal leden van de natuur-en milieubeweging of naar de talloze recreanten die via de nieuwe fietsroutenetwerken de weg vinden naar opengestelde natuurgebieden. Deze blijken van publiek draagvlak betekenen een positief keerpunt.

19 procent van de landbouwbedrijven heeft een beheersovereenkomst gesloten. Dan moet je toegeven dat ook de landbouwsector op de trein springt.
Ik ben voorzichtig optimistisch wanneer ik zie hoe de landbouw de natuur nodig heeft als grondvest voor zijn maatschappelijke aanvaarding. Maar wie onze natuur van dichtbij opvolgt, beseft dat veel kostbare tijd verloren gaat, en sommige verliezen zijn onomkeerbaar. Gelukkig helpt Europa ons om aan een evenwichtige omgevingskwaliteit te werken, denk aan de kwetsbare gebieden. Mede hierdoor groeit bij landbouwers de aanvaarding voor verweving en voor het bestaan van hoofd- en nevenfuncties op het platteland.

Kan je de natuur in Vlaanderen kwantitatief omschrijven?
Begin 2006 waren er 31.707 hectare natuur- en bosreservaat, verspreid over 926 gebieden. De gemiddelde oppervlakte van een beschermd gebied bedraagt dus 34,2 hectare. Als ik dat getal in het buitenland noem, kijkt men meewarig. De gezamenlijke oppervlakte natuur- en bosreservaat bedraagt bij ons nauwelijks meer dan twee procent, terwijl dit in het even dichtbevolkte Nordrhein-Westfalen vijf procent is en in Nederland zelfs bijna tien procent. De natuur in Vlaanderen is het toonbeeld van habitatverlies en versnippering. Juist daarom zijn instrumenten zoals ecologische netwerken, verwevingsgebieden en verbindingsgebieden als corridors broodnodig. De overheid is er zich van bewust, nu moeten we nog de boer op.

Vlaanderen telt ook nog vogelrichtlijn- en habitatrichtlijngebieden. En tegelijkertijd is de afbakening van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) aan de gang…
De vogelrichtlijn- en habitatrichtlijngebieden worden opgelegd door Europa en gebundeld in het Natura 2000-netwerk. In Vlaanderen gaat het om 163.500 hectare, wat nog altijd significant minder is dan de 265.000 hectare biologisch waardevolle oppervlakte natuur die onze waarderingskaart aangeeft. Slechts vijftien procent van die ‘speciale beschermingszones’ bestaat uit reservaatgebied. Daarnaast wachten we in het kader van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen al tien jaar op de inkleuring van de natuurlijke structuur, maar tot hiertoe is slechts 87.000 van de vastgestelde 125.000 hectare afgebakend. Het INBO werkt aan de wetenschappelijke argumentatie om ook de resterende 38.000 hectare ingevuld te krijgen. Verder zou er nog 10.000 hectare bos moeten bijkomen, maar dat is een erg moeizaam proces. Als aanvulling naast de meest kwetsbare zones werd ook voorzien in 150.000 hectare verwevingsgebied, waarvan 70.000 hectare verweving met landbouw. Helaas staan we hier nog zo goed als nergens. Maar ik neem aan dat onze rechtsstaat ervoor zal zorgen dat de opgelopen achterstand ingehaald wordt.

Is er in de voorbije legislatuur niet veel tijd voorbijgegaan door de eenzijdige afbakening van het VEN?
Eenzijdig? Er is altijd uitvoerig overleg geweest. Ik zou de redenering eerder omdraaien: de gelijktijdige afbakening van gele en groene zones bemoeilijkt het proces aangezien uit statistieken blijkt dat de geëiste 750.000 ha agrarische structuur in feite al lang niet meer als dusdanig af te bakenen valt. Bovendien werd steevast op de verkeerde pianisten geschoten: het is niet Vera Dua die in de vorige regering verantwoordelijk was voor de ruimtelijke ordening.

