nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Ggo's: spek voor jouw bek?
17.05.2011  Genetische modificatie

Wat de boer niet kent, daarover kan hij niet beslissen. Toch zal ook jij de komende jaren moeten kiezen of je wel of niet ggo’s gaat telen. En of je bijvoorbeeld bezwaar indient tegen je collega-buur die de stap wel waagt. Momenteel zijn er geen land- of tuinbouwers in Vlaanderen die genetisch gewijzigde organismen, kortweg ggo’s, telen.

Wettelijk is het telen van ggo's niet verboden en er zijn verschillende ggo-zaden verkrijgbaar in de Europese handel. In de praktijk heeft de EU echter nog geen toestemming verleend aan fabrikanten om ggo’s op de markt te brengen die specifiek in onze regio voordeel opleveren. De verwachting is dat die situatie vanaf 2014 zal veranderen. In die periode zou een ggo-aardappel die resistent is tegen de aardappelplaag (Phytophthora infestans) op de markt kunnen komen. Die zou wel een aanzienlijk milieuvoordeel opleveren, namelijk dat hij het aantal spuitbeurten van 10 à 15 per jaar tot 2 terugbrengt.

Populieren en Bt-maïs
Voor wetenschappelijk onderzoek worden wel al ggo’s geteeld in Vlaanderen. Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) voert in Zwijnaarde een veldproef uit met genetisch gewijzigde populieren voor de productie van bio-ethanol. De bomen staan in openlucht, maar ze zullen niet oud genoeg worden om geslachtsrijp te worden en stuifmeel te verspreiden. Twintig kilometer verderop, in Wetteren, voerde het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) in 2010 een co-existentieproef uit met Bt-maïs die resistent is tegen de maïsstengelboorder. Het Bt-voorvoegsel uit de naam komt overigens van Bacillus thuringiensis: de bacterie waaruit het gen afkomstig is dat de maïs resistent maakt. Deze ggo is al toegelaten door Europa en wordt onder meer in Spanje op grote schaal geteeld. In onze streken komt de maïswortelboorder niet voor, maar via deze gevalstudie wil het ILVO onder meer ervaring opdoen inzake isolatieafstanden en bemonsteringsschema’s om vermenging te controleren. De eerste resultaten worden zeer binnenkort verwacht. Tegen de tijd dat deze Landgenoten verschijnt, zou federaal ook een beslissing vallen over een veldproef met varianten van een ggo-aardappel die resistent is tegen Phytophthora. De Bioveiligheidsraad heeft alvast een positief advies gegeven voor de aanvragen die zowel de UGent met het ILVO, het VIB en HoGent, als BASF – dat om juridische redenen apart optreedt – hiervoor hebben ingediend. Ook in Zweden worden trouwens binnenkort veldproeven met deze aardappel opgestart.

Soorten toelatingen

Lees ook:
Witte, rode en groene ggo's
Tot zover wat er al wordt geteeld in Vlaanderen. Wat is er wettelijk nu wel en niet toegelaten op het vlak van ggo’s? De Europese regels zijn heel wat strikter dan die in de VS, China en de meeste Latijns-Amerikaanse landen. Toch bepaalt de EU dat zowel de invoer als de teelt van ggo’s toegelaten is, na goedkeuring van het dossier op het vlak van gezondheid en leefmilieu en onder bepaalde voorwaarden, waarvan de verplichte etikettering de bekendste is. Europa heeft complexe procedures uitgewerkt voor het verkrijgen van zo’n toelating. Daarbij worden verschillende factoren in overweging genomen, die variëren naargelang het gaat om het telen, om het invoeren als voedsel/veevoeder of om het invoeren als industriële grondstof. In de Europese database (zie www.gmo-compass.org) kun je voor alle ingediende ggo-variëteiten opvolgen hoe het dossier evolueert.

De isolatieafstanden zullen bepalen hoe streng of soepel de wetgeving is.

