nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Zonder onafhankelijke landbouworganisatie zag de Vlaamse landbouw er niet hetzelfde uit"
12.11.2012  Hendrik Vandamme en Camiel Adriaens (ABS)

Exact 50 jaar is het geleden dat aanhoudende boerenprotesten uitmondden in de oprichting van het Algemeen Boerensyndicaat (ABS). Had je aan de pioniers van toen gezegd dat de problemen waar de sector mee kampte vijftig jaar na datum nog steeds brandend actueel zouden zijn, velen zouden zich wellicht in het haar hebben gekrabd. Toch is huidig ABS-voorzitter Hendrik Vandamme ervan overtuigd dat de Vlaamse land- en tuinbouwsector er vandaag nooit hetzelfde zou uitzien, was er geen onafhankelijke organisatie van en voor boeren geweest. Samen met Camiel Adriaens die van 1987 tot 2009 aan het roer stond van ABS, blikt hij terug op een bewogen halve eeuw van syndicale strijd voor de belangen van de Vlaamse land- en tuinbouwers.

Waar liggen de wortels van ABS?
50 jaar ABS betogingen2.jpgCamiel Adriaens: Toen de Middenstandskredietkassen van Boerenbond in 1934 in vereffening gingen als gevolg van de financiële crisis van de jaren ’30, verloren heel wat landbouwers geld. Deze gebeurtenis zinderde nog steeds na toen in 1959 en 1960 in Frankrijk grote manifestaties ontstonden tegen mistoestanden, zoals ernstige mankementen die er waren bij de kwaliteitsbepaling in de melkerijen en suikerfabrieken en de zeer slechte verkoopprijzen van landbouwproducten op dat moment. De manifestaties kenden in Wallonië navolging en vandaar waaide de beweging ook over naar Vlaanderen. Het symbool van die betogingen was de drietand. In 1962 was er een indrukwekkende reeks van manifestaties waar de Vlaamse boeren massaal op hebben ingepikt. Dat Boerenbond zich toen in zijn ledenblad afvroeg waarom er in feite betoogd werd, zorgde alleen maar voor olie op het vuur. Het besef groeide dat er nood was aan een onafhankelijke organisatie die de belangen van de boeren verdedigt en waar landbouwers aan het roer staan. Op 11 november 1962 was de oprichting van het Algemeen Boerensyndicaat, kortweg ABS, een feit. Op minder dan een jaar tijd telde de organisatie 20.000 leden.

De rivaliteit met Boerenbond speelde in de ontstaansgeschiedenis van ABS duidelijk een belangrijke rol. Bestaat die nog steeds?
Hendrik Vandamme: De situatie van nu is nog moeilijk te vergelijken met die van toen. Onder leden kan er plaatselijk misschien nog wel sprake zijn van sterke rivaliteit, maar op vlak van belangenverdediging trekken we vaak aan hetzelfde zeel als Boerenbond. Bijvoorbeeld bij dossiers op vlak van ruimtelijke ordening of milieu stemmen we vaak op voorhand af en trachten we gemeenschappelijke standpunten te verdedigen. Uit ervaring weten we dat dit vaak meer resultaat oplevert dan wanneer we in verspreide slagorde op het overleg verschijnen. Maar dat neemt niet weg dat we wanneer nodig ook onze eigen koers varen. Als landbouworganisatie hebben we ons steeds politiek en zakelijk onafhankelijk opgesteld. Dat is trouwens ook statutair verankerd. Dit laat ons toe om vrijuit te praten en zonder dubbele agenda aan tafel te zitten, terwijl bij Boerenbond al eens conflict kan ontstaan tussen de belangen van de landbouwers en de belangen van MRBB, de holding boven Boerenbond die de zakelijke belangen van de organisatie behartigt.

Die ongebondenheid brengt wel met zich mee dat jullie het als organisatie met heel wat minder middelen moeten stellen. Middelen die bijvoorbeeld niet kunnen gebruikt worden voor het uitbouwen van een studiedienst.
Hendrik Vandamme: We zijn er ons terdege van bewust dat dit beperkingen oplegt. Onze bestuursleden moeten naast de uitbating van hun landbouwbedrijf ook nog tijd vrijmaken om vergaderingen bij te wonen en dossiers op te volgen, wat geen evidentie is. Maar langs de andere kant is die praktijkervaring van onschatbare waarde wanneer het er op aankomt om bepaalde standpunten te verdedigen. Onze mandatarissen kunnen perfect inschatten welke gevolgen bepaalde maatregelen hebben op het landbouwbedrijf en zullen hun belangen dan ook met volharding verdedigen. Iets wat misschien minder zou gebeuren wanneer we beroep zouden doen op externe medewerkers. Bovendien kunnen we ook rekenen op de expertise van medewerkers van universiteiten of van sympathiserende bedrijven om waar nodig onze standpunten te onderbouwen.

