nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  


10.04.2007  Groeien bomen straks tot in de akkers?

Onlangs oogstte Yves Leterme eigenhandig korte-omloophout. Als het van Wervel afhangt, gaan onze landbouwers in de toekomst op hetzelfde perceel bomen aanplanten in combinatie met gewassen of grazend vee. “Dergelijk systeem is extreem milieuvriendelijk en zorgt bovendien voor een opbrengstverhoging van dertig procent”, zegt Jeroen Watté. Wat zouden ze daar bij Boerenbond van denken?

Miljoenen hectare landbouwgrond zouden wel eens drastisch van uitzicht kunnen veranderen binnen dit en 30 jaar: de aanplant van vijftig tot honderd bomen per hectare in combinatie met éénjarige gewassen of graasweiden staat in een resem Europese onderzoeksinstituten immers op de agenda. Met die intro maakt Wervel de lezers op zijn website warm om zich te verdiepen in agroforestry. Een zoveelste luchtkasteel? In elk geval is dossierbeheerder en bio-ingenieur Jeroen Watté geen naïeve uitvinder: de teelttechniek om de aanplant van bomen te integreren met klassieke landbouwtoepassingen, is zo oud als de straat. “Tot de zestiende eeuw was de meeste stikstof en fosfor op onze akkers afkomstig uit bos, ofwel via voeder ofwel via assen”.

Houtkanten waren tot een eeuw geleden onmisbaar voor de Vlaamse landbouw als windscherm, beschutting voor het vee, afsluiting van percelen en houtleverancier. Arme zandgronden werden destijds vaak omzoomd door eiken die fungeerden als een mineralenpomp, waardoor de bodem nutriënten kon vasthouden. Op natte gronden stonden populieren en wilgen. Hoogstamboomgaarden met koeien waren eerder regel dan uitzondering in regio’s zoals het Pajottenland en Haspengouw. In de naoorlogse periode deden de steeds grotere percelen en landbouwmachines het aantal perceelsgrenzen afnemen. Via ruilverkavelingen werden percelen gegroepeerd, houtkanten behouden stond daarbij gelijk aan schaarse grond verspillen. Natte gronden werden gedraineerd, toegangswegen verbreed en verhard. Bomen en struiken werden bestempeld als verkeersobstakels en genadeloos gerooid.

Kan het tij keren? Omdat houtkanten op veel plaatsen de enige min of meer natuurlijke milieus binnen het landschap vormen, heeft de Vlaamse overheid ze opgenomen in het pakket beheersovereenkomsten. Landbouwers die houtkanten aanplanten, vangen op dit moment jaarlijks 14 euro per are. De aanplantingen zijn nog steeds een belangrijke bron van brandhout en doen dienst als windscherm. Veel wind zorgt er immers voor dat gewassen sneller uitdrogen of plat gaan liggen, teelten misvormen, en fruit vroegtijdig afvalt. Maar agroforestry wil nog een flinke stap verder gaan dan het volplanten van perceelsranden. Bij die denkpiste worden populieren over een volledig perceel gecombineerd met koolzaad en walnoot met graan, of met koeien. “Alle combinaties zijn denkbaar”, zegt Watté. “Het is gewoon een kwestie van de juiste synergie met de grootste voordelen te ontdekken. Een blauwdruk voor agroforestry bestaat niet. Landbouwers zullen bijvoorbeeld ook moeten aftasten hoe dicht ze de bomen tegen elkaar kunnen aanplanten zonder het rendement van de onderstaande teelt sterker aan te tasten dan de stijging van de opbrengst door de snellere houtproductie en het windschermeffect”.

Appeltje voor de dorst. Maar waarom zouden Vlaamse landbouwers in hemelsnaam kiezen voor een teeltsysteem dat op het eerste gezicht eerder bij de tropen past? Watté: “Wie monocultuur en schaalvergroting toepast in regenwouden, ziet meteen bodemverwering optreden: zonder bomen in het landbouwsysteem spoelen de nutriënten er meteen weg. De rijke leemlaag heeft bij ons gedurende enkele decennia voor uitstel van executie gezorgd, maar stilaan duiken symptomen op zoals erosie en nitraatvervuiling die aangeven dat we met de huidige landbouwlogica tegen de grenzen van de natuurlijke draagkracht aanbotsen”. In de zomer van vorig jaar organiseerde Wervel een busreis naar Noord-Frankrijk om te zien hoe boeren het organisch stofgehalte in de bodem beter kunnen beheren. Daarbij werden ook percelen bezocht met aanplantingen van eik, es en beuk, telkens gecombineerd met graasweiden. “Op zich was het niet wereldschokkend”, geeft Watté toe. “Maar toch hebben we genoeg indrukken opgedaan om dit jaar geen reis te organiseren en de gerijpte ideeën te valoriseren”.

