nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Aardappelboeren experimenteren met aanbodbeheersing
09.03.2009  Guy Depraetere (UPG) en François Huyghe (Boerenbond)

Of het nu om melk, varkensvlees of graan gaat: nogal wat landbouwsectoren kampen dezer dagen met lage marktprijzen als gevolg van overaanbod. In de aardappelsector probeert teler Guy Depraetere een systeem van vrijwillige aanbodbeheersing op poten te zetten. Is hij een naïeve idealist of de herontdekker van de solidariteit onder boeren? Akkerbouwspecialist François Huyghe van Boerenbond gaat mee in debat.

De aardappelverwerkers zijn ervan overtuigd dat de boeren een deftige stuiver verdienen aan de aardappelteelt, op voorwaarde dat ze het rendement van dit gewas beoordelen over meerdere jaren. Er is volgens hen met andere woorden geen reden tot onvrede onder de aardappelboeren.
Guy Depraetere: De fabrikanten zouden zich moeten schamen voor dergelijke uitlatingen. Ze presenteren de boeren immers contracten die amper de productiekost dekken. Je moet weten dat we in ons land nauwelijks een traditie hebben met contractteelt. Maar zo’n tien jaar geleden nam het aantal contracten toch toe door de stijging van het aantal gespecialiseerde aardappelbedrijven, die een deel van hun productie wensen in te dekken. Het is echter altijd zo geweest dat je op basis van die contracten met moeite het zout op de patatten kon verdienen. Als de aardappelteelt de voorbije jaren toch nog één van de meest rendabele akkerbouwteelten geweest is, heeft dat vooral te maken met hogere opbrengsten door een professionalisering bij de aardappeltelers.
François Huyghe: De aardappelboeren zijn eigenlijk mee het slachtoffer geweest van de hervorming van het graanbeleid in de jaren negentig. Vroeger zoog de hoge graanprijs die van aardappelen mee naar omhoog, maar de daling van de interventieprijzen voor graan heeft dat mechanisme verknoeid. Meer nog, door de daling van de graanprijs schakelden veel boeren over naar de aardappelteelt. Aangezien het Europese graanareaal 60 miljoen hectare bedraagt, en dat van aardappelen slechts 2,2 miljoen hectare, is de prijsdruk bij de aardappelboeren fors toegenomen. 2007 was de uitzondering op de regel, omdat de graanprijzen toen weer piekten. De aardappelcontracten moesten toen flink naar boven bijgesteld worden om te vermijden dat de boeren massaal zouden kiezen voor de minder risicovolle en minder arbeidsintensieve graanteelt.

Is de situatie op de vrije markt even precair?
François Huyghe: Volgens onze cijfers ligt ongeveer veertig procent van het areaal onder contract. De meeste aardappelen belanden dus op de vrije markt, waar ze onderhevig zijn aan sterke prijsschommelingen. Boeren die na tien jaar de gemiddelde opbrengst becijferen, zullen merken dat ze aan hun aardappelen op de vrije markt minder verdienen dan met suikerbieten, maar meer dan bijvoorbeeld met granen. Er zijn aardappelboeren die nooit contracten afsluiten, maar dat soort bedrijven beschikt dan wel over een financiële buffer waarmee diepe prijsdalen overbrugd kunnen worden.
Guy Depraetere: Als gevolg van de dure tarwe werden vorig jaar wat minder aardappelen geplant, maar er was nog altijd sprake van een overaanbod.

Het ene jaar zijn de contractprijzen niet goed, terwijl het andere jaar de vrije markt het laat afweten. Moeten boeren niet gewoon aanvaarden dat de aardappelteelt een erg speculatieve bedoening is?
Guy Depraetere: Er zit in elk geval een logica in de keuze voor contractteelt. Het zijn vooral grote aardappeltelers die ervoor opteren om een deel van hun productie in te dekken met een contract. Ook jonge boeren, die een aardappelloods neerpoten, kiezen dikwijls voor een contract. Hetzelfde geldt voor wie vroege aardappelen teelt, omdat die niet of niet lang bewaard kunnen worden. Gemengde bedrijven met pakweg tien hectare aardappelen zijn financieel minder afhankelijk van deze teelt, en kiezen daarom vaker voor de vrije markt. Op dit soort familiale bedrijven willen de boeren vaak helemaal niks weten van contracten.

