nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Immunocastratie niet enige zaligmakende methode"
19.02.2007  Frank Tuyttens - ILVO

Immunocastratie is op korte termijn het beste alternatief voor de onverdoofde biggencastratie. Dat was begin dit jaar de conclusie van een rondetafelconferentie die bijeengeroepen werd door landbouwminister Leterme. Aan Frank Tuyttens vroegen we wat nu eigenlijk nog het nut is van het jarenlange onderzoek van het ILVO naar alternatieve oplossingen.

Frank Tuyttens: (heftig) We voelen ons helemaal niet gepasseerd. Tijdens de rondetafelconferentie heeft niemand gezegd dat iedereen nu maar met de armen gekruist moet zitten wachten op het vaccin dat Pfizer binnen twee à drie jaar op de Belgische markt zou brengen. Die timing kan trouwens enkel kloppen indien de registratieprocedure vlekkeloos verloopt, en dat blijft afwachten. Eenmaal die klip gerond is, zal ook de Europese versvleesrichtlijn nog moeten aangepast worden. Momenteel is het immers nog steeds zo dat alle niet-gecastreerde varkens met een karkasgewicht van meer dan tachtig kilogram in het handelsverkeer automatisch een berenstempel krijgen, waardoor het vlees aan economische waarde inboet. En zal de consument immunocastratie zomaar slikken? Bij deze techniek wordt een synthetisch eiwit ingespoten dat lijkt op een lichaamseigen hormoon en ervoor zorgt dat de hormonale ontwikkeling wordt stilgelegd. Uit onderzoek blijkt dat de maatschappelijke aanvaarding geen problemen stelt in Australië en Zweden, maar toch. Tijdens een workshop van de Europese Commissie begin februari viel het me op dat lidstaten zoals Nederland en Noorwegen immunocastratie helemaal niet zien zitten. Tot slot lijkt het me ook te riskant om alle pijlen op één enkel product van één enkel bedrijf te richten. Monopolies zijn nooit goed, en dus is het belangrijk dat er zo snel mogelijk nog meer haalbare alternatieven voor de biggencastratie beschikbaar zijn.

De campagne van Gaia heeft aan het licht gebracht dat de meeste Vlamingen helemaal niet wisten dat varkenshouders biggen castreren. Nochtans gaat het om een oeroude praktijk?
Het is moeilijk te zeggen sinds wanneer varkens systematisch gecastreerd worden. Allicht werd de techniek al vlug na de domesticatie van deze dieren toegepast. Ook onze voorouders wisten al dat vlees van niet- gecastreerde beertjes een afwijkende geur en smaak oplevert. De castratie kan destijds ook een middel geweest zijn om gedrag en reproductie onder controle te houden en inteelt te voorkomen. Vandaag is de techniek nog steeds een gangbare praktijk in zowat alle landen. Alleen in Ierland en Groot-Britannië is geen sprake van castratie omdat de varkens daar op een lager gewicht geslacht worden, op maat van de plaatselijke bacon-industrie. Door varkens vroeger te slachten, wordt het risico op berengeur bij verhitting van het vlees immers uitgeschakeld.

Wat gebeurt er precies tijdens een biggencastratie?
De ingreep vindt normaal gezien plaats op de leeftijd van minder dan één week en gebeurt razendsnel. De biggen worden eerst gefixeerd, daarna worden er in het scrotum één of twee incisies gemaakt met een scalpel, de teelballen worden er vervolgens uit geduwd, en de zaadstreng wordt gescheurd of met de scalpel doorgesneden. Tenslotte wordt de open wonde gedesinfecteerd. De pijn is uiteraard aanzienlijk, al is die moeilijk te kwantificeren. Bepaalde stresshormonen zouden tot een factor veertig toenemen, het aantal geactiveerde neuronen in de hersenen met een factor drie. Onderzoek heeft verder ook uitgewezen dat tot vijf dagen na de behandeling gedragsveranderingen optreden. De biggen zijn minder actief, ze drinken minder aan de tepel en vertonen uitingen van pijn zoals beven, staartkwispelen, in elkaar gedoken zitten, sommige dieren braken ook. Bovendien zijn er indicaties dat castratie een negatieve impact kan hebben op het immuunsysteem, waardoor gecastreerde varkens voor de rest van hun leven gevoeliger blijven voor infecties. Weinigen betwisten nog dat het om een ernstige ingreep gaat.

