nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

'Van meer naar beter produceren'
06.03.2013  Europees landbouwbeleid

Het budget voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) loopt eind 2013 af. Na verschillende overlegrondes tekende Eurocommissaris voor Landbouw en Platteland Dacian Ciolos eind vorig jaar de lijnen uit voor het nieuwe GLB. Wij konden hem strikken voor een broodnodig woordje uitleg over de impact hiervan.

Wat zijn de grootste uitdagingen voor het nieuwe GLB?
Ciolos: In 2010 hielden we in de Europese Unie een breed publiek debat over de toekomst van onze landbouw. Hieruit kwamen drie grote uitdagingen naar voren: de zekerheid van de voedselbevoorrading, het behoud van onze natuurlijke voorraden en een leefbaar platteland. Bovendien moeten we op die uitdagingen inspelen in een moeilijke context. We moeten voor het eerst met 27 lidstaten rekening houden. En het is de eerste keer dat het Europees Parlement mee beslist. Het debat over de hervorming valt samen met de gesprekken over de EU-budgetten per domein voor de periode 2014-2020. Daarom is het ook belangrijk dat we proberen om een beleid te ontwikkelen dat beter begrepen wordt door de belastingbetalers uit alle EU-landen.

‘Door de budgetkoppeling en de 27 landen is dit de moeilijkste hervorming ooit.’

Wat zijn de belangrijkste bijsturingen die u voorstelt?
We moeten komen tot een betere verdeling van de middelen tussen de lidstaten, de landbouwsectoren en de landbouwers in een gebied. Daarnaast moeten we zichtbare voordelen creëren voor de bevolking, zoals het feit dat landbouwers zorg dragen voor de natuur en het landschap. Ik vind dat zowel voorstellen uit de eerste als uit de tweede pijler ertoe moeten bijdragen dat we meer en duurzamer kunnen produceren. De fundamentele vraag is niet langer: hoe produceren we meer, maar ook hoe produceren we beter. Niet eenvoudig, dit is de moeilijkste hervorming ooit.

U wil af van directe steun in de vorm van de huidige bedrijfstoeslag?
We moeten het nieuwe GLB aan de belastingbetaler verantwoorden als een maatschappelijke investering in de toekomst. Een toeslag die gebaseerd is op wat een boerderij de voorbije tien jaar heeft geproduceerd, valt daar niet onder. Ik geloof meer in een toeslag per hectare en per regio. Daarbij kan elke lidstaat zelf streken onderscheiden, bijvoorbeeld via economische of geografische criteria, om de nationale enveloppe zo goed mogelijk te verdelen. Het klopt dat België een kleiner subsidiebedrag zal kunnen verdelen, maar dat is beperkt tot 5 % tussen 2014 en 2020. Omgerekend per hectare is dat nog altijd meer dan landen die minder dan 75 % van het Europese gemiddelde krijgen.

Wordt het totale GLB-budget drastisch ingeperkt?
Het voorgestelde budget blijft, uitgedrukt in euro’s, gelijk. Veranderingen in andere politieke EU-domeinen zorgen ervoor dat het GLB-budget krimpt van 39 % naar 33 %, maar we zullen nog altijd ongeveer 58 miljoen euro per jaar kunnen investeren. De onheilsberichten van toen ik aantrad in 2010 over een daling van 30 à 35 % zijn dus afgewend. In het recentste voorstel van juni behouden we het budget van 2013 en worden een aantal uitgaven met het oog op milieu en klimaatverandering wel in het GLB geïntegreerd.

‘30 % van de directe steun moet gekoppeld zijn aan vergroeningsmaatregelen.’

