nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Kwekersrecht stimuleert continue verbetering aardappelrassen"
27.06.2011  Geert Staring (Breeders Trust) en Philippe de Jong (ALTIUS)

Op woensdag 25 mei keken 130 Belgische boeren raar op van een brief die hen aanmaande om kwekersrechten te betalen op hoevepootgoed van enkele aardappelrassen. Eerder dit jaar daagde de afzender van die brieven, de organisatie Breeders Trust, het Voedselagentschap voor de rechter wegens het niet vrijgeven van gegevens van telers van hoevepootgoed. Breeders Trust verenigt acht Noord-Europese pootgoedfirma’s die een vuist wensen te maken tegen de “illegale” vermeerdering van pootgoed. “Op kwekersrechtelijk beschermde aardappelrassen zijn immers licenties verschuldigd”, legt de directeur van de organisatie, Geert Staring, uit. “Ook in afwachting van het vernieuwde Belgische kwekersrecht is dat het geval”, treedt specialist in intellectueel eigendomsrecht Philippe de Jong van het advocatenkantoor ALTIUS zijn cliënt bij. Uiteindelijk kwam het tot een akkoord tussen Breeders Trust en de landbouworganisaties. Tegelijk werd de intentie geuit om de inning van kwekersrechten interprofessioneel te regelen tegen 2012. VILT kruipt in de huid van een aardappelteler die wil weten waarom hij kwekersrechten verschuldigd is.

Breeders Trust was voor Belgische boeren een nobele onbekende tot het ogenblik waarop bij 130 akkerbouwers brieven in de bus vielen die hen aanmaanden om kwekersrechten te betalen op hoevepootgoed. Hoe verklaren jullie deze voortvarende aanpak?
Geert Staring: Onze organisatie geniet wel degelijk enige bekendheid. Breeders Trust is in 2008 opgericht en sindsdien zijn er diverse momenten van overleg geweest met de landbouworganisaties over de inning van kwekersrechten. We werden pas ongeduldig toen die discussie maar niet uitmondde in een systeem om licentierechten te innen op kwekersrechtelijk beschermde aardappelrassen. Breeders Trust is ook buiten België actief. We stelden vast dat in andere belangrijke Europese aardappellanden zoals Nederland en Frankrijk het kwekersrecht al jaren goed geregeld is, wat bij onze kwekers de nodige ongerustheid en enig ongeduld veroorzaakte.
Philippe de Jong: In België is er, voor wat betreft rassen die beschermd worden door een Belgisch kwekersrecht, inderdaad (nog) geen aangepaste wetgeving en tot 2012 is het, zowel voor Belgische als Europese rassen, wachten op een interprofessioneel akkoord tussen kwekers en landbouworganisaties. Dat wil niet zeggen dat aardappeltelers momenteel vrij en blij pootgoed kunnen vermeerderen zonder verantwoording verschuldigd te zijn tegenover de kweker. Al is er geen actuele regeling in België, het is wel degelijk verboden om zonder toestemming van de kweker en zonder vergoeding diens pootgoed te vermeerderen. Bovendien waren er concrete aanwijzingen dat een aantal personen zich bezig hielden met de illegale vermeerdering van hoevepootgoed, wat uiteraard niet mag. Er zijn zodanig grote hoeveelheden aangegeven bij het Voedselagentschap en opgeslagen bij een derde dat we lieten uitzoeken of er ook sprake was van handel in illegaal vermeerderd pootgoed. Om die redenen hebben wij gerechtelijke procedures lopen tegen enkele individuele landbouwers, één handelaar en tegen het Voedselagentschap voor het niet vrijgeven van informatie over de hoevepootgoedtelers. Die procedures zijn nog niet afgerond aangezien zij buiten het akkoord met het Agrofront vallen.

Gaat het om een noemenswaardig deel van de Belgische pootgoedmarkt waar kwekersrechten op kunnen worden geheven?
Geert Staring: Voor de drie rassen (Fontane, Asterix en Felsina, nvdr.) waarvoor aanmaningen werden verzonden, gaat het over 11.000 ton pootgoed voor de voorbije vier teeltjaren. Maar we praten natuurlijk over veel meer dan drie rassen zodat het al gauw oploopt tot ettelijke tienduizenden tonnen pootgoed waarop geen licenties werden geïnd. De vrije aardappelvariëteit Bintje (kwekersrecht op aardappelen loopt af na 25 jaar in de oude wet en na 30 jaar in de nieuwe wet, nvdr.) wordt steeds meer verdrongen door nieuwe variëteiten met betere eigenschappen, bijvoorbeeld op het vlak van ziekte- of droogteresistentie. De hoeveelheid hoevepootgoed van kwekersrechtelijk beschermde rassen neemt dus toe en bijgevolg ook de kwekersrechten die aan onze neus voorbij gaan. De meeste nieuwe variëteiten die in België verhandeld worden, zeker 80 procent, zijn eigendom van de kwekers die zich aansloten bij Breeders Trust. Voor een aantal kleinere kwekers is de financiële drempel om zich aan te sluiten te groot, maar als er straks een interprofessioneel akkoord komt, dan ga ik er van uit dat alle firma’s daarvan zullen profiteren. Al behartig ik natuurlijk de belangen van de leden van Breeders Trust.

