nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

27.03.2013 "Een bijenvriendelijke landbouw is perfect haalbaar"

Hoe kunnen we onze landbouw bijenvriendelijker maken? Dat was de centrale vraag van de conferentie die Europarlementariër Bart Staes vorige week organiseerde in het kader van het neonicotinoïdendebat. Verschillende sprekers onderstreepten er de meerwaarde van alternatieve gewasbeschermingsmiddelen en de nood aan objectief advies voor boeren.

Tijdens een eerste bijdrage pleitte Louis Hautier van de Groupe Interdisciplinaire belge de Recherche en Agroécologie du FNRS (GIRAF) voor een nieuwe benadering van ons voedselsysteem. In de gangbare landbouw is de economische groei van onze landbouwsector prioritair, de sociale duurzaamheid en de milieu-impact komen pas op de tweede en derde plaats. Een ecologische transitie van ons landbouwmodel moet die volgorde omdraaien. Dat kan onder meer door onze voedselketen in te korten, ons consumptiepatroon te wijzigen, en meer zorg te dragen voor de insecten die onze gewassen bestuiven.

Een sterk beperkt gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die neonicotinoïden bevatten, is wat dat laatste aspect betreft, noodzakelijk en volgens de Italiaanse landbouwingenieur en onderzoeker Lorenzo Furlan ook perfect haalbaar. In de eerste plaats moeten we veel voorzichtiger en spaarzamer omspringen met chemische producten. Al te vaak worden gewasbeschermingsmiddelen preventief gebruikt, terwijl het veel efficiënter is ze te gebruiken wanneer het probleem zich stelt. Onder meer teeltrotatie maakt volgens Furlan in veel gevallen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen grotendeels overbodig. Hij concludeerde dat een bijenvriendelijke landbouw zonder neonicotinoïden "perfect haalbaar" is.

Andere alternatieven binnen de Integrated Pest Management (IPM)-visie werden aangereikt door Merijn Bos van het Nederlandse Louis Bolk Instituut en Ralf-Udo Ehlers van E-Nema. Bos voert praktijkonderzoek naar het effect van braakliggende stroken en bloemenranden op de populatie van bestuivende insecten. Ehlers experimenteert binnen zijn bedrijf met nematoden of rondwormen die ingebracht worden in de bodem.

Het uitgangspunt van beide sprekers was identiek: door het versterken van de natuurlijk vijanden van de insecten die de gewassen beschadigen, kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tot een minimum worden beperkt. Ehlers merkte daarnaast ook op dat het gebruik van neonicotinoïden bij bepaalde gewassen volgens Europa eigenlijk als “noodoplossing” wordt aanzien, terwijl het in de praktijk frequent wordt gehanteerd.

Verder dachten de sprekers ook na over de vraag waarom zo weinig boeren warmlopen voor IPM-technieken om hun teelt te beschermen. Merijn Bos bedacht enkele mogelijke verklaringen. Ten eerste zijn landbouwbedrijven vaak zo groot geworden dat IPM té tijdsintensief is en haal je er bovendien geen financiële surplus uit. Maar de oorzaak zoekt Bos vooral bij het gebrek aan kennis en vertrouwen: boeren weten vaak niet dat dergelijke alternatieven bestaan. Tenslotte volgen landbouwers vaak het advies van verkopers die niet steeds een onafhankelijke kijk op de problematiek hebben.

De conferentie werd afgesloten met een emotionele getuigenis van Francesco Panella, een Italiaanse imker die de achteruitgang van de bijenpopulatie van dichtbij heeft zien gebeuren. Hij pleitte voor een radicale omslag in onze omgang met gewasbeschermingsmiddelen en een transitie naar een landbouw waar we opnieuw aandacht hebben voor biodiversiteit en respect voor onze omgeving. De Waalse bioboer, André Grevisse, sloot zich hier volmondig bij aan.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via