LG25_GGO_04.jpgDe lidstaten worden, via Europese aanbevelingen uit 2003 en 2010, ook gestimuleerd om een co-existentiewetgeving uit te werken. Die moet vermijden dat genetisch gewijzigde gewassen vermengd raken met conventionele of biologische planten. Bovendien kunnen er als onderdeel van het kader afspraken vastgelegd worden over hoe er met eventuele economische schade als gevolg van zo’n vermenging moet worden omgegaan. De filosofie achter het achterwege laten van één centrale Europese regeling is dat de teeltomstandigheden per land verschillen. Bij kleine percelen zal de impact van windbestuiving in principe groter zijn; bij een groter oogstvolume is het verdunningseffect groter. Tegelijk hebben de lidstaten door dit systeem de vrijheid om zelf te bepalen in welke mate ze het telen van ggo’s willen faciliteren. Zo is de isolatieafstand voor maïs in Nederland vastgelegd op 25 meter voor de gangbare teelt en op 250 meter voor bio. In Luxemburg is gekozen voor 600 meter, waardoor de teelt er de facto zo goed als onmogelijk wordt.

Isolatieafstanden en co-existentie
Het Vlaamse co-existentiedecreet is op 3 april 2009 bekrachtigd door de Vlaamse Regering. In het decreet staan procedures voor het voorkomen van vermenging, zoals verplichte kennisgeving, het indienen van bezwaren en teelttechnische maatregelen. Ook voor de afhandeling van schadevorderingen is een procedure uitgewerkt. Er komt namelijk een schadefonds dat kan optreden in het geval dat er toch een vermenging zou optreden.

Wie een ggo-gewas wil telen, zal rekening moeten houden met een verplichte voorafgaande kennisgeving aan autoriteiten en producenten die binnen de vastgestelde meldingsafstand voor dat gewas vallen. Je collega-buur kan dan, binnen een bepaalde periode en op basis van de economische schade die hij zou lijden, een bezwaar indienen. Particuliere buren kunnen dat niet, al zijn er wel een beperkt aantal uitzonderingen voorzien die per gewas zullen worden bepaald. In Vlaanderen zullen de locaties van ggo-teelten overigens niet standaard openbaar worden gemaakt. Alle velden worden wel opgenomen in een verplicht register, dat geïnteresseerden onder bepaalde voorwaarden zullen kunnen inkijken.

Het kader dat het co-existentiedecreet biedt, bepaalt maar deels hoe soepel of streng onze wetgeving wordt. Veel hangt af van de invulling van de uitvoeringsbesluiten bij dit decreet, waarin onder meer per gewas de isolatieafstanden worden vastgelegd.

Op 15 oktober werden de eerste twee uitvoeringsbesluiten goedgekeurd, waarin een aantal algemene teeltvoorwaarden en de isolatieafstand voor ggo-maïs zijn vastgelegd. In de besluiten is gekozen voor een perimeter van 50 meter voor ggo-maïs en worden een aantal voorschriften opgelegd, zoals het reinigen van zaai- en oogstmachines, gescheiden opslag van zaaigoed, het verwijderen van schieters in het volgende teeltseizoen enzovoort.

Schadefonds als buffer
LG25_GGO_05.jpgStel nu dat je ggo-teelt toch een vermenging zou veroorzaken bij een buurman, terwijl je alle wettelijke regels en de gangbare technische voorschriften hebt gevolgd. Volgens het decreet kun je daar dan als individuele teler niet aansprakelijk voor worden gesteld. In dit geval zal een ggo-schadefonds optreden, dat wordt gespijsd met jaarlijkse bijdragen die ggo-telers zullen betalen. De hoogte van de verplichte bijdrage werd voor ggo-maïs vastgelegd op 15 euro per hectare, hetzelfde bedrag als wat er circuleert voor ggo-aardappelen en -suikerbieten.

