nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

28.12.2010 Hoe beter resultaat bekomen van agromilieumaatregelen?

Het departement Landbouw en Visserij liet nagaan hoe de bestaande agromilieumaatregelen te optimaliseren zijn. De studie acht optimalisatie mogelijk via een hogere participatiegraad bij landbouwers, technisch betere maatregelen en organisatorische aspecten. Bovendien worden 17 nieuwe mogelijke agromilieumaatregelen aangereikt die een positieve impact hebben op de agrobiodiversiteit.

In het rapport maken het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) om te beginnen een evaluatie van de 20 bestaande pakketten agromilieumaatregelen. Daaruit blijkt dat de voornaamste knelpunten de participatie van landbouwers en de beperkte gebiedsgerichtheid van de maatregelen zijn. De sectorspecifieke agromilieumaatregelen zijn relatief succesvol en er is vraag naar flexibele en in de bedrijfsvoering inpasbare maatregelen.

Tot de potentieel nieuwe agromilieumaatregelen behoren onder meer de ondersteuning van het koolstofbeheer van de bodem, bosrandontwikkeling, multifunctionele perceelsranden, het opvangen van overwinterende ganzen, alternatieve voederteelten, de teelt van resistente en streekeigen gewassen, agroforestry, blauwe diensten (watergerelateerde ecosysteemdiensten) en het verbinden van kleine landschapselementen (beken, sloten, houtkanten).

Maatregelen die de impact van de landbouw op agrobiodiversiteit verbeteren, hebben betrekking op het verkrijgen van een betere milieukwaliteit wat betreft het koolstofgehalte van de bodem, waterpeilen en nutriëntenconcentraties, op het behouden of creëren van voldoende voedselbronnen en voortplantingshabitat voor dieren, op het rationaliseren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen, op het tegengaan van versnippering en op het verhogen van de algemene structuur- en milieuvariatie.

Deze (en ook eerdere) studies maken duidelijk dat optimalisatie van agromilieumaatregelen te maken heeft met twee zaken, namelijk het verhogen van de acceptatie- en participatiegraad bij de landbouwers en het verhogen van de positieve effecten van de agromilieumaatregelen. Om tot een werkelijke optimalisatie te komen, moet er behalve aan technische ook aan organisatorische en beleidsmatige aspecten gewerkt worden.

Zo zijn bedrijfszekerheid bij het afsluiten van overeenkomsten en duidelijkheid over het toepassingsgebied belangrijke bekommernissen voor de landbouwsector. Afzonderlijke maatregelen zullen het beter samengaan van landbouwontwikkeling en behoud van agrobiodiversiteit enkel mogelijk maken als ze onderdeel zijn van een meer omvattend beleid voor het landelijk gebied.

De verdere optimalisatie van beheerovereenkomsten mag niet los gezien worden van de ontwikkeling van andere instrumenten en strategieën (code goede landbouwpraktijken, koppeling van milieuvoorwaarden aan inkomenstoeslagen) binnen de landbouwsector en bij uitbreiding, van alle grondgebruik in het landelijk gebied. Daarom achten ILVO en INBO het noodzakelijk dat een sectoroverschrijdend beleid wordt opgezet. "(Agro)biodiversiteit houdt niet op aan de rand van het landbouwgebied. De verantwoordelijkheid voor het herstel en behoud van die biodiversiteit ligt bij de hele samenleving", besluit de studie.

Meer info: Agrobiodiversiteit. Een steunpilaar voor de 3de generatie agromilieumaatregelen?

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via