Is ABS anno 2012 de spontane beweging van 50 jaar geleden of kwam er een duidelijke structuur in de plaats?
50 jaar ABS betogingen3.jpgHendrik Vandamme: Waar ABS in 1962 startte als feitelijke vereniging, heeft de organisatie intussen het vzw-statuut aangenomen. Dat gebeurde in 1974 toen er een einde kwam aan een aantal jaar van interne twisten. Vanaf dan is er ook gekozen voor een duidelijke structuur waarbij inspraak van onderuit centraal staat. Plaatselijk hebben we de afdelingen die zijn verenigd in arrondissementen en vervolgens in provincies. Elk heeft een eigen bestuur met een voorzitter en bestuursleden. Op nationaal niveau komt de interprovinciale raad (IPR) maandelijks samen. Die bestaat uit de provinciale besturen en de voorzitter van elke sectorcommissie. In die sectorcommissies zetelen mensen met expertise in een bepaalde sector en zij adviseren de interprovinciale raad of het dagelijks bestuur bij de standpuntbepaling. Het dagelijks bestuur bestaat uit de nationale voorzitter en de twee ondervoorzitters en daarnaast een vertegenwoordiger uit elke provincie. Dit bestuur komt één keer per week samen. Daarnaast bestaan er nog een aantal aparte vzw’s onder de ABS-koepel, zoals ons adviesbureau, het Nationaal Agrarisch Centrum waar vorming en opleiding centraal staan en het VABS, de vrouwen van ABS. Jong ABS, dat de ABS-jongeren verenigt, heeft momenteel nog geen eigen structuur, maar die moet er binnen afzienbare tijd ook komen.

Staan landbouwers vandaag sterker in hun schoenen dan vijftig jaar geleden?
Hendrik Vandamme: Bij de voorbereiding van onze jubileumviering stuitten we op de allereerste uitgave van ons ledenblad, De Drietand. Het viel me op hoe actueel de problemen zijn die erin worden aangeklaagd. Zo wordt gefoeterd op de lage melkprijzen, een dossier dat anno 2012 opnieuw bovenaan de agenda staat. In de beginselverklaring van ABS staan volgende vaststellingen opgelijst: de productiekosten stijgen stelselmatig maar de verkoopprijzen blijven dezelfde, de boer krijgt in sommige gevallen nog niet de helft van de prijs die de distributie aan de verbruiker aanrekent, de schuld van de landbouw stijgt angstwekkend,… Het mag duidelijk zijn dat dit ook vandaag knelpunten zijn. Dat betekent niet dat er niets veranderd is sinds 1962, maar het kernprobleem blijft wel hetzelfde: de prijsvorming loopt mank in de landbouwsector en de boer krijgt geen loon naar werk.

50 jaar ABS Camiel.jpgCamiel Adriaens: Daar ben ik het volledig mee eens. Bovendien valt het mij op hoe belangrijk het is om steeds alert te zijn. Als leider van een organisatie kan je je aandacht op geen enkel moment laten verslappen. Op belangrijke vergaderingen in Brussel heb ik meer dan eens meegemaakt dat men van enkele minuten van onachtzaamheid gebruikmaakte om de voorgestelde zaken een andere wending te geven in het nadeel van de land- en tuinbouwers. Dat is vandaag niet anders. Het is noodzakelijk om goede bestuursleden te hebben in alle uithoeken van Vlaanderen die je kunnen adviseren en die mee onze standpunten kunnen verdedigen.

