nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Vlaamse varkens maken Oekraïne zelfredzaam
04.05.2009  Geert Rombouts - Ratllerow Seghers

Hoewel de Mexicaanse griep er niet eens is uitgebroken, gaat Egypte honderdduizenden varkens preventief ruimen. Elders in de wereld zijn de dieren meer geliefd. Neem nu Oekraïne, dat Rattlerow Seghers uit Lokeren inhuurt om er de varkenshouderij op poten te zetten. Over deze niet-alledaagse missie gingen we praten met Geert Rombouts (38), die bij de fokkerijorganisatie instaat voor de activiteiten in Oost- en Centraal-Europa.

Jullie werken op dit ogenblik een grootschalig fokprogramma uit in Oekraïne. Wat is de achtergrond van dat verhaal?
Geert Rombouts: Zes jaar geleden zijn we mensen tegen het lijf gelopen van Elita Farms. Dat is een relatief klein landbouwbedrijf in Oekraïne, dat zich wilde specialiseren in varkensselectie en daarom op zoek was naar westerse kennis. Eind 2003 zijn de zaakvoerders bij ons een kijkje komen nemen, waarna een eerste samenwerkingsovereenkomst ondertekend werd. Dat ging toen over de levering van genetisch materiaal via de export van levende dieren. Het transport hebben we uiteindelijk moeten regelen via onze connecties in Engeland, omdat de invoer van Belgische varkens in Oekraïne in 2004 nog verboden was vanwege de sanitaire status van onze varkensstapel.

Intussen werd de samenwerking grondig verdiept?
In 2006 hebben we een tweede reeks fokvarkens op transport gezet naar Oekraïne, waarna Elita Farms besliste om het project te intensiveren. De idee rijpte om de hele varkenshouderij in Oekraïne naar een hoger niveau te tillen door dieren met een verbeterde genetica in omloop te brengen. Ook het landbouwministerie had oren naar dit plan, aangezien de Oekraïense varkensstapel de jongste twintig jaar fors gekrompen is, vooral omdat veel kleine boeren er de brui aan gegeven hebben. Die situatie is trouwens erg vergelijkbaar met de achteruitgang van de varkenshouderij in nogal wat nieuwe lidstaten van de EU. Men had verwacht dat na hun toetreding de varkensstapel in die landen fors zou groeien, maar precies het omgekeerde is gebeurd. Zo is in amper vijftien jaar tijd twee derde van de Hongaarse varkensstapel verdampt.

Oekraïne is op dit ogenblik dus lang niet zelfvoorzienend op het vlak van varkensvlees?
Meer dan de helft van de consumptie moet geïmporteerd worden. Om haar vijftig miljoen inwoners van voldoende varkensvlees te voorzien, zou Oekraïne ongeveer 1,4 miljoen zeugen moeten huisvesten, maar vandaag heeft het land er hooguit 600.000. Voor een regio die bekendstaat als een belangrijke graanschuur is dat een bedenkelijk cijfer, en dat vindt dus ook de plaatselijke overheid. Daarom heb ik tijdens een persoonlijk onderhoud met de Oekraïense landbouwminister onze visie uit de doeken mogen doen.

Wat zijn de grote lijnen van die visie?
Landen zoals Oekraïne worden overspoeld door investeerders die komen aandraven met megalomane plannen, die echter geen rekening houden met het lokale kennisniveau en ontwikkelingen op langere termijn. Wij willen ervoor zorgen dat onze genetica ook de –
naar Oekraïense maatstaven – kleine boeren met 1.000 à 2.000 zeugen helpt overleven. Daarom zullen we naast de verkoop van zeugen en beren ook zorgen voor de uitbouw van een bedrijvennetwerk dat kan instaan voor de reproductie van het fokmateriaal. Van cruciaal belang is dat er ook opleidingen komen voor de plaatselijke varkenshouders. Dat zal deels ter plaatse gebeuren, maar er worden ook trainingen voorzien in ons land. Deze maand komt een eerste groep van vijftien Oekraiënse bedrijfsleiders op bezoek. Ze zullen zowel bedrijfsbezoeken als een praktijkcursus varkenshouderij voorgeschoteld krijgen, waarbij alle facetten van een modern bedrijfsmanagement aan bod zullen komen. De zeugen van vandaag vergen een andere behandeling dan hun soortgenoten van pakweg twintig jaar geleden.

Hoever staat het met de levering van de beren en zeugen?
We zijn er in geslaagd om een protocol te laten ondertekenen door de Oekraïense en Belgische autoriteiten waardoor we voor het transport van de varkens niet langer een ommetje langs Engeland moeten maken. In januari zijn 192 zeugen en beren vanuit België vertrokken, en we zijn van plan om nog vierhonderd bijkomende dieren over te brengen zodat onze Oekraïense partners over het volledige genetische gamma van ons bedrijf zullen beschikken. Dat moet volstaan in een tijdsspanne van tien jaar een hoogwaardige zeugenstapel van 200.000 à 500.000 stuks uit te bouwen.