Aardappelboeren switchen dus niet van systeem zoals van onderhemdje?
Guy Depraetere: Er zijn natuurlijk verschuivingen. Het areaal onder contract is systematisch gestegen tot het rampjaar 2006. Veel telers hebben toen afgehaakt omdat ze door de tegenvallende oogst niet het volume aardappelen konden leveren dat vermeld stond in het contract. Maar stilaan lijkt de tendens naar meer contracten zich toch weer te hernemen.
François Huyghe: Contracten zijn echt een vorm van risicobeheer. In Wallonië zijn de aardappelbedrijven gemiddeld een stuk groter, en daar ligt dan ook zestig procent van het areaal onder contract. Het is ook zo dat sommige banken bij het afsluiten van een lening eisen dat een bepaald deel van de productie onder contract gebeurt. Jonge boeren hebben dus niet altijd de keuze…
Guy Depraetere: Op de vrije markt is er geen bodem, tenzij de voederwaarde van aardappelen. In 2004 kampte Noordwest-Europa met een productieoverschot van ongeveer tien procent, waardoor de prijs wegzakte naar een schamele drie euro voor honderd kilogram.

Liggen jullie wakker van de aardappelconsumptie?
Guy Depraetere: Onze versmarkt wordt gedomineerd door Franse aardappelen, maar van heel groot belang is dat niet. Ruim negentig procent van onze aardappelen is immers bestemd voor de verwerkende industrie, we zijn dus meer dan ooit een frietland. In andere landen blijft men zich overigens verbazen over de manier waarop de Vlaamse aardappelfabrikanten jaarlijks een gemiddelde groei van vijf procent laten optekenen. Onze West-Vlaamse ondernemers slagen erin om in het buitenland markten af te snoepen van multinationals zoals Farm Frites en McCain.
François Huyghe: In Europa blijft het aardappelverbruik ongeveer stabiel. De consumptie van verse aardappelen daalt lichtjes door substitutie van producten zoals pasta en rijst, maar dat wordt opgevangen door de stijgende vraag naar bereide maaltijden.

De United Potato Growers of Europe (UPG) wil het aardappelaanbod beheersen. Wat stelt het project concreet voor?
Guy Depraetere: De prijsvorming van landbouwproducten zoals tarwe, suiker en melkpoeder gebeurt op de wereldmarkt, maar dat is niet het geval voor aardappelen. Zestig procent van de Europese productie speelt zich af in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, en dus is het nog een overzienbare teelt aangezien de prijsvorming zich afspeelt in deze vijf landen. Er is één groot probleem: in dat gebied is sprake van een structureel productieoverschot. Onze collega’s van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond hebben daarom het idee geopperd om de krachten van de aardappelboeren in die vijf landen te bundelen, met de bedoeling om betere marktinformatie te bekomen en onderlinge afspraken te maken over het productievolume. Indien nodig zouden we zelfs kunnen beslissen om aardappelen uit de markt te nemen. Dat klinkt misschien cru, maar eigenlijk is het toch doodnormaal. De automobielindustrie en chemische nijverheid remmen hun productie toch ook af in tijdens van crisis? Die industrietakken aarzelen niet om de productie af te stemmen op de vraag. De boeren moeten van het idee afstappen dat alleen de productie belangrijk is voor hun bedrijfsvoering. Door de liberalisering van het landbouwbeleid moeten ze meer leren nadenken over de manier waarop ze hun producten in de markt willen zetten.

