nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

25.04.2012 "Geen voedselzekerheid ondanks hogere productiviteit"

VN-rapporteur Olivier De Schutter verdedigde in de landbouwcommissie van het Vlaams Parlement zijn visie op het voedselsysteem. "Herstel lokale voedselsystemen, pak machtsonevenwichten in de voedselketen aan en bekeer de landbouw tot agro-ecologie", luidde het. Daarop gingen de parlementsleden op zoek naar de betekenis van deze visie voor het Europese en Vlaamse landbouwmodel.

Wereldwijd lijden 950 miljoen mensen honger, hebben dubbel zoveel mensen een tekort aan vitaminen en mineralen en zijn 186 miljoen kinderen te klein voor hun leeftijd, wat een indicatie is voor ondervoeding. Tegelijk kampen meer mensen dan ooit tevoren met overgewicht. "Het beleid dat gericht was op productiviteitsverhoging in de landbouw heeft dus gefaald", concludeert Olivier De Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel. Samen met de mank lopende voedselvoorziening is er namelijk meer armoede in de steden én op het platteland.

De Schutter schuift drie prioriteiten naar voor om uit de huidige patstelling in ontwikkelingslanden te geraken. Vooreerst acht hij het nodig om lokale voedselsystemen te herwaarderen die de brug kunnen slaan tussen stedelingen en plattelandsbewoners. Tegen 2050 zal twee derde van de bevolking in ontwikkelingslanden in steden wonen. "Door (peri-)urbane landbouw te promoten, moet vermeden worden dat de afstand tussen arme huishoudens en de bron van hun voeding letterlijk te groot wordt", zegt de VN-rapporteur.

Lokale voedselsystemen verkleinen ook de afhankelijkheid van voedselimport. "Import wordt door de stijgende voedselprijzen een steeds grotere handicap voor arme landen", aldus De Schutter. In sommige landen werd import noodzakelijk nadat lokale boeren de slag om grond en natuurlijke hulpbronnen verloren tegen de grootschalige productie van handelsgewassen voor export. "Andere ontwikkelingslanden exporteren hoogwaardige voedingswaren zoals fruit naar de rijke landen en kopen granen in op de wereldmarkt. Op zijn beurt resulteert dat in een eenzijdig dieet voor de arme bevolking", hekelt De Schutter.

Machtsonevenwichten in de voedselketen wegwerken, moet volgens de VN-rapporteur het tweede streven zijn. "Door enkele transnationale ondernemingen die dominant zijn, hebben kleine boeren weinig kopers voor hun producten. Dat verklaart voor een stuk waarom het vooral de plattelandsbevolking is die honger lijdt", meent De Schutter. Nodig zijn: steun aan landbouwcoöperaties, optreden tegen machtsconcentraties en misbruik van machtspositie en regels die toelaten dat kleine boeren hun krachten bundelen. Hij stelt namelijk vast dat mededingingsregels enkel de consument en niet de kleine producent in bescherming nemen.

De derde prioriteit, en meteen het stokpaardje van Olivier De Schutter, is de evolutie naar een agro-ecologische landbouw. "Door agro-ecologie worden natuurlijke rijkdommen het meest efficiënt benut voor voedselproductie, vermindert de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en worden opbrengstverliezen op een milieuvriendelijke manier tegengegaan." Het toepassen van agroforestry, stikstofbindende gewassen en andere agro-ecologische technieken zorgde voor een gemiddelde opbrengststijging van 80 procent in projecten in 57 ontwikkelingslanden. In Afrikaanse landen acht hij zelfs een verdubbeling van de productie mogelijk.

"Gangbare landbouw is duur, put de natuurlijke rijkdommen uit, vreet brandstof en is niet bestand tegen klimaatschokken. Het is gewoon niet langer de beste keuze", denkt De Schutter. De omschakeling naar agro-ecologie is kennisintensief - het vergt onderzoek en nog meer de verspreiding van kennis - en mag niet los gezien worden van zijn sociale dimensie. Vlaams volksvertegenwoordiger Tine Rombouts (CD&V) drukt na afloop van de uiteenzetting haar waardering uit voor deze visie op het voeden van de vele monden in ontwikkelingslanden, maar oppert net zoals commissievoorzitter Jos De Meyer dat in de oplossing van het voedselvraagstuk wellicht meerdere landbouwmodellen naast elkaar kunnen bestaan.

Maar De Schutter ziet een aantal troeven van kleinschalige, agro-ecologische landbouw waarvan grootschalige landbouw verstoken blijft zoals de hogere productie (niet per arbeidseenheid maar per hectare), de arbeidsintensiteit voor landen waar de werkloosheid hoog is, de onafhankelijkheid van op fossiele brandstoffen gebaseerde inputs zoals kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, het respect voor ecosystemen, enz. Bovendien kan via lokale, kleinschalige landbouw voedselzekerheid losgekoppeld worden van het uitblijven van noodweer in grote productiegebieden. "Meer voedsel produceren in de meest competitieve regio's en dat verhandelen, volstaat niet", benadrukt hij.

Toch verdwijnen kleine landbouwbedrijven in snel tempo omdat ze niet competitief zijn waardoor het lijkt alsof enkel grootschalige landbouw in voldoende voedsel kan voorzien. Dat komt volgens De Schutter omdat positieve effecten van die eerste niet vergoed worden terwijl de negatieve effecten van het grootschalige landbouwmodel niet veruitwendigd worden in de kostprijs van een voedingsmiddel. Als antwoord op de vraag van Els Robeyns (sp.a) verwijst hij ook naar de familiale landbouw in Brazilië. Dankzij ondersteuning van de overheid produceert die nu 80 procent van de voedselvraag op de binnenlandse markt.

De VN-rapporteur beseft dat in zijn visie ontwikkelingslanden hun landbouw zullen moeten ondersteunen op een manier (importtarieven, nvdr.) die moeilijk verenigbaar is met de regels van de Wereldhandelsorganisatie. "Een andere optie om voedselzekerheid te garanderen en de boeren in het Zuiden uit de armoede te halen, is er echter niet."

De Schutter deelt de bezorgheid van Dirk Peeters (Groen) omtrent intensieve veehouderij en het Europees eiwittekort voor veevoeder. Duurzame consumptie mag volgens hem geen taboe zijn als we willen vermijden dat de helft van de graanproductie dient om het vee te voeden. Ook de grote broeikasgasuitstoot en milieu-impact pleiten tegen industriële veehouderij, zo verklaarde De Schutter, maar anderzijds mag de bevolking in ontwikkelingslanden net meer vlees gaan eten om tekorten door een eenzijdig dieet op te lossen.

Van biobrandstoffen gaat volgens De Schutter eenzelfde bedreiging uit. "Biobrandstofgewassen worden meestal geteeld voor export en gaan ten koste van voedselgewassen die de lokale boeren telen", aldus De Schutter. Ook China is tot die vaststelling gekomen en heeft recent zijn steun voor bio-ethanol afgebouwd. "Gelukkig bezint ook de Europese Commissie zich", zegt de VN-rapporteur. Over ggo's neemt hij geen uitgesproken standpunt in, maar wil hij wel kwijt dat ze niet in alle omstandigheden de beste oplossing zijn. "Een bezoek aan Mexico, de bakermat van maïs, leerde dat traditionele variëteiten in de lokale teeltomstandigheden in 80 procent van de gevallen een hogere opbrengst haalden dan ggo's."

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via