nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

28.10.2011 In 2010 voor het eerst faillissementen in biogassector

Tussen 2008 en 2010 verdubbelde de anaerobe vergistingscapaciteit in Vlaanderen van 32 MWe naar 64 MWe. Ondanks deze opmerkelijke groei zorgde 2010-2011 slechts voor een zeer beperkte toename van de geïnstalleerde capaciteit tot 70,3 MWe, zo blijkt uit het voortgangsrapport van Biogas-E vzw. Door het onzekere klimaat kregen veel installaties het moeilijk. In 2010 gingen voor het eerst drie installaties failliet.

Nieuwe investeringen in biogasinstallaties werden het voorbije jaar belemmerd door het onzekere subsidiëringskader en de impact van de financiëel-economische crisis op het bekomen van bankfinanciering voor nieuwe projecten. De investeringskost van een vergistingsinstallatie loopt behoorlijk hoog op, mede door de hoge kosten van de digestaatverwerking en de steeds strengere milieuwetgeving. Hoewel de biogassector reeds enkele jaren bestaat, is er nog heel wat onwetendheid bij de burger, wat vaak leidt tot het ‘not in my backyard’-syndroom. Biogas-E deed reeds uitvoerig inspanningen om de burger op objectieve wijze te informeren over de voor- en nadelen van een vergistingsinstallatie.

De biogassector dringt aan op een vereenvoudiging van de administratieve verplichtingen. Op dit moment wordt doorgaans één werknemer fulltime aangesteld voor de opvolging van de administratie. “Dat is een heel hoge kost en heeft ook als gevolg dat kleine installaties niet rendabel zijn”, legt Biogas-E uit. Het afstemmen van de documenten van de verschillende diensten is volgens de organisatie cruciaal. Om kleinschalige biogasinstallaties rendabel te maken, wordt naar Duits voorbeeld gepleit voor een hogere subsidie voor kleinere installaties die de hoge vaste kosten helpt overwinnen.

Met 13,2 procent nemen biogasinstallaties een aanzienlijk deel van de totale hernieuwbare elektriciteitsproductie in Vlaanderen voor hun rekening, waarbij extra voordelen zoals de mogelijkheid tot recuperatie van hernieuwbare warmte nog niet in rekening werden gebracht. Nieuwe initiatieven zoals het project graskracht en vergisters op kleine schaal bewijzen dat binnen de sector gericht gezocht wordt naar niches waarbij vergisting kan leiden tot een rendabele valorisatie van (afval)stromen naar hernieuwbare energie, aldus het rapport.

“Om de volle capaciteit van biogas te kunnen benutten, met een beperkte invloed op andere sectoren zoals voedselproductie, moet het beleid enerzijds kleinschalige mest- of covergistingsinstallaties in landbouwgebied en het vergisten van organisch-biologische nevenstromen en gft-afval in industriegebieden promoten, maar anderzijds ook alternatieve valorisatiemogelijkheden van biogas, zoals injectie van opgewerkt biogas in het aardgasnet, ondersteunen”, adviseert Biogas-E. De vooruitgang in de sector zou ook gestimuleerd worden door het vermijden van beperkende lijsten voor vergisting en covergisting die beperkend werken.

Het platform voor anaerobe vergisting in Vlaanderen wijst nog op een aantal tegenstrijdigheden in de regelgeving die aangepakt moeten worden. Vandaag gaan exploitanten onder meer mest over grote afstanden transporteren om aan 60 procent landbouwgerelateerde inputstromen te komen. Maaisel uit dichtbij gelegen natuurgebieden, die vaak beheerd worden door landbouwers, worden niet als ‘landbouwgerelateerd’ beschouwd, terwijl Duitsland net een bijkomende subsidie toekent voor de vergisting van berm- en natuurmaaisels. Aangezien ook landbouwafval niet ‘landbouwgerelateerd’ is, en enkel energiegewassen en mest tot die categorie behoren, dringt Biogas-E aan op een herdefiniëring.

Meer informatie: Voortgangsrapport 2011 Biogas-E

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via