Wordt de syndicale strijd vandaag met andere wapens gevoerd dan in de beginperiode?
Camiel Adriaens: In het begin lag de focus vooral op betogingen en manifestaties. Dat was toen ook de enige manier om onze standpunten duidelijk te maken. De erkenning van ABS als officiële landbouworganisatie en als gesprekspartner in de beslissingsorganen liep immers niet van een leien dakje. Het was soms een echte strijd om bij overheidsinstanties en industriële bedrijven binnen te geraken en het was zelfs bijna onmogelijk om mandaten op te nemen. Vandaar dat de jaren ’60 en ’70 gekenmerkt werden door harde syndicale acties waarbij we met de drietand in de hand probeerden onze eisen af te dwingen. Het duurde tot 1997 vooraleer ABS werd erkend als gesprekspartner door het kabinet van de toenmalige minister van Landbouw Karel Pinxten. Vanaf dat moment zien we wel een verschuiving van de syndicale acties naar meer overleg.

50 jaar ABS betogingen4.jpgHendrik Vandamme: Onder mijn voorzitterschap zette die omslag naar het overlegmodel zich verder. Intussen betrekken alle beleidsdomeinen op Vlaams en federaal niveau die ook maar enig raakvlak met land- of tuinbouw hebben, ons bij het overleg. Als partner van Agrofront – waarin ABS, Boerenbond en het Waalse FWA de krachten bundelen - nemen we ook actief deel aan het ketenoverleg en we voeren bilaterale gesprekken met andere partijen in de keten. Dit overleg is natuurlijk veel minder visueel en dat maakt dat sommige leden het daar soms moeilijk mee hebben. Toch heeft overleg als groot voordeel dat we op beslissingsniveau actief zijn en dat we vaak kunnen bijsturen vóór beslissingen genomen worden. Dat is gemakkelijker dan maatregelen achteraf proberen terug te schroeven. Maar overleg sluit syndicale acties natuurlijk niet uit. Als we merken dat het overleg een doekje voor het bloeden wordt, zijn we nog steeds bereid om naar onze drietand te grijpen.

In de beginperiode van ABS waren er nog zo’n 150.000 boeren in Vlaanderen. Vandaag zijn er maar goed 26.000 meer. Waar gaat dat eindigen? En welke gevolgen heeft dit?
Hendrik Vandamme: Meer dan de helft van de Vlaamse boeren vandaag is ouder dan 50 jaar en slechts een kleine groep hiervan heeft een opvolger. Minder dan 6 procent is jonger dan 35 jaar. Het mag duidelijk zijn dat het aantal landbouwers binnen dit en tien jaar zal gehalveerd worden. En dat terwijl het landbouwareaal zal blijven schommelen rond de 600.000 hectare. Een sterke schaalvergroting van de landbouwbedrijven zit er dus onvermijdelijk aan te komen, want boeren blijven nodig. Als het niet is om voedsel te produceren, dan is het wel voor het onderhoud van het landschap. Dit moeten we niet zien als een bedreiging, maar als een uitdaging. De belangrijkste vraag is hoe je hier als landbouwer mee omgaat op bedrijfsniveau? Stap je mee in de schaalvergroting of kies je eerder voor een niche? En wat met arbeid en financiering als je kiest om je bedrijf uit te breiden. Trek je externe arbeidskrachten aan en welke gevolgen heeft dat? Hoe zorg je dat het financiële plaatje van je bedrijf blijft kloppen in combinatie met volatiele prijzen? Bij ABS hebben we hierover al heel wat interne discussies gehad. Uiteindelijk moet elke landbouwer de keuze voor zichzelf kunnen maken. Als organisatie zullen wij blijven ijveren voor een leefbare familiale landbouw.

Minder landbouwers betekent ook minder leden. Verandert dat wat aan jullie werking en dienstverlening?
Hendrik Vandamme: Dat minder landbouwers ook minder leden betekent, heb ik de afgelopen drie jaar nog niet mogen ervaren. Ons ledenaantal is onveranderd. Toch beseffen we dat het er niet gemakkelijker zal op worden. Zo efficiënt mogelijk omgaan met de beschikbare middelen blijft het credo. Anderzijds hebben wij het voordeel dat onze bestuursleden boerende boeren zijn met een verregaand engagement. Het bijwonen van heel wat vergaderingen komt vaak bij dezelfde mensen terecht. Hun betrokkenheid gaat ver. Hoewel ze een onkostenvergoeding krijgen, is het hen dus zeker niet om het geld te doen.