Wat zijn naast versnippering de grootste problemen waar onze natuur mee kampt?
De povere waterkwaliteit, verzuring, vermesting en verdroging, de klimaatswijziging niet te vergeten. We moeten het water zolang mogelijk vasthouden vooraleer het wegvloeit. Maar de klepstuwen in het vermaarde Krekengebied liggen bijna permanent plat waardor rietlanden verdrogen en vervolgens tot akkers omgeploegd worden. In de IJzervallei is er na ruim twintig jaar nog altijd geen overeenstemming over het waterpeil. Naast de bestemde natuurkernen moest dat gebied al lang één groot verwevingsgebied geweest zijn, omdat er voor landbouw en natuur zóveel mogelijkheden zijn om samen te werken. In bijvoorbeeld de Dijlevallei lukt dat wel en ook de overstromingsgebieden langs de Schelde krijgen een gemengd gebruik. Het is echter opvallend dat de landbouw zich vooral in West-Vlaanderen de laatste jaren nog sterker dan vroeger vastklampt aan iedere hectare grond, zelfs aan marginale gronden, en dat vooral voor mestafzet en intensivering.

Moeten er meer en beter vergoede beheersovereenkomsten komen?
Naar analogie met Nederland heb ik vroeger steeds gepleit om inkomenscompensaties voor ‘valleiboeren’ in te voeren, maar men heeft er blijkbaar voor gekozen om gebieden zoals de IJzervallei snel droog te trekken. Er zal dus veel méér nodig zijn dan alleen beheersovereenkomsten om de onevenwichten weer recht te trekken. Al hoor je me uiteraard niet zeggen dat de zorg voor kleine landschapselementen, perceelrandenbeheer en maatregelen voor akkervogels niet nuttig zouden zijn. Maar dan moeten die beheerspakketten wel grondig getoetst worden op hun effectiviteit. Een grote handicap blijft natuurlijk het feit dat ze na vijf jaar aflopen, een termijn die veel te kort is om aan duurzame natuurontwikkeling te doen. Bovendien kan de optelsom van beheersovereenkomsten nooit gebiedsdekkend worden omdat ze vrijblijvend zijn. Op dat vlak blijft dit instrument in gebreke. Aanvullend moeten er dus wellicht bijkomende beheerspakketten komen. Maar in bepaalde grote of kwetsbare gebieden moet tegelijk geaccepteerd worden dat het precaire herstel van de biodiversiteit absolute voorrang krijgt en dat dit het werkterrein is van ecologische organisaties.

Hoe is het met onze biodiversiteit gesteld?
Er is een mondiale consensus dat het huidige verlies van biodiversiteit de kansen van de toekomstige generaties ondermijnt, en dat het zo niet verder kan. Fietstoeristen kunnen genieten van mooie landschappen, zonder te beseffen dat ze op het vlak van biodiversiteit soms niet meer zijn dan een lege doos. De ‘groene leegte’ bestaat wel degelijk. Op die plaatsen moeten we samen naar win-win situaties zoeken, waarbij de boer zijn boterham blijft verdienen, de bosbouwer, de jager en de visser zijn plaats vindt en de overheid zich niet blauw betaalt aan subsidies. Dat kan voor een deel door het herstel van waterpeilen aangezien veel gebieden droger gemaakt zijn dan nodig, in die mate dat er vandaag zelfs beregend moet worden. Daardoor wordt de maatschappij twee keer met een kost opgezadeld. Grondwaterputten verdrogen immers vaak de verderop gelegen natte natuurgebieden, wat bijkomende beheeruitgaven meebrengt. Dat is allesbehalve eco-logisch.

Wat kan de landbouw nog meer doen om kwetsbare natuurgebieden te beschermen?
Naast de samenwerking voor het behoud van de open ruimte moet de landbouw ook trachten de druk op kwetsbare natuurgebieden minimaal te houden door de inperking van doorspoelende bestrijdingsmiddelen en een duurzaam beheer van het watersysteem, met prioritaire aandacht voor de eutrofiëring van grond- en oppervlaktewater. Positief is dat minister Peeters aan maatregelen werkt zodat de landbouw kansen geeft aan diersoorten zoals ganzen en hamsters. Daarnaast blijven belangrijke delen van het platteland een dagelijkse ontmoetingsplaats tussen landbouw en natuur. Het INBO zorgt voor ecologische onderbouwing, bijvoorbeeld via de monitoring van akkervogels, kartering van habitats, indicatoren voor verdroging en adviezen over wenselijke waterpeilen. Door dit veldwerk weten wij dat de mogelijkheden om samen te werken toenemen, en dat samenwerking met natuurverenigingen voor landbouwers vaak economisch interessant blijkt te zijn. Zo doen bijvoorbeeld veertig landbouwers aan begrazingsbeheer in de beschermde Uitkerkse polder.