En voor varkenshouders is het geen prettige klus…
Het lawaai van de krijsende biggen maakt je haast gek en het is daarnaast ook een tijdrovende bezigheid die door het vele bukken belastend kan zijn voor de rug. Ik ken geen enkele varkensboer die dit voor zijn plezier doet…

Klopt het dat de Europese richtlijn over biggencastratie strenger is dan de Belgische wetgeving?
Europa laat de onverdoofde castratie van biggen enkel tijdens de eerste levensweek toe. Daarbij mag geen weefsel gescheurd worden. Een big dat ouder is dan zeven dagen mag enkel nog gecastreerd worden door een dierenarts en dat moet gebeuren met verdoving én pijnbestrijding. Dit deel van de Europese richtlijn is nog niet omgezet in een koninklijk besluit met als gevolg dat onze nationale wetgeving onverdoofde castratie toelaat tot een leeftijd van vier weken en er geen expliciet verbod is op het scheuren van weefsel. Er zou nu wel een ontwerpbesluit circuleren om de verschillen ongedaan te maken.

Gebeurt de castratie in ons land doorgaans tijdens de eerste levensweek van de biggen?
Dat vermoeden we. Op het vlak van arbeidsorganisatie lijkt het logisch omdat de biggen in die periode nog andere behandelingen moeten krijgen zoals vaccinaties, de toediening van ijzer, enzovoort. Op die erg jonge leeftijd is het ook nog gemakkelijk om de dieren op te pakken. Wat de welzijnsimplicaties voor de varkens betreft, is het mogelijk dat de wonde bij erg jonge biggen iets beter geneest, maar voor de rest bestaan er eigenlijk weinig wetenschappelijke argumenten om aan te nemen dat castratie in de eerste dagen na de geboorte minder erg zou zijn voor het dierenwelzijn. Integendeel, er zijn speculaties dat pas geboren biggen nog geen afdoende mechanismen ontwikkeld hebben om hun pijn onder controle te houden en dat ze onder de vorm van een verlaagde pijndrempel extra complicaties overhouden aan de ingreep. De Europese wetgever heeft zich destijds laten leiden door het feit dat oudere biggen harder krijsen tijdens de castratie. Intussen blijken die extra decibels gewoon het gevolg te zijn van hun biologisch ontwikkelingsstadium.

Hoelang zijn vorsers al op zoek naar alternatieven voor de onverdoofde biggencastratie?
Pas rond 1970 werd voor het eerst de link gelegd tussen berengeur en de componenten skatol en androstenon, waardoor het mogelijk werd op grotere schaal onderzoek te verrichten zonder dat er steeds tijdsintensieve smaakproeven nodig waren. Maar lange tijd is dat onderzoek een louter zoötechnische aangelegenheid gebleven. Voordelen werden afgewogen tegen negatieve neveneffecten: lagere stikstofefficiëntie, slechtere voederconversie, vettere dieren. De specialisatie in de varkenshouderij en het toenemende handelsverkeer in varkensvlees zullen zeker een stimulans geweest zijn voor ons toenmalige rijksstation om zich ergens in de jaren zeventig voor het eerst met dit onderwerp bezig te houden. Maar toen speelde het argument van het dierenwelzijn niet of nauwelijks mee. Dat is pas veel later gekomen.

Wat doet het ILVO vandaag op het vlak van biggencastratie?
We onderzoeken in welke mate het management, de rassenkeuze, de leeftijd, de huisvesting en het voeder de incidentie van berengeur kunnen inperken. Omdat we hierdoor nooit alle gevallen van berengeur zullen kunnen uitsluiten, werken we tegelijkertijd aan de detectie van berengeur aan de slachtlijn. Er is verder ook aandacht voor de vroegtijdige detectie van varkens die een berengeur verspreiden. Als dat kan op jonge leeftijd, kunnen varkenshouders kiezen wat ze met deze dieren aanvangen: gaande van castratie met verdoving, tot immunocastratie of vervroegd slachten. Boeren kunnen dan ook beslissen om met die dieren niet verder te fokken. Verder spelen we een prominente rol in het net opgestarte Europese PIGCAS-project dat als doel heeft om een overzichtelijke stand van zaken op te maken van de varkenscastratie in Europa.

Hoe moeten we jullie onderzoek naar de reductie van berengeur en de detectie ervan aan de slachtlijn taxeren in verhouding tot immunocastratie?
Vanuit ethisch oogpunt is ons alternatief misschien nog beter. Bij immunocastratie wordt nog altijd de integriteit van het dier aangetast en er blijven twee injecties nodig waarvan de gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van het varken misschien nog niet voldoende onderzocht zijn. Maar we blijven ook niet blind voor de negatieve aspecten van onze eigen methode: de consument wil een mager maar tegelijk ook mals, sappig en smaakvol stukje varkensvlees op zijn bord. Een deel van de intacte beertjes zou wel eens iets té mager kunnen zijn voor een optimale eetkwaliteit. Bij immunocastratie zal dit vooral zal afhangen van het tijdstip van de tweede injectie. Voor de rest denk ik dat het bij de introductie van eender welke nieuwe techniek zinvol is om die steekproefsgewijs te combineren met de detectie van berengeur aan de slachtlijn. Kwestie van een dubbele controle in te bouwen.