Zitten er nog gelijkaardige projecten in de pijplijn?
In Rusland hebben we contacten gelegd met het grote landbouwbedrijf Talina, dat ongeveer 800 kilometer ten oosten van Moskou gevestigd is. Intussen hebben we er al 2.500 varkens naartoe gestuurd. Maar de context is helemaal verschillend in vergelijking met ons project in Oekraïne. Op de Russische markt ondervinden we veel meer concurrentie van andere fokkerijorganisaties. Dat heeft misschien wel te maken met het feit dat de Russische overheid de voorbije jaren over genoeg middelen beschikte om investeringssteun ter beschikking te stellen van de varkensboeren. Helaas ging de aankoop van fokmateriaal er vaak gepaard met een onbezonnen aanpak. Zoals de Russen ook graag hele voetbalclubs in één keer opkopen, wilden ze de varkenskweek op korte tijd exponentieel laten groeien, zonder aandacht te besteden aan de broodnodige opleidingen. Daardoor loopt 20 à 30 procent van de geneticaprojecten er op dit ogenblik faliekant af. De Russen kopen bij wijze van spreken Ferrari’s, om er vervolgens mee door de bossen te crossen.

Snijden de fokkerijorganisaties door de ontwikkeling van de varkenssector in Oost-Europa niet in het vlees van onze exportslachthuizen?
Dat is erg relatief, want die markten zijn heel wispelturig. De ene keer mag je in Oekraïne varkensvlees leveren, de volgende keer zijn de grenzen weer toe. Als er iets is wat onze exporteurs hekelen, dan zijn het wel zulke toestanden. Het grootste importvolume komt overigens uit Brazilië.

Rattlerow Seghers is bij het brede landbouwpubliek niet echt een bekende naam. Waar komen jullie eigenlijk vandaan?
Ongeveer 45 jaar geleden werd Seghers Hybrid opgestart, met fokprogramma’s die ten uitvoer gebracht werden in vestigingen te Baasrode en Buggenhout. In de jaren zeventig werden de eerste fokvarkens geëxporteerd. Door het faillissement van de overkoepelende holding Verenigde Malderse Compagnie volgde in 2002 echter een belangrijke ommekeer. Een overeenkomst met de Engelse fokkerijorganisatie Rattlerow Farms liet ons toe om vijf weken na de ondergang van de koepel een doorstart te maken. Vandaag hebben zowel Rattlerow Farms als de Spaanse integratiestructuur Piensos Costa veertig procent van de aandelen in handen. Het Amerikaanse bedrijf Newsham Genetics heeft tien procent, net zoals het management. We hebben varkenspopulaties in België, Nederland, China, Hongarije, Mexico en Spanje. Klanten in een twintigtal landen kopen onze beren en zeugen.

Eigenlijk is Rattlerow Seghers een buitenlandse firma?
Dat klopt, maar van de achttal fokkerijorganisaties die internationaal actief zijn, is er wel maar eentje van Vlaamse origine, en dat zijn wij.

Is Rattlerow Segers een gezonde onderneming?
In 2007 bedroeg de omzet 14,7 miljoen euro, met een nettowinst van 739.000 euro. De verschillende vennootschappen stellen in totaal 33 mensen voltijds tewerk.

Jullie zijn godganse dagen bezig met het meten en kruisen van varkens. Hoe gaan jullie daarbij tewerk?
De eerste beoordeling van de varkens gebeurt op basis van uiterlijke kenmerken: welke dieren staan goed op hun poten, zijn ze lang genoeg, enzovoort. Daarna komen een aantal meetresultaten aan bod, zoals de dagelijkse groei en de voederconversie. Vervolgens kijken we naar de fokwaardeschattingen, die op basis van computerberekeningen voorspellen welke de beste dieren zijn binnen een bepaalde populatie. En tot slot kunnen we beroep doen op moleculaire selectie: in bloedstalen kunnen we natrekken of bepaalde eigenschappen al dan niet aanwezig zijn in een varken. Dit maakt het mogelijk om merkers te identificeren. Zo werd vijftien jaar geleden op basis van bloedonderzoek al het zogeheten ‘stressgen’ ontdekt bij varkens. Later werden nog diverse andere merkers gevonden, waarvan wij er ook eentje hebben. Het gaat om een gen dat voor een verhoogde vleesproductie zorgt. Voor alle duidelijkheid: we mogen dat niet inplanten in varkens, maar moeten hele populaties screenen en daarna verder kruisen met varkens die de eigenschap in kwestie bezitten.

