"Geen derogatie bij actieplan dat ontoereikend is"

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

De Europese Commissie is van oordeel dat alle maatregelen in het kader van het mestbeleid in het teken moeten staan van het behalen van de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn. Daarom kan er geen sprake zijn van een differentiëring van de nitraatresidunormen voor gewas en/of bodem. De bemestingsnormen moeten ook gebaseerd zijn gemiddelde producties in plaats van op maximale producties.


Sinds december vorig jaar is het kabinet van minister van Leefmilieu Joke Schauvliege in intensief overleg met de Europese Commissie over een nieuw actieprogramma in het kader van het mestdecreet. In de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement uitten volksvertegenwoordigers Karlos Callens (Open Vld) en Tinne Rombouts (CD&V) hun bezorgdheid over de wending die deze gesprekken hebben genomen. Ze vroegen Schauvliege naar de stand van zaken.

Volgens Schauvliege is de Europese Commissie ervan overtuigd dat alle maatregelen in het teken moeten staan van het halen van de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn. Hierdoor kan er op dit ogenblijk dan ook geen sprake zijn van een differentiëring van de nitraatresidunormen voor gewas of bodem, tenzij men kan aantonen dat dit geen negatief effect heeft op het halen van de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn.

“Er mag volgens de Commissie ook niet gewerkt worden met bemestingsnormen die gebaseerd zijn op maximale producties, maar wel op gemiddelde producties. Wie toch wil streven naar maximale opbrengsten, moet bewijzen dat bijkomende bemesting niet negatief inwerkt op de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn”, lichtte Schauvliege toe. De EU-commissie is er ook van overtuigd dat er extra initiatieven moeten genomen worden in de tuinbouw en in de polders en dat er nood is aan een duidelijk plan om de fosfaatproblematiek aan te pakken.

Wanneer het Vlaams actieplan onvoldoende ingrijpend is, zal de derogatie niet meer aanvaard worden door de Europese Commissie. Daarom is er momenteel ook een onderzoek lopende naar de zogenaamde procesfactor, die aangeeft wat de impact is van het stikstofresidu in de bodem op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Hierbij wordt zowel rekening gehouden met de aard van het gewas als met de bodemkenmerken. .

Uit die studie moet blijken hoe en in hoeverre een differentiëring van de reststikstofnorm in de bodem wetenschappelijk te onderbouwen is op basis van gewas en/of grondsoort. “De resultaten moeten klaar zijn tegen eind 2010, begin 2011. Die resultaten willen we gebruiken om hierover in 2011 te onderhandelen met de Europese Commissie”, aldus de leefmilieuminister.

Schauvliege gaf ook aan dat hoewel de kwaliteit van het oppervlaktewater in Vlaanderen verbeterd is, dit nog steeds een bezorgdheid blijft voor de Europese Commissie. “De Commissie oordeelt dat er 20 jaar na de uitvaardiging van de Nitraatrichtlijn behoefte is aan duurzame en verscherpte inspanningen om die waterkwaliteitsdoelstellingen in de richtlijn te halen. Europa meent dat Vlaanderen tegen grote uitdagingen aankijkt om de goede ecologische toestand in de kaderrichtlijn te bereiken”, vernam Schauvliege tijdens het overleg.

Karlos Callens drong er bij de minister toch nog eens op aan om de economische benadering in deze discussie niet uit het oog te verliezen. “Het imago van de landbouw is gestoeld op frisse en gezonde planten, topkwaliteit die afzet vindt in heel de wereld”.

Tinne Rombouts wou de minister wijzen op de kans op demotivatie bij de land- en tuinbouwers. “Zij hebben de afgelopen jaren heel wat inspanningen geleverd. Als die niet geapprecieerd of gevalideerd worden, zal de motivatie snel onderuit worden gehaald. En zonder motivatie in de sector zal er geen vooruitgang meer geboekt worden”, meent zij.

 

bron eigen verslaggeving

30/04/2010