nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.12.2010 Groei veestapel remt daling milieudruk Vlaamse landbouw

De economische crisis heeft de druk op het milieu in Vlaanderen verder doen dalen. Dat zegt de VMM in haar MIRA Indicatorrapport 2010. Specifiek voor de landbouw daalde de milieudruk tot in 2008. Een groei van de veestapel en meer WKK’s in de glastuinbouw resulteerden in 2009 in stijgende emissies van verzurende stoffen, fijn stof en broeikasgassen en een verhoogd energiegebruik. In 2010 is een verdere toename te verwachten.

Sinds 2005 verbruikt Vlaanderen minder energie. De financieel-economische crisis heeft die trend nog versterkt. De gunstige impact van de crisis op het milieu is ook merkbaar in het goederentransport en de uitstoot door de industrie. Samen met het gebruik van biobrandstoffen kon dat de stijgende trend in broeikasgasemissies doen keren, weet de VMM. Opmerkelijk is dat tot circa 70 procent van de milieudruk door bedrijven in Vlaanderen gekoppeld is aan de productie van goederen en diensten bestemd voor export. Dat is voornamelijk te wijten aan de export van
producten waaraan een grote milieudruk gekoppeld is, zoals basischemicaliën.

De milieudruk van de landbouw, met uitzondering van erosiegevoeligheid, nam af tussen 2000 en 2008. Deels door een vermindering van activiteiten in de landbouw, maar de eco-efficiëntie van de sector neemt ook toe. Schaalvergroting, milieugerichte maatregelen en de sinds 2000 dalende veestapel bepalen de dalende trend van de emissies. Cijfers voor 2009 tonen een lichte toename van de milieudruk, gedreven door een stijgende veestapel en de uitbreiding van WKK’s in de glastuinbouw.

De verzurende en vermestende emissies daalden met 26, respectievelijk 67 procent in de periode 2000-2009 en 2000-2007. Het mestbeleid en de negatieve conjunctuur in de landbouw, die resulteerden in een krimpende veestapel, zijn verantwoordelijk voor deze daling. Het mestbeleid leidde tot een gedaald kunstmestgebruik, de toepassing van emissiearme technieken, een geringere nutriënteninhoud van het veevoeder en een toenemende mestverwerking. De krimpende veestapel verklaart de afname van de broeikasgasemissie (-10 %) en de emissie van fijn stof (-25 %). De uitbreidingsmogelijkheid mits mestverwerking, die in 2007 in het mestbeleid werd ingeschreven, zorgt sinds 2008 opnieuw voor een toename van de veestapel.

De erosiegevoeligheid van het landgebruik steeg met vijf procent tussen 2000 en 2009 door de teelt van meer erosiegevoelige gewassen zoals maïs en aardappelen. De druk op het waterleven door gewasbescherming schommelt al sinds 2003 rond een reductie met 30 procent. De schommelende afname is het gevolg van het verbod van de meest toxische stoffen en verschuivingen in het productgebruik. De daling in energiegebruik sinds 2004 is in 2009 fors gekeerd. Ten opzichte van 2008 steeg het gebruik met 15 procent door een toenemend gebruik van aardgas in WKK-installaties in de glastuinbouw, die deels ook elektriciteit produceren voor het net. Ook de aangegroeide veestapel geeft een minieme stijging van het energiegebruik.

Er doet zich ook een opmerkelijke evolutie naar ‘schonere’ energiebronnen voor, vooral in de glastuinbouw. Zo is het gebruik van aardgas sinds 1990 verachtvoudigd en dit ten koste van het gebruik van steenkool en zware stookolie. In het Vlaams Klimaatbeleidsplan is voor de glastuinbouw tegen 2013 het doel vooropgesteld om 75 procent van de energie uit aardgas of hernieuwbare energiebronnen te halen. In 2009 bedroeg dit aandeel 61 procent. Sinds 2005 doet biomassa als hernieuwbare energiebron zijn intrede in de landbouw. In 2009 bedroeg het aandeel in het totaal energiegebruik van de landbouwsector acht procent.

Landbouw is in Vlaanderen verantwoordelijk voor 93 procent van de ammoniakemissie naar de lucht. Emissie uit mestverwerking groeit daarbij aan belang. De ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest is sinds 1990 gedaald met 56 procent. De vermindering is vooral te danken aan emissiearme uitrijtechnieken zoals mestinjectie. Deze daling maakt dat landbouw een sterke bijdrage levert om het Vlaams emissieplafond voor ammoniak in 2010 te halen (45 miljoen kg voor alle sectoren, nvdr). De landbouwsector kan in de toekomst de ammoniakemissie verder reduceren door emissiearme stallenbouw en een verlaagde stikstofinhoud van veevoeders voor varkens en pluimvee. Daardoor zal de emissie uit dierlijke mest en in het bijzonder uit mestopslag verder dalen.

Via bemesting is landbouw verantwoordelijk voor het grootste deel van de stikstof- en fosforverliezen naar het oppervlaktewater. De stikstofverliezen liggen sinds 2003 op een lager niveau dan voordien, maar de laatste jaren stijgen ze opnieuw. Ook de berekende fosforverliezen zijn sinds 2000 gedaald, maar het tempo van die afname vermindert de laatste jaren. Metingen in kleinere waterlopen waar de landbouw de doorslaggevende factor is in de waterverontreiniging (het zogenaamde MAP-meetnet) tonen een daling aan van de gemiddelde nitraatconcentratie tussen 1999 en 2003, onder meer door de verstrenging van het mestbeleid. Tussen 2003-2004 en 2007-2008 veranderde er weinig. In 2008-2009 was er opnieuw een duidelijke daling die zich niet doorzette in 2009-2010. Toen overschreed 33 procent van de meetpunten de nitraatnorm. Een statische trendanalyse per meetplaats toont aan dat over de hele periode 2000-2009 beschouwd, 71 procent van de meetpunten geen statistisch significante trend vertoonde, 23 procent significant verbeterde en zes procent significant achteruit ging.

Meer info: MIRA Indicatorrapport 2010

Bron: eigen verslaggeving/Belga

Volg VILT ook via