Wanneer het straks lukt om castratie overbodig te maken, bestaat het risico dat het gedrag van de dieren niet onder controle te krijgen is.
Die inschatting hebben we zelf ook gemaakt. Daarom hebben we met heel beperkte middelen een onderzoeksproject opgestart in samenwerking met de Wageningen Universiteit. Daarbij proberen we om de gedragsverschillen tussen intacte en gecastreerde beren te kwantificeren. We willen ook nagaan hoe het vlees van immunogecastreerde en niet-gecastreerde varkens smaakt, en hoe de productie van varkensvlees met intacte beren of immunogecastreerde beren geoptimaliseerd kan worden binnen de context van onze moderne varkensrassen en de gangbare milieu- en welzijnswetgeving. Eind vorig jaar hebben we bij het IWT een project ingediend om dit allemaal verder uit te spitten. Als we dat mogen uitvoeren, kunnen we onze varkenssector misschien een competitief voordeel bezorgen tegen het ogenblik dat er geen castratie meer wordt toegepast.

Volgens landbouwminister Leterme is verdoving als opstap naar een definitieve oplossing voor het castratieprobleem geen optie. Gaia is het daar niet mee eens.
De castratie van biggen heeft meerdere gevolgen. In chronologische volgorde zijn dat preoperatieve stress, dan is er de ingreep zelf, gevolgd door postoperatieve ongemakken tijdens de eerstvolgende dagen, blijvende gezondheidsrisico’s in het verdere leven en een negatieve factor is ook dat de integriteit van het dier aangetast wordt. De verdoving neemt enkel een deel van de pijn weg tijdens de ingreep, terwijl de preoperatieve stress zelfs verhoogt. De andere factoren blijven ongewijzigd, waardoor de globale welzijnswinst voor de varkens dus relatief beperkt blijft. In die zin begrijp ik niet goed waarom Gaia zo hard blijft hameren op verdoving. Daarnaast zou het niet makkelijk zijn om boeren te motiveren om varkens te verdoven aangezien ze er enkel kosten en geen enkele vorm van economische winst aan overhouden, wat dus wél het geval is indien je geen castratie hoeft uit te voeren. Bovendien horen de varkenshouders in geval van verdoving elk dier twee keer schreeuwen. En voor de overheid zou het heel moeilijk zijn om te controleren of boeren effectief de verdoving toepassen. Ik kan begrijpen dat politici de optelsom van die argumenten maken…

De globale welzijnswinst door verdoving moet misschien gerelativeerd worden, maar kan u zich een stevig tandartsbezoek zonder verdoving voorstellen?
De vergelijking met een tandartsbezoek gaat niet helemaal op. De voornaamste factoren die ervoor zorgen dat een situatie stresserend is, zijn oncontroleerbaarheid en onvoorspelbaarheid. Wie naar de tandarts gaat, weet dat de verdoving zal helpen om latere pijn te verzachten, en zal dus ook niet tegenstribbelen. Een big spartelt natuurlijk wel tegen, waardoor de injectie wel eens zal mislukken en alleszins minder vlot zal verlopen. Later wordt de big nog eens vastgepakt voor de eigenlijke castratie. Een dierenarts heeft me verteld dat door de eerder opgedane negatieve ervaring de biggen dan nog meer in paniek raken. Uit een bevraging in Noorwegen is gebleken dat het effect van verdoving als goed werd ervaren door 54 procent van de dierenartsen en slechts 19 procent van de varkenshouders.

Welk gevoel hou je als wetenschapper over aan de campagne van Gaia?
Het is heel jammer dat een polemiek ontstaan is. Als je de discussie over verdoving buiten beschouwing laat, hebben alle partijen er alle belang bij dat er zo snel mogelijk vooruitgang geboekt wordt in dit dossier. Er is een gemeenschappelijk verhaal.

Gaia verwijt de landbouworganisaties onder meer dat ze bij de overheid onvoldoende gelobbyd hebben voor een oplossing. Er had de voorbije jaren bijvoorbeeld meer overheidsgeld naar wetenschappelijk onderzoek kunnen stromen?
(stilte) Die vraag is heel moeilijk te beantwoorden. Uiteindelijk hééft de overheid een projectoproep gelanceerd en hebben wij daarop ingespeeld. Vergeet niet dat biggencastratie ook niet het enige probleem is in de veehouderijsector, ook niet als het om dierenwelzijn gaat. Momenteel krijgt het dossier van de huisvesting voor leghennen minder media-aandacht, maar uit recent onderzoek is gebleken dat ruim 90 procent van onze kippen in volièrestallen een breuk oploopt aan het borstbeen. Ook op dat terrein is dus nog veel onderzoekswerk nodig…
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via