Onlangs bent u gestart met een reeks van twaalf boerenvergaderingen in heel Vlaanderen om aardappeltelers warm te maken voor het project. Wat is de stand van zaken?
Guy Depraetere: Ik heb driekwart van de vergaderingen achter de rug. Het eerste onderwerp dat ik telkens aansnijd, is de kostprijs van de aardappelteelt. Met inbegrip van een arbeidsvergoeding van 500 euro kost het in totaal 4.000 euro om een hectare aardappelen te produceren. De kostprijs stijgt naar 6.000 euro als de aardappelen ingeschuurd worden. De eerste conclusie is dan ook dat de aardappelteelt niet alleen risicovol is, maar ook zeer kostelijk. Een verstandige boer reserveert hiervoor dan ook zijn beste gronden. Als iedereen wat selectiever zou omspringen met zijn aardappelareaal, zetten we al een belangrijke stap op het vlak van productiebeheersing en zou ons doel al bereikt zijn.

Heb je het gevoel dat het verhaal over aanbodbeheersing aanslaat bij de boeren?
Guy Depraetere: Tot hiertoe hebben 300 landbouwers ingetekend. De meeste aanwezigen durven luidop dromen dat er iets komt wat hen meer inkomenszekerheid biedt, maar niet iedereen gelooft dat een systeem van vrijwillige aanbodbeheersing in de praktijk kan werken. Zelf blijf ik er volop in geloven, want de ingeschreven boeren vertegenwoordigen vandaag reeds een areaal van 4.000 hectare. Dat is een aardige start als je weet dat in Vlaanderen 2.600 aardappeltelers met meer dan vijf hectare actief zijn. Samen telen zij ongeveer 27.000 hectare. Met 20 à 30 procent van het areaal kunnen we al een wezenlijk verschil maken.

De aardappelverwerkers reageren heel kribbig op het initiatief. Begrijpen jullie hun onvrede?
Guy Depraetere: De industrie heeft veel macht. Zo hebben we intersectorale afspraken gemaakt over contracten, maar die worden door de verwerkers niet nageleefd. En hoewel de productiekost van een hectare aardappelen het voorbije jaar met 500 euro gestegen is, blijven de contractprijzen ongewijzigd. Vandaag hebben de boeren niks in de pap te brokken omdat er steeds een overproductie is van vijf procent. Als die straks verdwijnt, moeten de verwerkers een beetje macht inboeten. Maar begrijp me niet verkeerd: het blijft de bedoeling om voldoende aardappelen te leveren. Onze enige vijand is de overproductie.
François Huyghe: In de aardappelteelt is de variatie in rendement groter dan die in oppervlakte. Het weer speelt daarbij een belangrijke rol. Dat zorgt natuurlijk voor extra nervositeit in de sector, want een klein tekort of een minieme overschot zorgt meteen voor grote prijsschommelingen. En dus bevoorraden de fabrikanten zich het liefst op een grote markt. Boerenbond is in elk geval het idee van aanbodbeperking genegen. Ook de industrie heeft trouwens baat bij stabiele prijzen op een hoger niveau: hoe hoger de waarde van een basisgrondstof, hoe groter de winstmarge van schakels verderop in de keten. Maar aan die strategische redenering komen de verwerkers voorlopig niet toe omdat ze op de korte termijn vrezen dat ze met aanvoertekorten zullen kampen.

Waarom heeft Boerenbond zich tot hiertoe niet vierkant achter het initiatief van UPG geschaard?
François Huyghe: De systemen van aanbodbeheersing die op een bevredigende manier werken, werden ingesteld door Europa. Dat is met name het geval voor suikerbieten en melk, twee producten die op het niveau van de verwerkende industrie door een smalle flessenhals moeten passeren. Bij de melkerijen en suikerfabrieken is het mogelijk om de nodige controles te verrichten. Voor bijvoorbeeld graan heeft productiebeheersing geen enkele kans op succes omdat graan ook verhandeld wordt tussen boeren en de invloed van de wereldmarkt veel groter is. Wat aardappelen betreft, kunnen we ons voor negentig procent vinden in het verhaal van UPG. Maar het vrijwillige karakter van het vooropgestelde systeem van aanbodbeheersing is ontegensprekelijk de achilleshiel.