Even terug naar de directe steun. Die wordt aan striktere voorwaarden gekoppeld?
Dat klopt. Die steun is alleen voor land- en tuinbouwers en compenseert dat boeren binnen de EU hogere kosten hebben dan hun internationale collega’s, door sociale, milieu- en andere wetgeving. We bepalen daarom dat 30 % van de directe steun gekoppeld moet zijn aan zogenaamde vergroeningsmaatregelen: landschappelijke diensten die de markt niet vergoedt. Algemeen geldt overigens dat we de directe steun ook beter moeten verdelen. Subsidies voor de grootste, sowieso efficiëntere, bedrijven zijn niet te verantwoorden. We willen daarom de steun boven 150.000 euro fors verminderen en een plafond instellen van 300.000 euro.

Over de vergroeningsmaatregelen heerst in Vlaanderen heel wat onrust. Wat verstaat u daaronder?

Lees ook:
Wat kost 'vergroening' de Vlaamse boer?
Het gaat om drie maatregelen die zo uitgewerkt zijn dat ze makkelijk te beheren zijn, zonder bijkomende controles. We willen dat boeren instaan voor blijvend grasland, gewasdiversiteit en het inrichten van 7 % zogenaamd ecologisch focusgebied. Het gaat om maatregelen die in de praktijk nu al vaak toegepast worden. Het is niet de bedoeling dat die 7 % ten koste gaat van huidige productiegrond. We denken aan landschapselementen zoals hagen, bufferstroken, bomenrijen die winderosie tegengaan, enzovoort. De vergroeningsmaatregelen kunnen hand in hand gaan met agromilieumaatregelen zoals de beheerovereenkomsten in Vlaanderen, al moeten we ons hoeden voor dubbele betalingen zonder dat ze iets nieuws opleveren. Hierover zal nog gediscussieerd worden, maar het is normaal dat de kritiek in deze fase van de GLB-hervorming luider klinkt dan de lof. Ik heb er alle vertrouwen in dat we tot een oplossing komen.

‘We onderzoeken of beleggingsfondsen een wapen kunnen zijn tegen prijsvolatiliteit.’

Blijft er ook budget voor jonge boeren en voor marktinterventie?
Voor jonge boeren blijven er aparte middelen. Op het vlak van marktorganisatie willen we de traditionele middelen van interventie en private opslag behouden en efficiënter maken. Daarnaast werken we aan een noodfonds dat moet helpen om snel te reageren bij crisissen zoals de E.coli-problemen van vorige zomer. Binnen de pijler platteland willen we ook onderzoeken of boeren zich via een soort van beleggingsfondsen kunnen wapenen tegen prijsvolatiliteit. Algemeen geldt trouwens dat de eerste pijler vrij strikt is, terwijl regio’s via de tweede pijler op meer specifieke problemen – denk maar aan lokale eiwitproductie – kunnen inspelen. Aangezien we met de LEADER-aanpak al mooie resultaten hebben behaald, blijft die uiteraard ook behouden.

Welke rol ziet u voor producentenorganisaties en innovatie?
Producentenorganisaties zijn heel belangrijk om de marktmacht van de land- en tuinbouwer te vergroten in de voedselketen. Bovendien geloof ik in samenwerking op het vlak van marketing en promotie, innovatie en het beperken van de CO2-voetafdruk. Tijdens de E.coli-crisis hebben we gezien hoe goed de sector van fruit en groenten samenwerkt in België, en dat willen we naar alle andere sectoren uitbreiden. Innovatie wordt cruciaal en daarom hebben we het budget voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw verdubbeld tot ongeveer 5 miljoen euro voor de periode van 2014 tot 2020. Vooral de vertaling naar het veld, bijvoorbeeld via partnerschappen tussen onderzoekers en landbouwers, worden uiterst belangrijk om op de grote uitdagingen in te spelen.

Info: www.vlaanderen.be/landbouw (> publicaties > Vergroening directe steun: evaluatie wetgevende voorstellen Europese Commissie)
www.vilt.be ( > Duiding > Na 2013)
europa.eu ( > Beleidsterreinen > Landbouw)
www.europa-nu.nl ( >Beleid & toekomst > Landbouw)

Bron: Landgenoten

Beeld: Landgenoten

Volg VILT ook via