Lees ook:
"Je kunt moeilijk tegen de techniek zijn"
Terwijl Vlaanderen nog de kat uit de boom kijkt, worden elders binnen en buiten Europa meer en meer ggo’s ingezaaid. Volgens de recentste cijfers schommelde het Europese areaal van ggo-maïs in 2009 rond de 100.000 hectare of 1,2 procent van het Europese maïsareaal. In Spanje is het ggo-aandeel tussen 2005 en 2009 opgelopen tot 20 procent van de totale oppervlakte waarop maïs wordt geteeld (zie tabel). Naast Bt-maïs is de Amflora-aardappel, die een gewijzigde zetmeelsamenstelling als grondstof voor de papierindustrie bevat, momenteel de enige andere ggo die in de EU wordt geteeld. Op aansturen van BASF gebeurt dat alleen in Zweden, het noordoosten van Duitsland en Tsjechië, telkens dicht in de buurt van de fabriek waar de aardappelen worden verwerkt.

In de supermarkt?
De kans is vrij klein dat een van deze ggo’s de eerstvolgende jaren ingang zal vinden in Vlaanderen. Al kan het altijd dat de maïsstengelboorder zich, door de opwarming van het klimaat, ooit in onze streek nestelt. Hij zou al op 100 kilometer van de Belgische grens gesignaleerd zijn. Op korte termijn is het echter waarschijnlijker dat een plaagresistente aardappel de eerste ggo wordt die Vlaamse boeren voor de lokale voedselmarkt zullen telen. UGent en BASF willen hiervoor zo snel mogelijk een gezamenlijke veldproef opstarten. De UGent wil hierin een groot aantal nieuwe experimentele aardappellijnen op hun resistentie testen. BASF brengt één lijn in die al heel ver ontwikkeld is, namelijk de zogenaamde Fortuna-aardappel. Behalve wanneer de overheden stokken in de wielen steken, wordt deze ggo tegen 2014 op de markt verwacht. Hiernaast zijn er ook voor andere teelten ggo’s in ontwikkeling, die op termijn voor de Vlaamse landbouw interessant kunnen zijn. Onder meer voor appels, bloemkool, pruimen, sla, tarwe en tomaat zitten er projecten in de pijplijn.

Vanaf 2014 kan de eerste ggo die voordeel oplevert in onze streek op de markt komen.

LG25_GGO_03.jpgEen cruciale voorwaarde om ggo’s te gaan telen, blijft natuurlijk dat er een afzetmarkt voor is. En dat is nog een groot vraagteken. Tot hiertoe liggen er nog geen ggo-groenten of -fruit in de Belgische supermarkten. Hoewel voedselfabrikanten heel wat ingevoerde ggo’s mogen en kunnen gebruiken, heeft nog geen enkele producent de stap durven te zetten. Alle fabrikanten vrezen dat de door de EU verplichte vermelding op het etiket te veel kopers zou afschrikken in verhouding tot de kostenbesparing die ze kunnen realiseren. In onze buurlanden speelt zich trouwens dezelfde evolutie af. Als er in de winkel al eens een product wordt ontdekt waar in de kleine lettertjes pakweg ggo-maïs opduikt, dan gaat het om een product dat voor de Amerikaanse markt was bedoeld.

Op welke termijn raakt de consument overtuigd van het nut van bepaalde ggo’s?

Wel ingeburgerd zijn daarentegen vlees en eieren van dieren die ggo-voeder hebben gegeten. Dat moet van Europa niet op het etiket worden vermeld en de consument lijkt zich hiervan niet echt bewust. Ook kwaliteitslabels als Meritus of Certus focussen in hun campagnes niet op ggo-arm voeder, omdat dat door internationale evoluties op termijn onhaalbaar dreigt te worden. Tot slot zijn ggo’s ook gangbaar in de sector van diervoeder voor de markt van hobbykwekers. Bijna alle legkorrels voor kippen bevatten ggo-soja en conform de EU-wetgeving staat dat telkens ergens op de verpakking vermeld. Bijna niemand blijkt hier een probleem van te maken. Toch rest de vraag hoe groot de stap naar menselijke voeding is. Op welke termijn kan de landbouw- en voedingssector de consument al dan niet overtuigen van het nut van bepaalde ggo’s?

Meer info:
lv.vlaanderen.be (> zoeken: ggo)
www.biosafety.be
www.ogm-ggo.be
www.gmo-compass.org
www.ilvo.vlaanderen.be 
www.vib.be

 

Bron: Landgenoten

Beeld: Landgenoten

Volg VILT ook via