Eén van de reisgezellen was consulent Bart Vleeschouwers van het Innovatiesteunpunt, die de voorbije jaren al heel wat innovaties heeft zien komen en gaan in de landbouwsector. Maakt agroforestry volgens hem een kans om door te breken? “Drie voorwaarden zijn cruciaal: de teeltmethode moet rendabel zijn, de arbeidsefficiëntie moet overeind blijven en de regelgeving moet waar nodig bijgestuurd worden. Een landbouwer zal enkel toehappen als er voldoende garanties bestaan dat zijn boomrijke percelen na tien jaar geen bestemming krijgen als habitatrichtlijngebied. Nieuw groen moet vrij groen zijn”. Jeroen Watté is niet te beroerd om een aantal bijkomende nadelen van agroforestry op te sommen: “Er is een aanzienlijke investeringskost mee gemoeid. De kooibescherming voor de bomen tegen grazend vee is ongeveer even duur als de bomen zelf. Voor één enkel exemplaar zit je al gauw aan 25 euro. Daarnaast is de vormsnoei in de eerste jaren een arbeidsintensieve klus, terwijl de houtopbrengst vele seizoenen op zich laat wachten”.

Aan agroforestry zijn echter ook een dozijn voordelen verbonden. Van groot belang is dat de bomen het organisch stofgehalte van de bodem verhogen. Dat leidt dan weer tot minder erosie, een dalend herbicidengebruik en een hogere capaciteit om water te bufferen, zowel in droge zomerperiodes als bij overvloedige neerslag. Door hun uitgebreid wortelnetwerk kunnen houtige gewassen meer mineralen opnemen dan éénjarige gewassen. Via de bladval komen die mineralen opnieuw in de toplaag van de bodem en later dus in de geteelde voedingsgewassen terecht. Door de efficiëntere nutriëntencyclus daalt de nitraatuitspoeling, een argument waarvoor niemand in Vlaanderen ongevoelig blijft. De landbouwbodems worden bovendien weer koolstofreservoirs die broeikasgassen opnemen in plaats van ze uit te stoten. Het aantal microhabitats voor fauna en flora stijgt substantieel en tussen bomenrijen kunnen waardplanten groeien voor sluipwespen, oorwormen en andere insecten die zich nuttig maken bij de geïntegreerde bestrijding van plagen. Het landschap herleeft, wat op zijn beurt het plattelandstoerisme een duwtje in de rug kan geven. “In Frankrijk boeken jagers extra inkomsten omdat in sommige gebieden opnieuw wild zit”.

Op financieel vlak lijkt agroforestry voor landbouwers een interessante vorm van pensioensparen. “De tropische bosvoorraad slinkt en de houtprijzen zitten in de lift”, verduidelijkt Watté. De teeltmethode zorgt verder voor diversificatie, en dus ook risicospreiding. Door snoeihout te oogsten voor de eigen energievoorziening of bodemverbetering kunnen boeren ook een stukje autonomie herwinnen. Maar het belangrijkste argument is allicht de potentiële meeropbrengst van dertig procent. “Dat cijfer is wel degelijk berekend voor gematigde klimaattypes, en dan nog op basis van stabiele houtprijzen. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat het rendement nog hoger kan ingeschat worden voor boeren die bijvoorbeeld onder de bomen hazelaars planten. De noten kunnen geoogst en lokaal vermarkt worden. Heb je al eens een koekje met esdoornstroop en noten geproefd? Lekker én gezond”.

Geen luchtfietserij? Is er nog veel wetenschappelijk onderzoek nodig om landbouwers over de streep te trekken? “Meer dan de boeren zijn het de landbouwkundige onderzoekers die een mentale switch moeten maken”, meent Jeroen Watté. “De jongste decennia hebben ze gewassen alleen maar in competitie geplaatst met elkaar, en is alle aandacht voor de interactie en synergie-effecten tussen de diverse componenten in het ecosysteem verdwenen”. Volgens Vleeschouwers weet een doorsnee boer wel wat ‘sleunen’ is, “en dus ontbreekt het de pioniers zeker niet aan kennis om zich te wagen aan agroforestry”. Moet de overheid geen duit in het zakje doen? In de grote grabbelton van Europese plattelandsmaatregelen is deze teeltmethode opgenomen als subsidiabele activiteit, en wel voor tachtig in plaats van de gebruikelijke vijftig procent. “We zijn bij het kabinet-Leterme gaan aankloppen met de vraag om in Vlaanderen van deze mogelijkheid gebruik te maken. Helaas blijkt er door de ingekrompen fondsen geen budgettaire ruimte te bestaan voor nieuwe initiatieven in het plattelandsprogramma 2007-2013. Er komt dit jaar nog wel een studiedag over agroforestry, want de overheid wil alvast de stakeholders rond dit thema samenbrengen”.

Kijkt men bij Boerenbond uit naar dat evenement? Vleeschouwers: “Mensen uit de klassieke voorlichting staan misschien nog wat huiverachtig tegenover totaal nieuwe concepten, maar anderzijds kan de sector zich niet veroorloven om blind te blijven voor nieuwe ontwikkelingen. Merk op dat het Innovatiesteunpunt door Boerenbond steeds nadrukkelijker als een paradepaardje naar voren wordt geschoven, en ook de landbouwers zelf staan meer dan in het verleden open voor innovaties. Op de eerste oogstdemonstratie van korte-omloophout waren meer dan honderd landbouwers aanwezig. De moderne landbouwer is een nuchtere ondernemer die zijn rekening maakt. Als het plaatje een beetje klopt, zal de rest wel vanzelf volgen”. Jeroen Watté knikt. “Wervel heeft intussen de eerste Vlaamse boer gevonden die met agroforestry wil starten. Dat bewijst dat het allemaal geen luchtfietserij is”.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via