Hoewel de genetische modificatie tot nader order niet toegestaan is, kan de selectie dus al veel sneller gebeuren dan twintig jaar geleden?
Dat klopt, maar vergeet niet dat wenselijke eigenschappen dikwijls teruggevonden worden bij dieren met hoge verwantschap. We moeten dus heel hard opletten dat we ons niet bezondigen aan inteelt, zoals gebeurd is bij het Belgische piétrainras. En door te selecteren op bepaalde eigenschappen, moet je er ook voor uitkijken dat de varkens niet te veel inboeten op andere vitale kenmerken. Je kan eenzijdig blijven selecteren bijvoorbeeld vruchtbaarheid, waardoor finaal al de rest om zeep gaat. Het is natuurlijk de bedoeling dat extreem vruchtbare varkens nog altijd op hun poten kunnen blijven staan.

Welke varkenstypes brengt Rattlerow Seghers op de markt?
Onze klanten kunnen kiezen uit vier verschillende beren en twee zeugen. De ene zeug is een betrouwbare allrounder. Het nadeel van dit dier is dat het geen extreem positieve productiecijfers haalt, maar anderzijds is het een gemakkelijk varken dat zonder problemen door boeren in Centraal-, Oost- of Zuid-Europa onder handen kan genomen worden. De andere zeug uit ons fokprogramma is daarentegen een echte topper. Het bedrijfsmanagement moet echter navenant zijn om dat rendement ook uit het dier te krijgen. In 95 procent kiezen varkensboeren in België voor onze topzeug, terwijl we in Oost-Europa hoofdzakelijk de andere zeug verkopen.

Hoe ziet jullie verkoopsnetwerk eruit?
In eigen land hebben we een contractuele samenwerking met vijf KI-stations. Daarnaast verkopen we dus ook zeugen en beren aan boeren. Varkenshouders hebben uiteraard dieren nodig om nieuwe stallen te vullen, maar vergeet daarnaast ook niet dat een bedrijf jaarlijks veertig procent van zijn zeugenstapel moet vernieuwen. Een doorsnee zeug is immers maar gedurende 2,5 jaar productief.

Is België voor Rattlerow Seghers de belangrijkste afzetmarkt?
De belangrijkste markt is voor ons Midden-Europa, waar we vorig jaar 21 procent van onze brutomarge realiseerden. Daarna volgt België met 15 procent. Spanje en Portugal zijn samen goed voor 18 procent, terwijl Rusland en Oekraïne een gezamenlijk aandeel van 16 procent vertegenwoordigen.

In welke mate worden jullie activiteiten wetenschappelijk onderbouwd?
Onze dochtermaatschappij Gentec is een onderzoeksplatform waarin diverse universiteiten vertegenwoordigd zijn. We werken intensief samen met de meest geroemde autoriteiten op het vlak van genetica, zoals professor Michel Georges van de Luikse faculteit Diergeneeskunde. Daarnaast leveren we ook varkens aan ziekenhuizen, waar ze dienstdoen als proefdieren. Ze bestellen bij ons specifieke varkenstypes, en bezorgen ons achteraf de onderzoeksresultaten. Ook wij hebben dus baat bij die vorm van samenwerking.

Welke trend in de varkenshouderij is voor jullie het meest ingrijpend?
Dat is zonder twijfel de schaalvergroting, zowel in binnen- als buitenland. De klassieke varkensboer moet steeds meer beroep doen op externe arbeidskrachten, die niet altijd over de nodige kennis beschikken om te werken met topdieren. Vooral in het buitenland moeten we steeds meer trainingssessies geven, maar ook in eigen land is die trend merkbaar. We hebben op dit ogenblik al een zeventigtal bedrijven met meer dan duizend zeugen. Je moet rekenen dat een gezinsbedrijf met meewerkende echtgenote en zoon ongeveer 450 à 500 zeugen de baas kan.

Hoe zwaar weegt de huidige crisis in de varkenshouderij op de bedrijfsresultaten van Rattlerow Seghers?
In Oost-Europese landen zijn voor de boeren nogal wat kredietlijnen weggevallen. Dus worden er minder stallen gebouwd, waardoor ook de aankoop van fokmateriaal daalt. In België zien we de verkoop nauwelijks zakken, ook al worden er wat minder nieuwe stallen gebouwd dan twee jaar geleden. Een belangrijk voordeel voor onze sector is dat de mensen moeten blijven eten, crisis of niet. En de enige optie van goede varkensbedrijven is doorbijten. Daarom zijn we voor onze bedrijfsresultaten van dit jaar niet zo pessimistisch. Bovendien is de conjunctuur niet in alle landen gelijklopend: de Hongaarse varkenssector heeft zware klappen gekregen in 2004 en 2005, maar de drie voorbije jaren waren goed.

Poll: Denkt u dat een sterke uitbreiding van Mexicaanse griep in Europa zware schade zou kunnen berokkenen aan onze varkenshouderij?

 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via