Bij het huidige afbakeningsproces is er in verwevingsgebieden alleen maar sprake van agrarisch natuurbeheer indien de boer er op vrijwillige basis mee instemt. Boerenbond vreest dat aan dit principe in toekomstige natuurrichtplannen weer zou getornd worden. Terecht?
Ik weet niet wat achter de vrees van Boerenbond schuilgaat, maar inzake ruimtebeslag zullen de zes bestaande natuurrichtplannen die ter studie voorliggen nauwelijks impact hebben. Uiteraard zijn er wel veel natuurbeheerplannen aangezien alle erkende reservaten er verplicht eentje moeten hebben. Op basis van ecologische metingen worden hierover door de Hoge Raad voor Natuurbehoud adviezen verstrekt. Als het gaat om natuurverweving weten we dat in sommige gebieden een aantal autonome ontwikkelingen op het vlak van bosbouw, landbouw, recreatie en ruimtelijke ordening in tegenspraak zijn met de aanwezige natuurwaarden. Ik ben misschien wat ongeduldig, maar als er niet snel ingegrepen wordt, zal het in veel gevallen ook achteraf niet meer nodig zijn (sic). De landbouwsector heeft voor het duurzaam behoud van dit soort gebieden wel degelijk een grote verantwoordelijkheid.

In 1975 heeft u een doctoraatsstudie gemaakt over kolganzen en kleine rietganzen. Die vogels staan meer dan ooit in de schijnwerpers door hun groeiende populatie.
Vergeet niet dat overwinterende ganzen tot het internationaal patrimonium behoren. Tot tien jaar geleden namen hun aantallen toe. Omdat die intussen gestabiliseerd zijn en tegelijk de spreiding toeneemt, daalt de gemiddelde begrazingsdruk en dus ook de landbouwschade. Samen met het ILVO zoeken we niettemin uit via welke procedure en op welke plaatsen het billijk is om gewasschade te vergoeden. Voorts moeten we de mensen met een goede communicatie overtuigen dat ganzen niet zozeer ‘gasten met lasten’ zijn, maar wel een natuurfenomeen dat nu eenmaal gebeurt. Net zoals het regent en sneeuwt. Bijen en lieveheersbeestjes zijn toevallig nuttig voor de landbouw, voor ganzen geldt dat jammer genoeg niet. Maar je kan toch niet alle economische voordelen van de natuur dankbaar aannemen en de rest achteloos negeren of zelfs bestrijden?

Is het gras van het natuurbehoud in het buitenland wel zoveel groener?
Wanneer je goed kijkt naar de manier waarop Nederlanders, Engelsen, Duitsers of Denen het natuurbehoud al decennialang aanpakken, dan stel je toch grote verschillen vast. Deels heeft dat allicht te maken met onze ‘gelatiniseerde’ volksaard. Na de oorlogsjaren werd ons land heropgebouwd zonder wet op de stedenbouw. De golden sixties, met daarna Mansholt en zijn schaalvergroting deden de rest. Dit is geen verwijt, maar een oproep om het roer om te gooien.

Binnen enkele maanden gaat u met pensioen. Uw boodschap aan de landbouwsector is er een van verzoening?
Verzoening waar nodig, samenwerking waar mogelijk. Landbouw en natuurbehoud moeten samen streven naar een nieuw evenwicht, een nieuwe orde. Een creatieve en milieubewuste beleidsvoering moet langetermijnplanningen durven maken waarbij de rol van de landbouw – net zoals in het buitenland – sterk zal hertekend worden. Onze generatie ervaart de teloorgang van de veldleeuwerik, het symbool bij uitstek van het platteland, als een groot verlies. Hopelijk kan ik er nog actief toe bijdragen dat de lat voldoende hoog wordt gelegd om het tij te keren.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via