Wat moeten we verstaan onder het ‘landbouwersvoorrecht’ voor hoevezaad en -pootgoed, de afwijking op het kwekersrecht die in de nieuwe wet van 10 januari 2011 staat? Moet voor een voorrecht betaald worden? Zo ja, waren landbouwers dan beter beschermd onder de oude wet?
Philippe de Jong: Indien de nieuwe Belgische wet een exacte kopie zou worden van het Europees systeem, dan gaat het landbouwersvoorrecht inhouden dat de landbouwer informatie moet verschaffen aan de kweker over de hoeveelheid hoevepootgoed die hij gebruikt. Op basis van die informatie is hij dan een billijke vergoeding verschuldigd. Hoeveel dat is, wordt allicht in het interprofessioneel akkoord bepaald dat er tegen 2012 komt. De Europese regeling voorziet een standaardvergoeding van 50 procent van het gebruikelijke licentierecht voor het geval er geen akkoord is. In Nederland heeft men 60 procent afgesproken, wat ook ons streven in België wordt. Zodra het interprofessioneel akkoord er is en de landbouwers dit naleven, moet een kweker in principe geen juridische procedures meer aanwenden om licenties te kunnen innen. Ook de boer heeft er baat bij want de billijke vergoeding die hij moet betalen voor het gebruik van hoevepootgoed, is een substantieel lager bedrag dan het normaal verschuldigde licentierecht. Tot slot voorziet het communautair recht nog een (ingewikkelde) uitzondering voor de ‘kleine landbouwer’ die geen enkele vergoeding verschuldigd is voor het gebruik van hoevepootgoed. Maar met een opbrengst die maximaal 185 ton aardappelen mag bedragen, zullen wellicht weinig aardappeltelers als ‘kleine landbouwer’ gecatalogeerd kunnen worden.

GeertStaring_geVILT.jpg‘Zonder vergoeding ontwikkelt een kweker geen nieuwe rassen’

Geert Staring: De vraag wekt de suggestie dat het niet terecht is dat er betaald moet worden voor het ‘landbouwersvoorrecht’. De spelregels zijn nochtans zo dat een landbouwer een kleine vergoeding betaalt voor de ontwikkelingskosten van de nieuwe aardappelvariëteit die hij poot. Hij maakt immers gebruik van een variëteit waar een kweker veel tijd, geld en energie heeft in gestoken. De vergoeding die daar tegenover staat, stuwt een proces van continue verbetering van aardappelrassen. Zonder die vergoeding heeft een kweker geen middelen om nieuwe variëteiten te ontwikkelen, waar de boer op zijn beurt beter van wordt want anders koos hij wel voor de oude variëteit Bintje. Een nieuw aardappelras ontwikkelen kost circa tien jaar tijd en tot drie miljoen euro aan onderzoek, ontwikkeling, vergelijkingsproeven en de inschrijving op de rassenlijst. In het nieuwe kwekersrecht staat daar 30 jaar bescherming van het ras tegenover omdat kwekers die tijd nodig hebben om hun investering terug te verdienen met de betrekkelijk kleine licentievergoedingen. Na 30 jaar mag het aardappelras door iedereen vermeerderd worden.

PhilippedeJong.geVILT.jpg‘Misverstand dat landbouwers beter beschermd waren door de oude wet’

Philippe de Jong: De nieuwe wet zegt niet meer dan dat er een landbouwersvoorrecht is, terwijl in de oude - nog van kracht zijnde - wet geen sprake is van een voorrecht. Dat houdt in dat met de huidige regeling eender welke vermeerdering van pootgoed zonder de toestemming van de kweker een inbreuk is op het kwekersrecht. Het is dus een misverstand dat landbouwers beter beschermd zouden zijn door de oude wet. Strikt genomen kunnen we onder de oude wet de gewone licentievergoeding van een landbouwer eisen en zijn we niet verplicht om een ‘billijke vergoeding’ te vorderen die 50 of 60 procent van het normale kwekersrecht bedraagt. Voor de nieuwe wet is het wachten op de uitvoeringsbesluiten om te weten te komen wat we precies moeten verstaan onder landbouwersvoorrecht. In de memorie van toelichting van de wet wordt voortdurend verwezen naar het Europees systeem zodat de verwachting is dat ook het landbouwersvoorrecht nauw zal aanleunen bij de communautaire regeling.

Gaat het innen van kwekersrechten niet contraproductief werken en aardappeltelers vaker voor de vrije variëteit Bintje doen kiezen?
Geert Staring: Zeker en vast niet want boeren merken in hun portefeuille dat ze hun voordeel doen met nieuwe aardappelvariëteiten dankzij de hogere opbrengsten en de betere kwaliteit. Kwekersrechten zijn in onze ogen goed voor de kweker, de boer, de consument en de rest van de keten. Zij stimuleren evolutie in de veredeling van landbouwgewassen en dragen op die manier bij tot voedselzekerheid.
Philippe de Jong: Die vraag stelt zich evenmin bij andere intellectuele eigendomsrechten. Octrooien op bijvoorbeeld geneesmiddelen stimuleren de farmaceutische industrie om steeds nieuwe en betere geneesmiddelen te ontwikkelen. Indien er alleen maar generische geneesmiddelen bestonden, dan valt de ontwikkeling stil en zouden we ter plaatse blijven trappelen.