Welke uitdagingen zien jullie voor de toekomst? Welke dossiers krijgen de landbouworganisaties zonder twijfel op hun bord de komende jaren?
50 jaar ABS betogingen5.jpgCamiel Adriaens: Hoewel nog steeds veel beslissingen worden genomen op Europees niveau, zien we toch dat het wereldniveau een steeds belangrijkere rol gaat spelen. We moeten ervoor zorgen dat wij als ABS tentakels hebben naar de wereldpolitiek toe. Uiteindelijk staan zowel boeren in het noorden als in het zuiden voor dezelfde problemen. Als organisatie moeten we trachten contact op te nemen met vrije boeren en medestanders over heel de wereld om samen te werken om naar een geleide landbouwproductie te evolueren. Produceren met overschotten heeft geen zin. Zoiets kunnen wij niet afzonderlijk of in Europees verband, dit moet op wereldniveau aangepakt worden. Dichter bij huis hecht ik groot belang aan de opleiding van onze jonge boeren. Ze moeten niet alleen technisch bekwaam zijn, maar ze moeten ook economisch kunnen denken en onderscheiden wat rendeert en niet rendeert voor hun bedrijf. Wie zich hals over kop in ongebreidelde investeringen werpt en zich niet afvraagt of er wel een afzetmarkt voor zijn producten is, is verkeerd bezig.

50 jaar ABS betogingen6.jpgHendrik Vandamme: Op de korte termijn zijn er een drietal thema’s die mij zorgen baren. Een dossier dat al lang aansleept, is dat van de prijsvorming. Er moeten fundamentele veranderingen in de denkwijze komen over hoe we met verse producten omgaan. Het is duidelijk dat sommige schakels in de keten meer marge nemen dan normaal, waar de landbouwer de dupe van is. Daar moet paal en perk aan gesteld worden door de overheid, bijvoorbeeld door een uitzondering op het mededingingsrecht toe te staan voor snel bederfbare producten. De hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is ook een zwaard van Damocles dat boven de sector hangt. De vergroening alleen al is onverantwoord en onhaalbaar. We beseffen dat we in Vlaanderen zullen moeten inboeten, maar we rekenen op de betrokken ministers en administraties om die verliezen tot een minimum te beperken. Ook op vlak van ruimtelijke ordening zit er één en ander aan te komen waar we geen goed oog in hebben. In opdracht van minister Muyters wordt er momenteel gewerkt aan het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. We moeten vaststellen dat in de toekomstvisie die in dat kader wordt ontwikkeld, nauwelijks aandacht is voor landbouw. Men is zich duidelijk niet bewust van het belang van landbouw voor de open ruimte in Vlaanderen. We bekijken of we hier een front kunnen vormen met de natuurverenigingen om onze belangen te verdedigen.

Tot slot, waar kijken jullie als (oud-)voorzitter van een boerensyndicaat met gepaste trots op terug?
Camiel Adriaens: Voor ABS als organisatie vind ik de erkenning als officiële gesprekspartner door de overheid en andere schakels in de keten een belangrijke verwezenlijking. Het heeft langer geduurd dan gedacht, maar uiteindelijk zijn we er toch in geslaagd. Op persoonlijk vlak vind ik het belangrijk dat ik gedurende mijn voorzitterschap voor niemand bang was en steeds het belang van de land- en tuinbouwers voorop stelde. Al te vaak proberen ze je te intimideren of verkeerde visies op te dringen, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik moreel sterk genoeg stond om daaraan te weerstaan.

50 jaar ABS Hendrik.jpgHendrik Vandamme: Ik ben vooral fier op het feit dat ABS nog steeds een onafhankelijke organisatie is die de stem van de boerende boer laat horen op het niveau waar de beslissingen genomen worden. Ik wil van onze verjaardag dan ook gebruikmaken om mijn lof te betuigen aan alle landbouwers die zich actief hebben ingezet voor onze organisatie, ook al moesten zij vaak tegen de stroom inroeien. Daarnaast zijn er ook een aantal concrete verwezenlijkingen in mijn geheugen gegrift. Daarbij denk ik onder meer aan de vergoedingen die we uit de wacht konden slepen na de varkenspest zodat de getroffen varkenshouders op zijn minst een doorstart konden maken. Tijdens mijn voorzitterschap hebben het akkoord met de distributie voor een toeslag op de melkprijs en de daarmee samenhangende heractivering van het prijzenobservatorium me veel voldoening geschonken. Heel recent denk ik aan het besluit van de Vlaamse regering over de karkaskwalificatie. Het was onze organisatie die in dit dossier de mistoestanden in de Belgische slachthuizen aan de kaak stelde. Als er dan concreet resultaat wordt gehaald, dan weet je weer waarom je het doet.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via