nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.03.2014 "Globale voedselproductie radicaal omgooien"

Het zesjarig mandaat van Olivier De Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel, zit erop. In een laatste rapport pent hij zijn conclusies neer en blikt hij vooruit. "Honger uitroeien is haalbaar, maar dan moeten we ons voedselsysteem radicaal omgooien", zo klinkt het. "Het democratisch gehalte van onze mondiale voedseleconomie is onaanvaardbaar laag."

UCL-professor Olivier De Schutter rondt na zes jaar zijn mandaat als VN-rapporteur voor het recht op voedsel af. Zijn slotbeschouwingen bundelt hij in een laatste rapport. Daarin pleit De Schutter voor het herdenken van ons voedselsysteem. "Het uitroeien van honger en ondervoeding in de wereld is een haalbaar doel. Maar dan moeten we verder gaan dan de logica van onze voedselsystemen te verfijnen – we moeten die systemen radicaal hervormen."

"De grootste zwakte van onze voedseleconomie is het gebrek aan democratie", gaat De Schutter verder. "Op lokaal niveau kunnen we geen duurzame initiatieven uitbouwen als die niet ondersteund worden door de (inter)nationale structuren. Zo vindt De Schutter dat de Wereldhandelsorganisatie (WTO) ontwikkelingslanden niet mag hinderen bij het specifiek ondersteunen van kleinschalige boeren. Zij kunnen enkel slagen als er ook in het globale noorden parallelle initiatieven worden genomen.

Wat kan dat concreet inhouden? "Rijke landen moeten afstand nemen van hun exportgericht landbouwbeleid en lokale boeren in ontwikkelingslanden de ruimte laten om de lokale markten te beleveren. Bovendien moeten ze hun claims op landbouwgrond in derde landen afbouwen door het voedselverlies terug te dringen en de vraag naar biobrandstoffen en veevoeder drastisch in te dammen. Onze huidige vleesconsumptie is onhoudbaar. 70 procent van de beschikbare landbouwoppervlakte wordt gebruikt voor ofwel de teelt van voedergewassen, ofwel als weidegrond. Dat is enorm. Bovendien bedreigt het onze volksgezondheid."

Maar kunnen kleine boeren de snel groeiende wereldbevolking voeden? "Het is een misverstand dat kleine boeren minder productief zijn dan grote plantages. De opbrengst per hectare ligt bij kleine producenten vaak hoger. Wel is het zo dat grote plantages concurrentiëler zijn, omdat monoculturen heel efficiënt kunnen worden beheerd. Het probleem is vooral hoe we ervoor kunnen zorgen dat de kleine boeren kunnen concurreren met de grote plantages. We moeten de oplossing vooral zoeken in een vorm van compensatie voor hun tekort aan concurrentiekracht."

Volgens De Schutter ligt de nadruk te veel op het belonen van efficiëntie. "Maar dat is duidelijk niet de oplossing. Ik pleit er niet voor om kleine boeren bloot te stellen aan harde concurrentie. Want dat betekent ook dat je ze blootstelt aan de volatiliteit van de markten. Wat we moeten doen, is de voedselproductie deconcentreren, zodat het aantal producenten veel groter wordt. Helaas zit de WTO niet op die lijn. En het spijtige is dat de kloof tussen beide agenda's groter wordt in plaats van kleiner."

"Handel is natuurlijk nodig, maar die moet in dienst staan van de lokale productie", legt De Schutter uit. "Wat je nu vaak ziet, is dat er vooral wordt geïnvesteerd in exportgerichte infrastructuur, niet in lokale systemen. Dat moet meer in evenwicht worden gebracht. Ik erken dat protectionisme gevaren met zich meebrengt. Maar een zekere vorm van bescherming is niet slecht. Ik denk bijvoorbeeld aan sociale bescherming van kleine producenten, of inkomenssteun."

Meer info: ‘Final report: The transformative potential of the right to food

Bron: De Standaard/eigen verslaggeving

Volg VILT ook via