De voorbije jaren liepen pootgoedfirma’s licenties op hoevepootgoed mis in België, wat wellicht doorgerekend is in de prijs van het pootgoed. Mogen boeren rekenen op goedkoper pootgoed nu er een nieuwe inkomstenbron is aangeboord? 
Geert Staring:  Breeders Trust houdt zich niet bezig met het bepalen van de prijs van pootgoed. Belgische aardappeltelers hebben de voorbije jaren bij mijn weten niet meer voor pootgoed betaald dan hun collega’s uit de buurlanden. Dat zou in een Europa zonder binnengrenzen commercieel weinig zin hebben. Het antwoord is dus nee omdat het alleen de kwekers geld heeft gekost.

De acht grootste Noord-Europese pootgoedhandelshuizen scharen zich in Breeders Trust achter een gemeenschappelijk doel, namelijk het innen van kwekersrechten. Moeten landbouwers niet vrezen dat zoveel samenhorigheid tot prijsafspraken kan leiden?
Geert Staring: De acht pootgoedfirma’s die verenigd zijn in Breeders Trust, zijn het met elkaar eens wat het innen van kwekersrechten betreft. Zij werken samen om dat volledig legitieme doel te bereiken aangezien ze samen sterker staan dan alleen. Breeders Trust houdt zich met andere woorden enkel bezig met het afdwingen van kwekersrechten en de bestrijding van illegaal vermeerderd pootgoed. Maar laat het heel duidelijk zijn dat wij ons van alle andere zaken, zoals prijsafspraken en marktbeïnvloeding, ver van houden. Dat ligt ook vast in een code, de ‘Anti-trust guidelines’. Buiten het onafhankelijke Breeders Trust zijn de acht firma’s (Agrico, Danespo, Europlant, Germicopa, HZPC, Meijer, Norika en Solana, nvdr.) keiharde concurrenten van elkaar.

Pootgoed is niet het enige kweekproduct dat beschermd wordt door de Europese verordening en de nieuwe Belgische wet. Ligt de weg nu open voor zaaizaadfirma’s om kwekersrechten te innen bij landbouwers die hun eigen graan laten opschonen door een loonsorteerder?
Geert Staring: Ik heb het vertrouwen gekregen van acht pootgoedfirma’s om hun belangen inzake kwekersrechten te verdedigen en vervul geen opdracht voor andere bedrijven. Het interprofessioneel akkoord met de landbouworganisaties waarvan sprake is, zal enkel een systeem op poten zetten voor de inning van kwekersrechten op aardappelen. Zaaizaadfirma’s zouden kunnen aanschuiven om mee het akkoord te ondertekenen, maar dat is primair mijn zorg en verantwoordelijkheid niet.

In april betoogden ngo’s in Brussel voor het recht op eigen zaaigoed. Als 67 procent van de internationale zaadhandel gecontroleerd wordt door tien multinationals, is hun vrees wat de monopolisering van zaaigoed en de invloed van multinationals op de voedselproductie betreft dan niet terecht?
Geert Staring: Voor aardappelpootgoed is de markt alleszins niet zo sterk geconcentreerd. Het grootste aardappelhandelshuis voorziet direct of indirect (via licenties) in slechts één procent van het wereldwijde areaal aardappelen. Dat onze pootgoedfirma’s aardappelen vermeerderen op de traditionele manier en hoegenaamd geen gebruik maken van genetische modificatie, draagt daar toe bij. Voor ander plantaardig uitgangsmateriaal zoals soja en maïs waar dat wel gebeurt, zijn voor de ontwikkeling van ggo-variëiten veel middelen en bijgevolg grote bedrijven nodig.

Gaan we nog van Breeders Trust horen?
Philippe de Jong: Breeders Trust gaat nu onderhandelen met de landbouworganisaties van het Agrofront (Boerenbond, ABS en FWA) om tegen 2012 een inningssysteem op poten te zetten voor kwekersrechten op hoevepootgoed. In 2012 zullen we mogelijk ook reeds de uitkomst kennen van de rechtszaken tegen het Voedselagentschap omtrent de weigering om de gegevens van hoevepootgoedtelers mee te delen.
Geert Staring: In 2011 neemt Breeders Trust de inning van de kwekersrechten voor zijn rekening ten behoeve van de acht aangesloten pootgoedfirma’s en kunnen telers hun gebruikte hoevepootgoed van dit jaar aanmelden via onze website. Hoe dat in de toekomst geregeld wordt, is nog onzeker. Wat we in de toekomst alleszins zullen blijven doen, is een oogje in het zeil houden om het ontduiken van kwekersrechten op hoevepootgoed te vermijden.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via