nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  


11.07.2011  Het GLB na 2013

18 quotes uit het publiek debat

ABS
1. ‘Het GLB moet in eerste instantie gefocust zijn op een degelijk inkomen voor de landbouwer. Europese maatregelen om het milieu te beschermen of het dierenwelzijn te verbeteren, brengen een hogere productiekost met zich mee die via een ondersteuningsbeleid gecompenseerd moet worden.’
2. ‘We pleiten voor een differentiatie in de prijsvorming: binnen de EU een hogere prijs en met ondersteunende maatregelen, waaronder marktregulatie via flexibele aanbodbeheersing. Daarnaast kunnen competitieve bedrijven op de wereldmarkt, voor zover ze met licht ondersteunde prijzen concurrentieel maar niet marktverstorend zijn, zich richten op het bevoorraden van niet-zelfvoorzienende landen.’
3. ‘Een hervorming van de directe steun is niet wenselijk. We pleiten ook voor het gekoppeld houden van de zoogkoeienpremies. Zonder steun dreigt het Belgisch witblauw te verdwijnen, terwijl dit ras over heel wat ecologische en andere troeven beschikt.’
4. ‘We vragen geen abrupte hervorming maar een geleidelijke overgang naar 2020. Jonge en andere bedrijven moeten tijd en ruimte krijgen om zich te heroriënteren aan een aangepast landbouwbeleid voor de periode die gelijkloopt met de budgettaire periode 2014-2020.’
5. ‘Als vangnet pleiten we voor een combinatie van aanbodbeheersing, interventie en opslag. Er moeten stimuli komen voor de oprichting van producentenverenigingen in alle sectoren om de collectieve onderhandelingsmogelijkheden te verbeteren.’
6. ‘Infrastructurele ingrepen in dorpskernen en openbare werken op het platteland moeten niet putten uit de middelen van het GLB. Als de landbouw voldoende kansen krijgt, komt de ontwikkeling en de leefbaarheid van het platteland vanzelf niet in het gedrang.’

Boerenbond
7. ‘De EU moet aandringen op internationaal bindende afspraken met betrekking tot duurzame landbouw (economisch, ecologisch en sociaal!) in het kader van handels-, milieu- en klimaatakkoorden.’
8. ‘Marktcorrigerende maatregelen moeten het falen van de vrije markt of het tekortschieten ervan corrigeren op het vlak van het garanderen van voedselzekerheid en het inspelen op maatschappelijke verwachtingen en uitdagingen.’
9. ‘De kern van het GLB moet ook in de toekomst binnen de eerste pijler liggen. De stimulans die via de tweede pijler kan worden geboden is waardevol maar flankerend.’
10. ‘De bedrijfstoeslagrechten moeten ten volle de actieve boeren ten goede komen. Historische, structurele en productiegebonden verscheidenheid tussen sectoren rechtvaardigt verschillen in premies maar mag geen aanleiding geven tot concurrentieverstoring tussen bedrijven. Hetzelfde principe gaat op tussen regio’s en lidstaten.’
11. ‘Invoerheffingen en een strategisch voorraadbeheer dat nefaste pieken en dalen opvangt, zijn waardevolle instrumenten voor een betere marktwerking. Samenwerkingsverbanden tussen boeren worden het best uitgebreid naar de mogelijkheid om afspraken te maken binnen de keten.’
12. ‘Dumping van overschotten via exportsubsidies moet ten alle prijze vermeden worden. Maar een rationeel gebruik van exportondersteuning om concurrentieel verworven marktposities te vrijwaren van de nefaste gevolgen van uitzonderlijke marktomstandigheden valt te verantwoorden.’

VODO (Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling)
Uit de consensustekst met Boerenbond:
13. ‘De hoofdfunctie van duurzame landbouw is het produceren van voedsel zodanig dat in de basisbehoeften van elke burger kan worden voorzien. Duurzame landbouw hanteert praktijken die economisch efficiënt zijn, de ecologische draagkracht respecteren en sociaal aanvaardbaar zijn voor de huidige generatie, zonder de kansen van toekomstige generaties te hypothekeren.’
14. ‘De economische dimensie van duurzame landbouw houdt in dat producenten daarvoor een eerlijke prijs en gegarandeerde toegang tot productiefactoren zoals gronden, water, agro-biodiversiteit, kredieten, enz. krijgen.’
15. ‘Familiale landbouw is in Europa cruciaal om voedselzekerheid te garanderen binnen de eigen regio en in overeenstemming met de lokale noden.’
16. ‘Beleidsmaatregelen en marktcorrecties zijn nodig om de beschikbaarheid van voldoende en betaalbaar voedsel te garanderen en om structurele overschotten te voorkomen.’
17. ‘Een stimulerend beleid moet rekening houden met de meerkost van de maatschappelijke eisen – onder meer op sociaal en ecologisch vlak – omdat de markt daarvoor maar een beperkte meerprijs betaalt.’
Waarover nog geen consensus is bereikt:
18. ‘Wat is familiale landbouw? Wat verstaan we onder zelfvoorzieningsgraad (absoluut of relatief)? Kan de definitie van duurzame landbouw ook een grootschalige invoer van veevoeder en het gebruik van genetische gewassen omvatten?’

* Dit VODO-standpunt werd ondertekend door Oxfam, BBL, Wervel, Broederlijk Delen, Vredeseilanden, Africa Europe Faith and Justice Network

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via