ILVO gaat meer vakoverschrijdend onderzoek voeren

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

Dinsdag kwamen 250 onderzoekers en stakeholders bijeen voor de start van ILVO 2020. "Met dit project willen we richting geven aan het landbouw- en visserijonderzoek voor de komende 10 jaar", zegt Maurice Moens, onderzoeksdirecteur van ILVO. "We zullen ons onderzoek nog meer afstemmen op de noden van de sector, de overheid en de maatschappij en hebben hiertoe 9 vakoverschrijdende onderzoeksdomeinen afgebakend".


De uitdagingen voor de landbouw- en visserijsector zijn niet minnetjes. Naast de vraag naar duurzame voedselvoorziening heeft de toenemende globalising zichtbare gevolgen voor een zeer lokaal ingebedde landbouw- en visserij-economie.

"Na 50 jaar landbouwbeleid werden we in 2007-2008 voor het eerst geconfronteerd met schaarste en hoge prijzen", zei Joris Relaes, kabinetschef van Vlaams minister-president Kris Peeters, bevoegd voor Landbouw. "De bijna vanzelfsprekende productiviteitstoename van de afgelopen 30 jaar stagneerde. Het wordt geen evidentie om in die context een stijgende wereldbevolking van voedsel te voorzien".

"Maar 2007-2008 was nog op een ander vlak een kantelmoment. Toen woonden voor het eerst meer mensen in de stad dan op het platteland. Ook op dat niveau staan ons grote uitdagingen te wachten, waarop ILVO met dit project een antwoord kan bieden".

Relaes beklemtoonde de unieke rol van ILVO als brug tussen het fundamenteel onderzoek en het toegepast onderzoek, dat zich onder meer in de proefcentra situeert. "Omdat dergelijke complexe vragen zelden met kortlopend onderzoek beantwoord kunnen worden, hebben we ILVO 2020 in het leven geroepen", bevestigt ILVO-onderzoeksdirecteur Maurice Moens.

In februari 2008 namen een 60-tal onderzoekers deel aan verschillende discussiegroepen en definieerden 9 vakoverschrijdende thema's: duurzame plantaardige productie, vernieuwende productverwerking, kwaliteitsvolle dierenhouderij, duurzame exploitatie van mariene rijkdommen, klimaat, voedselvoorziening, landelijk gebied, competitieve landbouwsystemen en landbouw in de natuurlijke omgeving.

"Uniek is dat we vooral vakoverschrijdend zullen werken. Dat zal niet alleen de efficiëntie van ons onderzoeksinspanningen maximaliseren, maar ook de interactie tussen onderzoeker en gebruiker aanwakkeren", aldus Moens. ILVO mikt hierbij op een breed draagvlak van actoren binnen en buiten de sector.

Zo voert ILVO nu al heel wat analyses uit in opdracht van het Voedselagentschap. "Om bijvoorbeeld salmonella bij kippenkarkassen terug te dringen, willen we voortaan de hele keten bij ons onderzoek betrekken", zegt onderzoekster Isabel Taverniers. "Dat laat ons toe om niet alleen de productie op het landbouwbedrijf, maar ook het slachten in het onderzoek te betrekken. Zo dedecteren we de kritische punten veel accurater".

In het kader van productvernieuwing wil ILVO haar vroegere rijkszuivelstation als een volwaardige pilootfabriek uitbouwen. Tegen 2013 zouden ze er niet enkel proeven voor zuivel uitvoeren, maar ook voor groenten en fruit en voor vleesbereidingen. "Dan hebben we de machinerie om testen te doen op kleine schaal, maar toch voldoende representatief voor industriële toepassingen", zegt onderzoeker Jan De Block.

Naast een nieuwe varkensstal voor een 100-tal zeugen, staat ook de bouw van een melkveestal, goed voor 160 dieren, op stapel. De stal zal in twee delen opgesplitst worden met aan de ene zijde een traditionele melkstal en in een ander gedeelte een aantal melkrobotten.

"Hiermee willen we enerzijds puur veevoedingsonderzoek verrichten", zegt professor Bart Sonck, onderzoeker bij ILVO. "Daarvoor hebben we een klassieke melkstal nodig, waarbij we ook een aantal ruwvoederautomaten installeren. Voor het dierenomgevings- en dierenwelzijnsonderzoek werken we echter met een of twee melkrobotten, wat de koe de keuze laat om twee, drie, vier keer per dag gemolken te worden".

"Zo testen we bijvoorbeeld het koeverkeer van lig- naar eetruimte uit en motiveren we de dieren om meerdere keren langs de melkrobot te passeren om zo de melkproductie op te drijven. Literatuurstudies wijzen immers uit dat de melkfrequentie op die manier 5 tot 20 procent hoger kan liggen".

In de marge van de lancering van ILVO 2020 zou Vlaams minister-president ook de eerste steen leggen van een nieuw serrecomplex, maar dat ging niet door omwille van zijn operatie aan de heup. De bouw zelf zit wel op schema.

Het nieuwe complex is 3.200 m² groot en volledig afgestemd op de toekomstige noden van het wetenschappelijk onderzoekswerk. Het complex bestaat uit een industriële voorbouw van ongeveer 800 m² en een serre van 2.200 m². Een scharniervolume van 200 m² verbindt de twee structuren.

De voorbereidingswerkplaats in de voorbouw biedt onder meer onderdak aan ecofysiologisch onderzoek, zaadanalyse en evaluatie van selectiemateriaal en een frigo- en diepvriesruimte voor de zaadgenenbank. In het scharniergedeelte wordt onder specifieke klimaatomstandigheden onderzoek verricht in plantengroeikamers. Voor de inrichting wordt in 2011 600.000 euro geïnvesteerd.

De serre zelf bestaat uit 31 afzonderlijk stuurbare afdelingen met groottes, variërend van 20 en 120 m². Dit laat toe gewassen onder bepaalde groeiconditities te telen. Speciaal afgesloten gedeeltes worden gebruikt voor ggo-onderzoek en voor onderzoek naar ziekten bij planten.

Daarna volgen nog eens 16 extra afdelingen, goed voor 1.000 m². Die worden samen met de Gentse Universiteit en de Hogeschool Gent gebouwd voor gezamenlijk onderzoek. De eerste plannen voor de bouw dateren van 1998 en kreeg een Vlaamse subsidie van 3,7 miljoen euro.

 

bron eigen verslaggeving

16/03/2010