Boerenbond wil wel praten met de mensen van UPG?
François Huyghe: Natuurlijk. Ik schrik ervan hoe weinig boeren de precieze productiekost kennen van hun aardappelteelt. Rond zo’n thema kunnen we zeker samenwerken, want we moeten de landbouwers ervan overtuigen niet langer contracten te tekenen onder de kostprijs. Verder is het belangrijk om inschattingen te kunnen maken van de vraag. Hoewel dat een moeilijke oefening is door het belang van de export naar regio’s zoals Rusland en Azië, is het duidelijk dat we in de toekomst over meer marktinformatie moeten beschikken. En ook rond bijvoorbeeld de receptievoorwaarden in de aardappelcontracten hebben we nog veel werk voor de boeg. Misschien is het op termijn opportuun om de krachten van de aardappelboeren te bundelen in een telersvereniging, net zoals dat het geval is in Oostenrijk, Frankrijk en Italië. Het kan zeker geen kwaad om in die landen eens te gaan kijken hoe zij het aanpakken.
Guy Depraetere: Een telersvereniging is een nobel initiatief, maar het is niet genoeg. De Franse aardappelboeren die in de telersvereniging van McCain gestapt zijn, hebben geen greintje macht. Ze leveren aan prijzen die lager zijn dan de contractprijzen in ons land.

Gaat Boerenbond zijn telers vragen om hun aardappelareaal in te krimpen wanneer UPG hiertoe een oproep zou lanceren?
François Huyghe: Het is onze taak om de leden te sensibiliseren. Maar dat zijn stuk voor stuk vrije ondernemers, die zich nu eenmaal niet blindelings laten leiden door externe adviezen. En stel dat het toch lukt om het areaal in eigen land terug te dringen. Misschien gaan de Nederlanders dan juist een tandje bijsteken? Daar hebben we schrik voor.
Guy Depraetere: Daar heb ik begrip voor. Maar we moeten goed beseffen dat de landbouw voor een belangrijk keerpunt staat. Vroeger versjacherde Europa de productieoverschotten en kregen de boeren automatisch Europese premies uitgekeerd, en dus moesten ze helemaal geen rekening houden met hun buurman. Maar door de ontmanteling van het Europees landbouwbeleid moeten we dringend op zoek naar nieuwe vormen van solidariteit, net zoals die bestonden in de periode voordat het landbouwbeleid in de steigers gezet werd. Het is uiteraard niet makkelijk om met één vergadering de knop bij boeren om te draaien. Allicht zal het idee wat moeten rijpen, maar wie er goed over nadenkt, kan alleen maar tot de conclusie komen dat samenwerking en collegialiteit aan de orde van de dag zijn.

Maar er zullen altijd profiteurs zijn.
Guy Depraetere: Dat is toch geen reden om bij de pakken te blijven zitten? Als nog maar een derde van de aardappelboeren straks geen aardappelen meer aanplant in natte hoeken en op schaduwrijke plaatsen, kunnen we het areaal al met enkele procenten inkrimpen. En een daling van één procent is al genoeg om de prijs met zes procent te doen stijgen, een krimp van vijf procent zorgt voor een prijsverschil van maar liefst dertig procent. Als een boer per honderd kilogram drie euro meer krijgt, levert dat per hectare een extra inkomen op van meer dan duizend euro. De aardappeltelers moeten dringend beginnen nadenken hoeveel ze eigenlijk willen verdienen aan een risicovolle teelt zoals die van aardappelen.
François Huyghe: We mogen één belangrijk aspect niet uit het oog verliezen. De verwerkers beginnen steeds meer zelf aardappelen te telen op gehuurde gronden. Op die manier proberen ze hun positie ten opzichte van de boeren te versterken.
Guy Depraetere: Er zijn inderdaad bedrijven die dat doen. Maar ze zullen gauw merken hoe duur de aardappelteelt is indien je alles uitbesteedt. Van dat fenomeen heb ik geen schrik.

Wat zijn de verwachtingen voor het nieuwe aardappelseizoen?
Guy Depraetere: Ik verwacht dat het areaal in Vlaanderen zal stijgen. Aardappelen kunnen voortaan gebruikt worden om toeslagrechten te activeren. Daarom verwacht ik dat nogal wat melkveehouders grond in seizoenspacht zullen geven aan gespecialiseerde aardappelbedrijven.

Poll: Kan een systeem van vrijwillige aanbodbeheersing in de landbouwsector lukken? 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via