nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.04.2011 "Ggo-gewassen zijn de zoveelste manipulatie op rij"

Om de berichten dat ggo’s positief zijn voor de landbouw tegen te spreken, kropen tien boeren in hun pen om een opiniestuk te schrijven. Daarin drukken zij hun achterdocht uit tegenover genetisch gemodificeerde gewassen. “Onder het mom van de heilige wetenschap wordt over ggo’s in het belang van de grootindustrie beslist. Boeren en consumenten zijn blijkbaar minder belangrijk”, schrijven zij.

“Wij kunnen de keuze van wetenschap en beleid niet aanvaarden. Als boeren moeten wij uw ggo’s niet”, zo begint het opiniestuk. “Wij boeren worden in een keurslijf gewrongen van bemoeienissen, reglementeringen en bepalingen, die de essentie van ons werk aantasten. Straks in die mate dat ons voortbestaan bedreigd wordt door de wetenschap en het kortzichtige beleid inzake genetisch gemanipuleerde organismen.”

De boeren hebben naar eigen zeggen geen probleem met wetenschap op zich. “Er is veel goede wetenschap die ons al veel aangename dingen geschonken heeft. En er is gelukkig veel goede wetenschap die degelijk onderzoek combineert met gezond verstand”, verklaart groenteteler Johan D’hulster. “Maar we staan achterdochtig tegenover een wetenschap die alle levende verbanden uit het oog verliest, zich daarmee in een ivoren toren opsluit en in zelfhandhaving haar eigen gelijk in stand houdt met macht en geld.”

Zij beschouwen genetische modificatie van gewassen als “de zoveelste manipulatie op rij”. “Honderd jaar geleden wilde de wetenschap ons doen geloven dat onze rijkdom niet gelegen was in onze grond, maar in kunstmest”, zegt groenteteler Walter Cambie, “en dat is tot op de dag van vandaag de heersende opvatting.” Hij legt uit dat planten gevoed worden met dode minerale zouten en opgefokt met stikstof, fosfor, kali en andere elementen die door de industrie aangeleverd worden. “Een industrie die erg olieverslindend is en inmiddels zo machtig geworden dat ze de mestwetgeving, waar iedere boer momenteel aan gebonden is, politiek mee in haar voordeel beslist en bepaald heeft”, menen de schrijvende boeren.

“Het gros van de wetenschap wil ons doen aannemen dat onze planten en dieren maakbaar zijn”, zegt zijn collega Antoine De Paepe. “Wij boeren willen graag geloven dat de wetenschap tot zeer veel in staat is, maar we zijn geweldig argwanend geworden als dat allemaal als een zegening aan ons wordt opgedrongen.” Wetenschap en beleid hebben volgens de opinieschrijvers de autonomie van boeren vervangen door afhankelijkheid. “Het sleutelen aan ons genetisch erfgoed, over de langzame weg van kruisingen, hybridisatie, ongeslachtelijke vermeerdering tot de genetische manipulatie van vandaag, is weinig anders dan een verplaatsing van het werkveld van de boerderij naar de belangen van de chemische industrie”, verklaren zij.

Co-existentie van ggo- en andere gewassen is volgens hen een waanidee, een hersenkronkel, die bedacht is door andere mensen dan boeren. “Je kan de natuur niet in geïsoleerde vakken indelen. Het wezen van de natuur is interactie en de mate waarin wind, bijen en insecten stuifmeel overbrengen, kan je niet vanuit regels vastleggen”, luidt hun verklaring. De boeren zijn ervan overtuigd dat ggo-vervuiling en -dominantie geen waarschijnlijkheid maar een feit wordt. “Hebben we dan nog niets geleerd van de schrijnende berichten uit Amerika, Canada, of Mexico”, verklaren behalve de drie eerder genoemde groentetelers, ook hun collega’s Lea Anthonissen, Rolle De Bruyne, Etienne Persijn en geitenhouder Renaat Devreese, melkveehouders Johan en Frank Van Den Steen, akkerbouwers Carlos en Sonia Noë en Piet en Lucrèse Anrijs die permacultuur toepassen.

Weerstand tegen de toepassing van genetische modificatie bij landbouwgewassen is er ook in hoofde van Dirk Peeters, volksvertegenwoordiger voor Groen!. Hij nam kennis van het eindrapport van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) omtrent de praktijkproef co-existentie met ggo-mais in Wetteren. Peeters is van mening dat voorzichtigheid geboden blijft omdat van loonwerkers die maïs zaaien en oogsten een bijzonder grote discipline wordt gevraagd. “Wanneer zij vanwege de tijdsdruk nalaten de machines te reinigen, dan kan er besmetting van andere maïs met ggo-maïs optreden”, verklaart het parlementslid. Hij beschouwt ook de eindverantwoordelijkheid die bij de landbouwer ligt, bijzonder groot. En ziet in het omslachtige en dure onderzoek naar een ggo-besmetting in andere percelen een volgende drempel voor de teelt van ggo-maïs in de Vlaamse landbouwpraktijk.

Lees hier het volledige opiniestuk.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via