Hobbyboer teelt hop op vooroorlogse wijze

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

De gemeente Asse legt volgend jaar een nieuw hoppeveld aan, als eerbetoon aan de teelt en als toeristische attractie. Dat heeft Edwin Fabri, zoon van een hopboer, geïnspireerd om zelf een stakenveld aan te leggen in het gehucht Ten Berg, destijds de hoppeschuur van Asse. Tot voor de oorlog werd de hop in deze regio gekweekt op staken.


"Op deze plek heeft ooit een stakenveld gestaan van mijn grootvader", vertelt de 54-jarige Edwin Fabri in Het Nieuwsblad. De man is leraar in het technisch onderwijs, maar tegelijk ook een telg uit een bekende familie van hopboeren in Asse. Hij krijgt voor de aanleg van zijn hoppeveld de hulp van zijn vader, zelf een gewezen hopboer, en van zijn overbuur Joris Vanderveken die zich al jaren inspant voor een herwaardering van de hoppecultuur.

"Ik beschouw het als een hobby", zegt Fabri. "Momenteel zijn het trouwens nog geïmproviseerde staken, omdat de plantjes pas na 1 april werden aangeplant. Tegen volgend jaar zet ik volwaardige staken van zeven meter, die kosten gauw 25 euro per stuk. Vanaf hun derde jaar zijn nieuwe hopplanten op hun best. We kozen voor hallertau, een goede middensoort tussen de aromatische en bittere hop. Dat was destijds ook een van de meest geteelde soorten in deze streek".

Het zijn de stakenvelden die aan de oorsprong liggen van het ontstaan van de mythische Assese hopduvel, synoniem voor hevige zomerstormen. Er ging geen jaar voorbij of er sneuvelden op ieder veld wel enkele tientallen staken. De rijpe hop maakte de staken op het einde zo loodzwaar dat ze bij stormwind snel afknapten.

 

bron Het Nieuwsblad

05/08/2009