nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

25.04.2012 INBO brengt milieudruk in habitatgebieden in kaart

In heel wat Habitatrichtlijngebieden is de depositie van luchtstikstof te hoog om de aanwezige habitattypen duurzaam in stand te houden. Ook hebben stromende wateren er vaak een te hoge fosfaatconcentratie. Dat blijkt uit een onderzoek van INBO waarbij de actuele milieudruk op de in Vlaanderen aanwezige habitattypen in kaart werd gebracht.

De Europese Habitatrichtlijn beoogt de duurzame instandhouding van een hele reeks karakteristieke habitattypen. De Vlaamse overheid werkt momenteel hard om tegen eind 2012 een omvattende set instandhoudingsdoelstellingen (IHD) te formuleren, die aangeven hoe de Habitatrichtlijn in Vlaanderen gerealiseerd zal worden. “Naast een minimumoppervlakte en een geschikt beheer vormt ook een gepaste milieukwaliteit een noodzakelijke voorwaarde om habitattypen duurzaam in stand te houden”, zegt het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).

Om een beter zicht te krijgen op de doelafstanden op vlak van bijvoorbeeld vermesting en verdroging nam een team van INBO-onderzoekers vier milieudrukken onder de loep: voor grondwaterafhankelijke habitattypen werden zowel de waterhuishouding als de kwaliteit van het oppervlakkig grondwater onderzocht, in waterlopen en stilstaande wateren werd de waterkwaliteit bekeken en ten slotte werd de impact van atmosferische stikstofdepositie op alle vermestingsgevoelige habitattypen becijferd.

Voor elk van de onderzochte milieudrukken werd het verschil tussen actuele en vereiste milieukwaliteit per habitattype en voor elk Habitatrichtlijngebied bepaald. “Dat leerde ons dat in 26 van de 38 onderzochte Habitatrichtlijngebieden de depositie van stikstof in de lucht te hoog is om de aanwezige habitattypen duurzaam in stand te houden. Knelpunten situeren zich vooral in zandig West-Vlaanderen en in de Antwerpse Kempen”, zegt INBO.

Ook zijn de habitattypen van stromende wateren op alle gekende locaties blootgesteld aan te hoge fosfaatconcentraties. Bovendien heeft de helft van de onderzochte elzenbroekbossen te kampen met verdroging. “Dergelijke gegevens zijn essentieel om milieukundige knelpunten te identificeren en prioritaire acties te formuleren in het kader van het Vlaamse IHD-beleid”, zeggen de onderzoekers.

Deze resultaten kunnen volgens INBO ook een afwegingskader vormen voor het selecteren van locaties om bijkomende oppervlakte aan Europees beschermde habitattypen te realiseren. “Het ontwikkelen van natuur op locaties die actueel een hoge milieudruk kennen, gaat immers gepaard met een hogere inrichtingskost en een hogere kost voor het brongericht wegwerken van de milieudruk, dan natuurontwikkeling op geschikte locaties met een lagere milieudruk, klinkt het.

Bron: INBO nieuwsbrief

Volg VILT ook via